Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
‘Wil je ’m even zien?’ En zoals wel vaker maakte ik al aanstalten om mijn broek naar beneden te trekken voordat er een antwoord was. ‘O ja, zeker’, antwoordde ze met een enthousiasme dat ik lang niet had gehoord, ‘ik ben heel benieuwd.’ Ik trok mijn broek iets naar beneden – tot net boven zeg maar waar je piemel begint – en liet haar de bult in mijn schaamstreek zien.
‘Dit is dus een liesbreuk’, zei ik tegen mijn fysiotherapeut. Ik was bij haar voor de behandeling van een andere kwaal, namelijk de aanhechting tussen mijn bilspier en mijn hamstring. Dat probleem zit links. Mijn liesbreuk is rechts. Dit is wat men verstaat onder aftakelen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Voel maar even’, zei ik. Ze drukte voorzichtig op de zwelling. ‘Dat is dus vet, maar het kan ook darm zijn’, legde ik uit. Een paar dagen eerder had ik het precies zo uitgelegd gekregen van de radioloog in het ziekenhuis. Toen ik bij hem was binnengelopen, vertelde hij me dat al had gelezen wat het euvel was. In mijn medisch dossier. Maar ook in deze krant, wat inmiddels ook een medisch dossier is.
Hij smeerde wat warme gel op een echoapparaat en ging daarmee over mijn liesstreek. Terwijl hij op het beeldscherm keek, vertelde hij wat hij zag. ‘Het is een breuk van ongeveer twee centimeter.’ Een paar keer moest ik op mijn hand blazen, zodat er druk op de buikwand kwam. Op een gegeven moment draaide hij het scherm naar mij toe, zodat ik mijn eigen ingewanden kon zien. Geen aanrader.
Mijn fysiotherapeut drukte nog eens met een paar vingers op de zwelling. ‘Ik dacht dus dat een liesbreuk lager zat’, zei ze, ‘echt in je lies.’ Dat is dus niet het geval, een liesbreuk is een scheurtje in de maagwand. Scheurbuik was een betere naam geweest, maar dan had je weer iets anders moeten hebben voor scheurbuik.
‘Moet het geopereerd worden?’, vroeg ze, terwijl ik mijn broek weer omhoogtrok. Wellicht, als de scheur groter wordt en er wel een darm klem komt te zitten. Ze gebaarde dat ik op de behandelbank moest gaan liggen en masseerde mijn dijbeen. Na een paar minuten stopte ze en leerde ze me een oefening. Daarbij moest ik op handen en knieën gaan zitten.
‘Trek je knie nu op en beweeg hem dan opzij’, instrueerde ze me. Als een.. ‘Ja, alsof je een hond bent die een plasje doet.’ Zo zat ik, onder een tl-lamp, op handen en knieën op de behandeltafel van de fysiotherapeut een zeikende hond na te doen. Daarbij kwamen geen darmen mee naar buiten. En als 43-jarige man met een liesbreuk is dat een opsteker van jewelste.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant