Klimaatverandering De VS ageren tegen alles wat met klimaatbeleid te maken heeft; China zet daarentegen juist in op duurzame technologieën. De EU stelt zich intussen te passief op, stelt Pieter Pauw.
Geen macht zonder goedkope energie. Nederland had windmolens en turf in de zeventiende eeuw, in het Verenigd Koninkrijk begon de industriële revolutie dankzij kolen. Dat er nu een clash aankomt tussen de petrocultuur van de Verenigde Staten en China – dat doorbreekt met duurzame energie – viel te verwachten. Trump bespoedigt dat moment.
Pieter Pauw is universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Eindhoven.
China haalde in 2005 de VS in als grootste uitstoter van broeikasgassen, maar wil voor 2030 pieken (wat gelukt lijkt te zijn) en de uitstoot vóór 2060 naar netto nul brengen. Geen enkel land wil zijn emissies zo hard laten dalen.
China beschouwt het als een anomalie dat het geen supermacht was in de afgelopen anderhalve eeuw. Sinds Deng Xiaoping eind jaren zeventig grondige hervormingen doorvoerde, probeert het land die mondiale supermachtstatus te herwinnen. Maar door westerse hegemonie over technologie en grondstoffen leek dat doel lang onhaalbaar.
Denk bijvoorbeeld aan verbrandingsmotoren. Het is China nooit gelukt om op dat gebied een noemenswaardige eigen industrie op te bouwen. Maar China’s honger naar auto’s maakte het Duitse Volkswagen wel tot ’s werelds grootste autoproducent in 2016: het nam dat jaar 40 procent van de geproduceerde auto’s af.
China’s enorme vraag naar energie maakt het land kwetsbaar. Sinds 2013 is het land ’s werelds grootste olie-importeur. Hoewel China sinds 2020 jaarlijks ongeveer evenveel olie invoert, blijven de kosten enorm: in 2024 ging het om circa 325 miljard dollar.
Die afhankelijkheid vormt een risico voor China’s ambities. Dus verklaarde de partij al begin deze eeuw New Energy Vehicles tot nationale prioriteit. Met succes: sinds 2024 is meer dan de helft van de verkochte auto’s in China geheel of gedeeltelijk elektrisch aangedreven. Wereldwijd verkoopt China meer elektrische auto’s dan alle andere landen samen. En niet alleen qua auto’s is China razendsnel aan het verduurzamen: het domineert de wereldwijde productie van zonnepanelen en windturbines. Hier is juist het Westen de afhankelijke partij.
China neemt overigens ook nog steeds ongeveer 50 procent van de wereldwijde kolenconsumptie voor zijn rekening, en bouwt nog steeds nieuwe kolencentrales. De vraag naar kolen lijkt wel te gaan dalen. Veel kolencentrales draaien ook al op halve capaciteit omdat hernieuwbare energie de rest van de stroombehoefte dekt.
In het kort is dit China’s strategie: de centrale overheid bepaalt de koers, de provincies concurreren om de beste bedrijven en de bedrijven voeren een gesubsidieerde innovatie- en prijzenoorlog. Ook onderzoek speelt een belangrijke rol. Als redacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Climate Policy ontvang ik dagelijks artikelen van Chinese onderzoekers over allerlei ‘pilotprojecten’: beleid dat eerst op beperkte schaal op effectiviteit wordt getest, voordat het breed wordt uitgerold.
De Amerikaanse klimaatpolitiek staat hier bijna lijnrecht tegenover. Al sinds 1958 meten de VS systematisch de stijgende CO2-concentratie in de lucht op een bergtop in Hawaï. Daarmee leveren ze essentieel bewijs van door mensen veroorzaakte klimaatverandering.
Toch is klimaatbewustzijn in de Amerikaanse politiek ver te zoeken. De VS waren in 1997 belangrijk bij de totstandkoming van het Kyoto-protocol, over het terugdringen van broeikasgasuitstoot, maar de Senaat stemde unaniem tegen ratificering, waardoor de VS als enige industrieland geen emissiereductiedoelstelling hadden.
Lang keken de VS en China naar elkaar voor ambitieuzer klimaatbeleid. Pas toen ze gingen samenwerken, kwam het Akkoord van Parijs tot stand (2015). Om te voorkomen dat de Amerikaanse Senaat het opnieuw zou wegstemmen, is dat akkoord echter redelijk vrijblijvend. De VS dralen dan ook: de uitstoot van broeikasgassen daalde er sinds 1990 met slechts 7 procent – die van de EU met 40 procent.
Onder Trump is de draling omgeslagen in een regelrechte oorlog tegen het klimaat. Trump draaide grote delen terug van de klimaatmaatregelen die zijn voorganger Joe Biden had genomen en schrapte de zogeheten endangerment finding – de conclusie dat broeikasgassen een gevaar zijn voor de volksgezondheid en het welzijn van Amerikanen. Hij trok subsidies in voor internationale klimaatprojecten en verstoort internationale klimaatonderhandelingen door landen die voorstander zijn van ambitieuzer klimaatbeleid te bedreigen. Hij liet zelfs laadpalen verwijderen bij overheidsgebouwen.
Trump ziet klimaatverandering als fundamentele bedreiging voor de Amerikaanse way of life, oftewel: voor de petrocultuur. Goedkope olie lag aan de basis van de Amerikaanse economische groei in de twintigste eeuw en de geopolitieke ambities die daarmee gepaard gingen. Goedkope olie in overvloed heeft de sociale normen, mobiliteit, consumptie en een materialistische cultuur gevormd. Denk aan tienbaans snelwegen, wonen in suburbs, drive-in-bioscopen.
Trump houdt tegen de economische logica in vast aan deze petrocultuur. De voordelen van hernieuwbare energie zijn eindeloos: ze is goedkoop, overal beschikbaar, bij conflicten minder kwetsbaar dan ‘traditionele’ energie uit grote energiecentrales. Ze levert een substantieel lager grondstofgebruik op, en geen luchtvervuiling.
Door vast te houden aan de petrocultuur, plegen de VS economische zelfmoord – zoals China de status van supermacht verloor omdat het de industriële revolutie miste. Het is bijzonder kwalijk dat de VS de wereld bovendien opzadelen met rampzalige klimaatverandering.
De EU zit klem tussen deze oude bondgenoot, onder leiding van een fascistische beweging, en China als nieuwe, niet-democratische wereldmacht die de EU vooral als zakenpartner ziet. En dus importeert de EU gigantische hoeveelheden zonnepanelen en windturbines uit China én vervangt ze Russisch pijplijngas grotendeels door Amerikaans vloeibaar gas.
Het is geen moeilijke keuze. Gas verbruik je, duurzame energietechnologie gebruik je. Zelfs als China de export op een dag zou beperken, heeft dat hoogstens invloed op de verdere uitbreiding van de verduurzaming.
Toch moet de EU sterker inzetten op een eigen koers. De EU kan zich minder afhankelijk maken van zowel de VS als China door samenwerking te verdiepen met bijvoorbeeld Afrikaanse landen. En door in te zetten op technologieën waarin we concurrerend zijn, zoals warmtepompen en windenergie.
De EU moet Amerikaanse kritiek op klimaatbeleid wegwuiven en de afhankelijkheid van Amerikaans gas afbouwen. Trumps klimaatbeleid geniet onder zijn eigen bevolking weinig steun. De wetenschap over de gevaren en kosten van klimaatverandering is eenduidig. En duurzame elektriciteit is wereldwijd ook het goedkoopst.
Laat de EU haar eigen toekomst vormgeven. Een groene toekomst, welteverstaan.
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid