Cabaret In zijn zevende cabaretprogramma, Welkom Ongemak, strooit Wim Helsen weer royaal zijn hilarische hersenspinsels uit over het publiek. Maar deze keer heeft zijn kolder ook een tragische kern.
Wim Helsen in 'Welkom Ongemak'.
Regie: Johan Petit, Theo Maassen. Gezien: 26 febr. Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 17 juni. Info: wimhelsen.be
Wim Helsen flikt het opnieuw. De Vlaamse cabaretier toont zich weer eens een onvolprezen Ti Ta Tovenaar, de man die zonder dat je het doorhebt de tijd stilzet in het theater. En je meeneemt op een reis die je niet ziet aankomen. Ook in zijn nieuwste programma, zijn zevende, Welkom Ongemak, gebeurt het weer: er is een moment dat je denkt: hij gaat dit toch niet de hele tijd doen? Maar dan weet je het al, als je Helsen kent. Ja, dat gaat hij wel.
Zo ging het meestal in de serie vrij briljante cabaretshows die Helsen (1968) de afgelopen decennia op het podium zette. In Er wordt naar u geluisterd (2016) nam hij plaats voor een speech achter het katheder als invaller voor de begrafenisbegeleider. Die speech ging toch niet het hele programma duren? Jawel. Spijtig Spijtig Spijtig (2013) was een surplace in de rij voor het toilet. En in zijn vorige programma Niet mijn apen, niet mijn circus (2022) is hij louter doende een parkeerboete op te lossen, een probleem dat doorettert wanneer hij bij de bakker een confrontatie met een geit heeft.
Constanten in die stilistische meesterwerkjes met ingenieus vertelperspectief zijn het zotte personage dat hij als verteller is en zijn verteltechniek. Elke vertelling bouwt hij op rond één gegeven, van waaruit hij verdwijnt in omwegen en afslagen. De gegeven situatie is niet meer dan een trampoline van waaruit hij zich afzet voor verbale salto’s en theatrale dubbele schroeven. Soms blijft hij een tijdje zweven, maar steevast keert hij spiralend terug op zijn voeten: een kwartier later in de voorstelling, maar een minuut later in zijn verhaal.
Ook in Welkom ongemak creëert hij weer een situatie die zich maar niet ontwikkelt. En die situatie is gelaagder en fijnzinniger opgezet dan ooit eerder in zijn werk. Dit keer is hij de cabaretier die geen zin heeft om te komen optreden, die liever in bed blijft liggen. Dat is de trampoline. Maar er is iets met de omwegen die hij kiest. Die komen niet vanzelf. Hij heeft last van de aandrang om in het wilde weg te gaan praten tegen willekeurige vreemden, verklaart hij. Een aandoening die hij omschrijft als „flapdrang”. Van wat hij eruit flapt heeft hij vele voorbeelden. Zoals tegen een voorbijkomende jogger: „Amai, noemen we dat joggen tegenwoordig?”
Door zijn methode zo opzichtig te benoemen, ondermijnt Helsen zichzelf. Het besef dat hij niet gaat ophouden met dingen eruit flappen, gaat dan ook niet gepaard met louter een zucht van bewondering, zoals bij eerdere shows. Je voelt ook teleurstelling, want het is onnodige uitleg.
Helsen speelde zichzelf altijd al als een man die zijn eigen gang gaat en schaamteloos onbehouwen is. Prachtig was dat in Bij mij zijt gij veilig (2005), zijn tweede programma, waarin Helsen in een zenuwzieke, dictatoriale verteller transformeerde, die de zaal in bescherming nam tegen een wereldwijde, ongekende dreiging van buitenaf. Zijn publiek vormde volgens hem de uitverkorenen. Vrouwen die hem niet wilden gehoorzamen – en dat wilde zeggen: deemoedig pijpen – werd gevraagd de zaal te verlaten. Niemand vertrok. Aan het slot leidde hij zijn volk naar collectieve zelfmoord, in een grandioos georkestreerde finale. Hij was beangstigend, omdat hij het publiek geen moment het gevoel gaf maar enigszins „normaal” te zijn.
Collega Henk van Gelder schreef in NRC bij Helsens debuut, Heden Soup, in 2003: „Of hij tot in lengte van jaren dit onaangepaste type kan blijven spelen, weet ik niet. Maar ik heb zelden zo’n ongelooflijk dwaze debutant gezien als Wim Helsen.” Helsen heeft bewezen dat zijn ‘onaangepaste type’ slijtvast is. Dat onbestemde is zijn grote kracht: uit het niets gedachten op anderen projecteren, hun tegenspraak toedichten en die weerspreken, in almaar uitdijende fantasieën. Maar zijn hersenspinsels behoeven geen etiket. Flapdrang heeft hij van nature, en maakt hem tot zo’n gevaarlijk, onbegrijpelijk sujet. Deze verontschuldiging voor zijn gekte maakt zijn optreden minder spannend.
Tegelijk blijft Helsen een fascinerende podiumpersoonlijkheid, naar wie je met open mond kijkt als hij gul en onophoudelijk zijn fratsen over het publiek uitstort. Hij probeert zich van het gegeven dat hij geen zin heeft te bevrijden door zijn euforie van een dag eerder opnieuw op te roepen. Want een dag eerder voelde hij zich wel goed, na een confrontatie met de jogger die hij aansprak. Dus zoekt hij opnieuw joggers op, wat hilarische scènes oplevert.
Onuitgesproken blijft dat hij in wezen chronisch lamgeslagen en depressief is. Dat komt pas uit als hij begin en einde van zijn voorstelling aan elkaar knoopt. De start van Welkom Ongemak is vrolijk. Hij doet een koddig dansje en stoot rare klankwoorden uit. „Frietsie-pietsies” zijn wij, het publiek. Zo noemde Helsen vroeger zijn publiek thuis: zijn grote broers en zussen. En zij noemden hem dan de „Grote Frietsie-Pietsie”. Helsen herschept een huiselijke situatie van samen grappen maken en samen zingen, met de kleine Wim als aanjager.
Zijn grote broer kon hij goed aan het lachen maken, zegt hij. Maar halverwege vertelt hij terloops dat deze broer zelfmoord heeft gepleegd, verpakt in een bewust idiote grap. Aan het einde vertelt hij meer over zijn broer. Na te hebben gezegd wat voor wijze raad zijn broer hem gaf, stelt hij dat zijn broer die raad beter aan zichzelf had kunnen geven. Waardoor hij, in zijn kakofonie van kolder, plots een gevoelig moment creëert.
Daarmee valt alles op zijn plek in dit programma. Zijn onwil om uit bed te komen heeft een onvermoede, diepe bron. Dat effect, dat komt met het inzicht hoe alles met elkaar is verweven, is prachtig geconstrueerd. De ultieme nar zijn, en toch ontroeren: dat is meesterschap. Helsen schakelt vervolgens snel door, naar meer gekkigheid. Maar het malle slotlied, een ode aan de „ouderwetse lol” die hij vroeger thuis beleefde, heeft nu een emotionerende dubbele bodem gekregen.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden