De positiviteit en het optimisme spatten er zaterdag weer vanaf tijdens het uitverkochte partijcongres van D66 in Nieuwegein. Kritiek mag ook, maar wel in dertig seconden per spreker.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
‘D66: voor een heldere visie’, adverteert een perspex autoruitenkrabber op het merchandisingtafeltje in het congrescentrum. Een tekst met een knipoog, want als D66 momenteel iets ontbeert, dan is het wel een duidelijke politieke koers. Al voor de zomer veranderde de partij van migratiestandpunt (het asielbeleid moet toch strenger), de Europese vlag ging op partijbijeenkomsten ineens schuil achter de Nederlandse driekleur en het klimaatprobleem was plotseling geen groot thema meer.
Vervolgens kwam er een coalitieakkoord dat erg weinig gemeen heeft met het D66-verkiezingsprogramma, en heel veel met dat van de VVD. Enkele partijleden zijn die uitkomst van de formatie nog aan het verteren. Het gelaat van Oscar de Boer uit Delft vertrekt in een pijnlijke grimas als hij naar zijn mening wordt gevraagd. ‘Ik ben niet superenthousiast, nee. Ik wil niet per se de partijleiding afvallen, maar ik vind het wel een moeilijk, moeilijk akkoord.’
Dit onderhandelingsresultaat is niet sociaal genoeg, vindt De Boer. Het kabinet gaat te weinig doen aan armoedebestrijding. ‘Ik hoop maar dat er nog een hoop correcties gaan plaatsvinden.’ Ook D66-gemeenteraadslid Anne-Wil Maris uit Altena is behoorlijk kritisch. ‘Ik snap dat je compromissen moet sluiten, maar je moet je eigen idealen wel altijd goed in het achterhoofd houden. En daar knelt het wat mij betreft op een aantal punten.’
Haar partner is vrijwillig taxichauffeur voor kinderen ‘met een rugzakje’ en anderen die afhankelijk zijn van de zorgverlening. ‘Als je daar achter de voordeur kijkt, zie je hoe moeilijk sommige groepen het in Nederland hebben. Ik vind dat D66 daar echt voor moet opkomen. Ik betwijfel of wij met dit akkoord de uitwerking krijgen die we zo graag willen.’
’s Ochtends stemmen de leden over een aantal actuele politieke kwesties. De eerste motie vraagt de leden het coalitieakkoord te steunen. Dat voorstel wordt met 85 procent voor en 15 procent tegen aangenomen. Het akkoord krijgt dus brede steun, maar het is geen Noord-Koreaanse uitslag.
Leden mogen hun mening geven over de ingediende voorstellen, maar dat moet wel in dertig seconden. Niemand kan in zo’n korte spreekbeurt een zinnig betoog houden, ook ervaren Kamerleden niet. Het lijkt alsof de partijtop kritiek in de kiem wil smoren door alleen ultrakorte interrupties toe te staan. De voorzitter hamert insprekers die hun spreektijd overschrijden genadeloos af. Een serieuze gedachtenwisseling over de politieke keuzes van de partijtop wordt daardoor onmogelijk gemaakt.
Een van de insprekers vindt het ‘bijzonder dat we schijnbaar zonder enige moeite een aantal pijnlijke maatregelen overnemen’. Zulke kritische geluiden verdrinken in een zee van optimisme en vooral: pragmatisme. Uit vele D66-kelen klinkt de vergoelijking dat het nu eenmaal geven en nemen is in de politiek, en dat de grootste partij in formatie-onderhandelingen nu eenmaal het meest moet inleveren.
D66-leider en nieuwbakken premier Jetten is nu al een halve kopie van die andere vleesgeworden pragmaticus, Mark Rutte. Op VVD-congressen stonden vroeger levensgrote Mark Ruttes van bordkarton, waarmee congresgangers een selfie konden maken. In Nieuwegein staan een paar Rob Jettens. Net als Rutte heeft de kartonnen Jetten opgestroopte hemdsmouwen.
Rutte had een hekel aan het woord visie. Visie was volgens hem ‘een olifant die het uitzicht belemmert’. Het sluiten van compromissen en het land besturen lijkt ook voor de D66-leider een doel op zich.
Jettens toespraak is het hoogtepunt van het congres. Hij komt handenschuddend en omringd door beveiligers de zaal in onder opzwepende muziek. Eenmaal op het podium verwarmt hij zijn publiek met de positieve ‘vibes’ waar hij campagne mee voerde. Een inhoudelijke visie op het regeringsbeleid zit er niet in.
De D66-leider zegt dat de politiek beter kan. Dat Nederland vooruit kan. Dat we de bladzijde hebben omgeslagen. Dat de optimisten hebben gewonnen. Dat hij er niet alleen wil zijn voor de mensen die D66 hebben gestemd, maar ook voor hen die dat niet deden. Dat hij doorbraken wil realiseren die ons land voor iedereen weer vooruitbrengen. Dat je elkaar altijd nodig hebt.
‘Laten we niet tegenover elkaar blijven staan. Laten we elkaar de hand schudden. Of nog beter: de handen ineen slaan. Dat kunnen we alleen doen door met elkaar te praten. Door naar elkaar te luisteren. Zonder taboes. Ik zie volop kansen om met elkaar verder te bouwen aan vooruitgang voor iedereen in ons land. Want of je nou rechts bent of links, conservatief of progressief, we zitten allemaal in hetzelfde Team Nederland!’
Jetten krijgt een donderend applaus, een staande ovatie. ‘Ik denk dat Rob heeft laten zien dat hij de premier van alle Nederlanders kan zijn’, meent Fons Cazius uit Rotterdam. ‘Wij zijn een partij van verbinders. We vervullen al heel lang een brugfunctie tussen links en rechts in de politiek.’ Hij is ‘op zich wel tevreden’ met het coalitieakkoord. Dat de VVD veel meer heeft binnengehaald dan D66, is volgens Cazius ‘een stuk beeldvorming’.
Ook Jelle van der Duim uit Amsterdam heeft weinig op met klachten dat het coalitieakkoord te rechts zou zijn. ‘Kijk, we zijn ook gewoon een liberale partij, dat wordt soms een beetje vergeten. D66 wordt een beetje links neergezet, maar we zijn niet per se links. We zijn vooral sociaal liberaal. En dat liberale, dat zie je heel erg terug in het coalitieakkoord. En dat vind ik dus hartstikke oké.’
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant