Europese landen ervaren een ‘gat’ in de nucleaire afschrikking van Rusland. Kunnen de kleinere Franse en Britse kernwapenarsenalen uitkomst bieden?
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Een Duitse bondskanselier die ‘vertrouwelijke gesprekken’ voert met zijn Franse collega over het ‘vergroten van onze nucleaire samenwerking’. Een Letse premier die zegt: ‘Nucleaire afschrikking kan ons nieuwe kansen geven, waarom niet?’ En een Zweedse premier die zegt vertrouwelijke gesprekken met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te voeren over kernwapens.
Wat is hier aan de hand? En waarom woedt er nu ook een kernwapendebat in Duitsland, waar na de Tweede Wereldoorlog zo’n sterke pacifistische stroming wortel schoot? Dat in verschillende hoeken van het Europese continent landen zich afvragen of de Amerikaanse nucleaire paraplu nog wel voldoet, en wat de alternatieven zijn, lijkt het ultieme bewijs voor de stelling dat zich in Europa een revolutionaire omwenteling in het denken over veiligheid voltrekt.
Debet hieraan zijn Vladimir Poetins agressie tegen Oekraïne (soms vergezeld van indirecte nucleaire dreigementen) en het verminderde geloof van de Europeanen in de Amerikaanse veiligheidsgarantie. Die krachtige cocktail dwingt Europese landen vraagtekens te zetten achter alle zekerheden die ze tot voor kort koesterden. Dat gebeurt volop, al zegt de regering-Trump gecommitteerd te blijven aan de nucleaire afschrikking binnen de Navo.
In de recente studie Mind the Deterrence Gap: Assessing Europe’s Nuclear Options stellen Europese experts dat op de korte termijn ‘voortgaande afhankelijkheid’ van de Amerikaanse nucleaire afschrikking de meest geloofwaardige en haalbare optie blijft. Maar dat ontslaat Europeanen niet van de noodzaak na te denken over het wegvallen daarvan, of rekening te houden met het risico dat bijvoorbeeld Rusland vermoedt dat die garantie weinig meer voorstelt.
‘Als Europa een gat in de afschrikking wil voorkomen’, schrijven de auteurs, ‘moet het zeker stellen dat geen enkele tegenstander kan concluderen dat Europa in een crisis strategisch kwetsbaar is – omdat Washington afgeleid, verdeeld, te druk, of niet bereid is op te treden, of omdat Europeanen zelf geen actie kunnen ondernemen.’
Wat de Amerikaanse nucleaire afschrikking van eerst de Sovjet-Unie en later Rusland altijd heeft gecompliceerd, is dat het gaat om ‘verlengde afschrikking’. Die komt erop neer dat bij een kernaanval op een Europese bondgenoot Amerika daadwerkelijk zou terugslaan, al zou het zichzelf hiermee kwetsbaar maken voor een massale Russische kernaanval. Hoe geloofwaardig is dat, vroegen Europeanen zich meer dan zestig jaar geleden ook al af.
Er kwamen allerlei antwoorden. Onder president Kennedy (1961–1963) werd er zelfs gesproken over een Multilateral Force. Daarmee moesten met kernwapens uitgeruste oorlogsschepen met een multinationale bemanning de suggestie wekken dat de bondgenoten nauwer bij een eventueel besluit tot inzet van kernwapens betrokken waren. Dat ietwat surrealistische idee stierf in schoonheid.
Andere ideeën bleven wel bestaan, zoals Kennedy’s strategie van een ‘Flexibel Antwoord’. Dat kwam erop neer dat er bij een aanval vanuit Moskou niet meteen naar de noodgreep van een ‘massale vergeldingsactie’ hoefde te worden gegrepen.
Vanaf 1966 kreeg de Navo een Nuclear Planning Group, de politieke uitdrukking van ‘nucleair delen’ binnen de alliantie. Daarin praten bondgenoten mee over de nucleaire afschrikking van de Navo en de Amerikaanse kernwapens op het grondgebied van Europese bondgenoten (waaronder Nederland).
Toen en nu bleef en blijft het besluit tot inzet van kernwapens, ondanks deze politieke opsmuk, altijd puur nationaal.
De vorm van ‘nucleair delen’ werd expliciet geaccepteerd in het non-proliferatieverdrag dat in 1970 in werking trad, ook om te voorkomen dat er nog meer Europese kernwapenstaten zouden komen. De Britten en Fransen hadden hun eigen atoomwapens al geproduceerd (respectievelijk in 1952 en 1960). Het VK beschikt nu over 225 kernkoppen, Frankrijk over 290.
Vooral de Fransen zagen niets in ‘verlengde afschrikking’ en wilden hun onafhankelijke force de frappe. Generaal Charles De Gaulle zei hierover in 1959: ‘Wie kan zeggen dat, mocht de politieke achtergrond compleet veranderen (...), de twee machten met het nucleaire monopolie het niet op een akkoordje zullen gooien om de wereld onderling te verdelen?’
En wie kan zeggen dat bij een crisis, aldus De Gaulle, ‘de twee landen niet besluiten om de belangrijkste vijand niet te bestoken met raketten om het eigen grondgebied te sparen, en de rest zullen vernietigen (West-Europa door Moskou, Oost-Europa door Washington, red.)?’
Hoewel in sommige landen nu de suggestie klinkt om zelf kernwapens te ontwikkelen, is het vergroten van de Franse en Britse rol in de Europese nucleaire afschrikking de meest realistische en betaalbare optie om het ‘afschrikkingsgat’ in Europa te dichten. Dat is ook de enige wettige oplossing, die past binnen het non-proliferatieverdrag.
De Britten (die hun bondgenoten nu al beschermen als onderdeel van de nucleaire afschrikking binnen de Navo) en de Fransen, die buiten de nucleaire structuur van de Navo staan, besloten vorig jaar hun nucleaire samenwerking te intensiveren. Ze onderstreepten daarbij dat er ‘geen extreme dreiging tegen Europa kan zijn die geen antwoord zal krijgen van onze beide naties’.
Maandag houdt president Emmanuel Macron een toespraak over nucleair beleid, waarin hij zal uitleggen wat hij verstaat onder de ‘Europese dimensie’ van het Franse kernwapenarsenaal. Hierover zijn de Fransen al enige tijd in gesprek met de Duitsers, die zich vanwege hun geografische ligging – net als in de Koude Oorlog – opnieuw kwetsbaar voelen voor Russische nucleaire dreigementen en chantage.
In een interview met Die Zeit zei de Franse expert Bruno Tertrais dat te denken valt aan mogelijke deelname van bondgenoten aan Franse nucleaire oefeningen, de uitbreiding van zulke oefeningen naar het luchtruim van Europese bondgenoten, of de deelname van bondgenoten aan de verdediging van de Franse of Britse nucleaire strijdkrachten in vredestijd.
Waar de Europese gesprekken over nucleaire afschrikking (waar ook het kabinet-Jetten aan wil deelnemen) ook op uitlopen, in Europa bestaat groeiende consensus dat de Europeanen, zoals de experts het formuleren, ‘hun denken over nucleaire afschrikking niet langer kunnen uitbesteden aan de VS’.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant