Steeds minder Nederlanders gaan met vervroegd pensioen. In 2024 was ruwweg 10 procent van de zestigers onder de AOW-gerechtigde leeftijd al gestopt met werken. Tien jaar daarvoor lag dat percentage op bijna 16 procent.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
De AOW was afgelopen week in de Tweede Kamer onderwerp van fel debat. Als de levensverwachting met een jaar toeneemt, stijgt de AOW-leeftijd nu met acht maanden. Om het collectieve ouderdomspensioen betaalbaar te houden willen D66, VVD en CDA de AOW-leeftijd een-op-een aan de levensverwachting koppelen, maar de oppositiepartijen willen daar niet in mee.
De meeste zestigers die de AOW-gerechtigde leeftijd niet bereikt hebben, zijn aan het werk. In 2024 ontving ruim 60 procent een salaris, of had inkomsten als zelfstandige. In 2014 was dat 47 procent. Ongeveer een derde van deze groep ontvangt een uitkering of heeft geen eigen inkomen.
De leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan, is het afgelopen decennium steeds dichter naar de AOW-gerechtigde leeftijd toe gekropen. Begin deze eeuw gingen Nederlanders in loondienst doorgaans rond hun 61ste met pensioen, inmiddels pas rond hun 66ste. De AOW-gerechtigde leeftijd ligt nu op 67 jaar.
Vrouwen hebben gemiddeld genomen minder vaak dan mannen een aanvullend pensioen opgebouwd bij een werkgever, blijkt uit de cijfers van CBS. Deze ongelijkheid is in alle groepen terug te zien: van mensen met een uitkering tot zelfstandigen en werknemers in vaste dienst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant