Home

Zeehond! Kijk! Zeehond!

De ochtendspits raasde nog na, de zon bescheen de skyline, in de rivier stak een zeehond zijn zwartgrijze kop op.

„Zeehond! Zeehond!” riep ik tegen de eerste de beste hardloper die passeerde. Ik hield hem bijna staande, een burgerarrest: dit móét je zien. Wild dier midden in de stad. 

De hardloper trok zijn oortje los.

„Zeehond!” riep ik en wees naar de rivier.  

De hardloper bleef stationair trappelen, hield het hoofd cursief. Hij leek verstoord, alsof ik zijn persoonlijk record nu aan diggelen had gegooid. Alsof ik een gek was. Dat kon natuurlijk, een tijdje geleden was hier nog een verwarde man in de rivier gesprongen, God had hem opdracht gegeven naar de overkant te zwemmen, en nu stond ik te gebaren naar het water, naar een drijvende vuilniszak.

De hardloper rende door.

Maar het was geen vuilniszak, ook geen AI; het was echt een zeehond, een grijze zeehond, een bijzonder groot exemplaar zelfs. Een mannetje denk ik, die kunnen wel 3,30 meter worden, had ik gelezen. Het dier was de meeste tijd onder water, af en toe zag je de glanzende boog van de rug. Na een poosje kwam hij boven met een vis tussen de tanden. Vanaf beide oevers stegen de meeuwen krijsend op.

Je hebt een klassiek psychologisch experiment waarbij proefpersonen moeten letten op basketballers die een bal overgooien. Dan loopt er een mens in een gorillapak dwars door de basketballers heen. Vaak zien de proefpersonen de gorilla niet, zelfs als die vol in beeld op de borst roffelt. Aandachtsblindheid, heet dat: focus op het een, betekent blindheid voor het andere.

Misschien maakt het moderne, geoptimaliseerde leven ons nog blinder: dansen er voortdurend gorilla’s door de stad, soms zijn het zeehonden, maar we zien ze niet, zelfs als iemand ernaar wijst.

Ik was tot voor kort trouwens ook als die hardloper. Ik lette niet op de gorilla’s. Totdat ik een paar jaar geleden een werkplek kreeg langs de rivier. Pas toen begon ik ze te zien: palingen, bevers, buizerds. En zeehonden dus.

Sindsdien vraag ik onderweg vaak aan schippers en vissers of ze recent nog zeehonden hebben gezien. Bijna altijd is het raak. „Op de steiger van de roeivereniging”; „in de Leuvehaven”; „Twee, bij Heijplaat”; „Dordrecht, vorige week”; „Vandaag nog in Alblasserdam, het leek wel of het dier ons volgde”. Et cetera. Die waarnemingen mag je vermenigvuldigen, want zeehonden zwemmen je negen van de tien keer ongezien voorbij, ze leven onder water.

Zeehonden zijn dus doodnormaal, maar deze ene zeehond kreeg ik niet uit mijn hoofd. Misschien omdat hij zo soeverein de rivier bespeelde. Hij dook en kronkelde tussen de passerende schepen door, bakboord, stuurboord, laconiek als een toproofdier. Een waterbus stoof voorbij en een olietanker, er loeiden sirenes. Het boeide dit beest niet, hij had lak aan het Rijnvaartreglement. Niet verdwaald. Zeker niet zielig.

De grijze zeehond is het grootste roofdier van Nederland, je ziet aan de kop dat-ie familie is van de beer en de wolf. Er zijn getuigenissen over een zeehond die een zwaan verscheurde. Bekend is dat ze bruinvissen eten, recent is ontdekt dat ze dolfijnen aanvallen. Een kenner heeft eens voorspeld dat het een kwestie van tijd is voordat ze eens een mens pakken. Mensen zijn slechte zwemmers, makkelijke prooien.

Maar meestal eten ze vis. Al jagend leggen ze soms  tientallen kilometers af – het is doodnormaal dat ze de rivieren op zwemmen. In de middeleeuwen waren ze hier bijna uitgeroeid, een jachtverbod deed wonderen. Zoals er in de Theemsmonding weer zeepaardjes en haaien zwemmen, zoals de vissen terugkeren in de Yangtze en de Seine.

Zeehonden gedijen hier, horen hier, leven hier al miljoenen jaren langer dan wij.  Ik weet niet of ze ons ooit gaan eten; wel dat ze onze soort kunnen overleven. Ze hebben per slot van rekening al perioden van tropische hitte en extreme kou overleefd, schrikken niet meer van klimaatverandering. Ze zijn de original gangsters, wij de broekies.

Toch denken wij nog dat natuur iets kwetsbaars is: een aandoenlijke zeehondenpuppy met grote ogen. We hebben de rivier met kades betegeld van de stad tot aan de zee, zelfs de rivierbodem geasfalteerd met grind, we bouwen torens die tot de hemel reiken, we optimaliseren, we zijn blind geworden, denken dat dit alles eeuwig is.

De zeehond scheurde die illusies aan flarden. Het was een volwassen roofdier van miljoenen jaren oud, gekomen om de rivier op te eisen. Zijn wildheid elektrificeerde de hele waterweg.

Natuur en milieu

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next