Oud-international Jan Poortvliet (70) is een leven lang verliefd op voetbal. Momenteel traint hij FC Eindhoven, én een amateurclub, en nog wat jeugd – en dan wil hij ook nog zo veel mogelijk wedstrijden van zijn zoon zien.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Voetbal brengt Jan Poortvliet in vervoering. ‘Ik heb Junior en ik heb mijn voetbal. Ik hoef me nergens anders druk over te maken. Dit is mijn leven.’
Junior is zijn zoon van 18 jaar, speler van Willem II onder 21. Ze wonen met zijn tweeën in wat je een mannenhuishouden zou kunnen noemen. ‘Ik verzorg hem.’
Oud-topvoetballer Jan Poortvliet (70) is sinds december trainer van FC Eindhoven, in de eerste divisie. De voormalig jeugdtrainer verving Maurice Verberne toen die een been brak, waarna er een andere dynamiek ontstond in de selectie. Vorige week werd de Zeeuw ook voor de rest van het seizoen aangesteld, met het doel de play-offs te halen.
Poortvliet, die steevast praat met een wat hese stem, traint behalve het eerste elftal van Eindhoven ook de ‘high potentials’ van de club. Daarnaast is hij trainer van de jongens van VV Gestel onder 15 jaar, én van het eerste elftal van VV RPC, in de tweede klasse van de amateurs. Hij is dus altijd onderweg. Bovendien wil hij alle wedstrijden van Junior zien.
Poortvliets voetballeven is als het leggen van een logistieke puzzel. En gelukkig is er deze zomer een WK. ‘Als er geen toernooi is en ik zit thuis, dan voel ik me leeg.’
Mede door alle besognes heeft hij geen vriendin meer, na twee dochters uit een huwelijk en Junior uit een volgende relatie. ‘Geen tijd. Soms wil ik het best, maar dan denk ik: laat toch gaan, koekenbakker. Ik wil vrouwen niet meer lastigvallen, want ik kan ze toch niet alles geven.’
Poortvliet komt uit een hechte voetbalfamilie uit Arnemuiden. Hij was op zijn best als verdediger van PSV, menigmaal met de speciale opdracht om de ster van de tegenstander uit te schakelen, van Cruijff tot Breitner en Boniek. Hij speelde negentien interlands, waaronder de WK-finale van 1978 in Argentinië.
Zijn neef Jan Paul van Hecke, zoon van een zus, is tegenwoordig international. Bij vrijwel elke wedstrijd van diens club Brighton & Hove Albion volgt een uittocht uit Arnemuiden. Soms, als oom Jan tijd heeft, is hij er ook bij, zoals afgelopen december tegen Sunderland. ‘JP deed alleen niet mee. Hij was ziek.’
De verhalen over de tripjes naar Brighton zijn kostelijk. Menigmaal vertrekken er twee bussen uit Zeeland. Poortvliet reisde laatst met de auto. FC Eindhoven had Jong AZ ontvangen en hij was na de wedstrijd nog even ‘boven’ blijven hangen, want het was immers vrijdagavond. Gezellig. Half twee thuis.
Tijd om te slapen was er niet: een paar koppen koffie, snel wat eten, een maat ophalen en om half drie vertrekken, want om zes uur ’s ochtends moesten ze in Calais zijn voor de overtocht. Auto op de trein, door de tunnel. Om elf uur waren ze in het hotel in Brighton. Eindelijk even een tukkie doen, dacht hij, maar nee dus: ‘We kregen de sleutel van de kamer pas na de wedstrijd. Dus ik zit daar in dat stadion. JP deed niet mee, ik zat half te slapen.
‘Maar je wilt niet weten hoe gezellig dat is, als één grote familie. Het is doorgegaan waar het bij mij is geëindigd.’ Bij PSV en later bij Antwerp gingen er vroeger ook groepen Zeeuwen mee, destijds voor Jan. Bussen naar Europese wedstrijden. Het is Zeeuwse trots, gemengd met een hoog ons-kent onsgehalte.
Poortvliet heeft vooralsnog elf interlands meer gespeeld dan Van Hecke. ‘Maar die zegt steeds: ik kom eraan.’
Tussen al het voetbal door bestiert hij het huishouden, met Junior. De woning is weinig opgeruimd, om het mild te stellen. ‘Ik krijg soms op mijn flikker van mijn dochters: papa, ruim nou eens op. Dan zeg ik: meiden, kom op nou, ik geef drie keer per dag training.
‘Als Junior meedoet in de onder 21, ga ik sowieso kijken, of het nu in Twente is of in Emmen.’ De jongen wacht op zijn debuut in het eerste elftal. ‘Naar het eerste van Willem II ga ik voorlopig niet meer kijken. Ik heb al een keer of vijftien op de tribune gezeten als hij op de bank zat.’
Hij heeft erover nagedacht om zijn zoon in de winterstop naar Eindhoven te halen, ‘maar hij heeft het bij Willem II naar zijn zin’. Het is soms lastig voor jongens om een kans te krijgen in het eerste elftal. ‘Veel trainers zijn gewoon bang, maar waarvoor?’
Bij Eindhoven zijn al heel wat spelers doorgebroken die Poortvliet heeft getraind in de jeugd. ‘Als een jongen van 16 beter is dan iemand die er staat, stel ik liever die van 16 op. Je moet spelers hebben die je kunt verkopen, in plaats van ze overal vandaan te halen.’
Poortvliet, vroeger een verdediger met pit, is tevreden over de mentaliteit van de jonge spelers, al zou FC Eindhoven wat hem betreft iets vaker moeten winnen. Zoals afgelopen dinsdag bij nummer 2 Cambuur: eerst 0-1 voor, vervolgens niet de 0-2 maken, en dan een paar lullige doelpunten tegen krijgen. Hij was ‘zwaar pissed’.
Met wat stemverheffing: ‘Dat zit in de koppen. Ze zijn al tevreden met wat we doen. Maar dan komt dat stukje extra, dat je nodig hebt om te winnen. Er is niemand op het veld die de zaak aanwakkert. Niemand die zegt: nu geen goal tegen. NU GEEN GOAL TEGEN!’
Of hij na het seizoen blijft? Dat is aan de club. Hij neemt zijn ervaring mee, zijn passie en liefde voor het spel, en ziet wel wie die liefde beantwoordt.
Jan Poortvliet had zijn beste seizoen als voetballer vóór het WK van 1978: alles gespeeld, Uefa Cup gewonnen met PSV. Na dat seizoen kwakkelde hij veel. ‘Dat kan ik mezelf kwalijk nemen. Alles wat ik deed was honderd procent. Je verkracht jezelf.
‘Na de WK-finale gingen we met de auto naar Spanje, naar het strand. Voetballen, voetballen. Ik kwam terug, ging trouwen, en zag dat ik op een gegeven moment moe was. Toen dacht deze domme jongen dat hij nóg meer moest doen. Ik kreeg blessures, speelde te snel weer, het ging een paar wedstrijden goed, en dan weer even slecht. Dat was jammer, want ik was juist een constante voetballer.’
Hij had zijn beste seizoen dus al gehad toen hij 22 was. Nou ja, hij was later ook nog wel goed hoor, bij Antwerpen, bij Nimes en in Cannes. Hij brandde zichzelf alleen iets te snel op. Nu doen voetballers soms te weinig, denkt hij.
‘Daarmee heb ik het moeilijk. Dan hoor ik iemand zeggen dat hij naar Schalke is gaan kijken en zich afvraagt waarom wij dat niet kunnen. Sorry hoor, dat slaat nergens op, dat kunnen wij ook. Zeker als ze jong zijn, kun je voetballers vaak en op verschillende posities laten voetballen.’
Als het voetbal dan ook nog aanvallend is, spint hij van tevredenheid. ‘De twee duels tussen Nederland en Spanje, vorig jaar in de Nations League, waren de mooiste wedstrijden in tijden. Daar zat alles in: beleving, vrijheid, omschakelen. Als ik daarnaar kijk, denk ik: wij gaan dat WK winnen.
‘Maar dan wordt het later weer zakelijk. En als Nederland zakelijk speelt, gaan wij nooit een WK winnen. We hebben een geweldige selectie – als ik Donyell Malen zie bij AS Roma, poeh. Heerlijk, dat mannetje, gooi hem maar in de ploeg. Al is het vaak net niet met hem, als puntje bij paaltje komt.
‘Nederland heeft zulke goede voetballers, daar kun je een grote som van maken. Kwalitatief gezien kunnen wij wereldkampioen worden. Alleen, kunnen we soms ook zo schofterig zijn als Argentinië? Hebben wij de ultieme kwaliteit van Frankrijk, als die echt opstaan? Of het tikitaka van Spanje? En onderschat ook Portugal niet.’
Hij heeft nooit problemen gehad met het verliezen van de WK-finale in 1978, tegen gastland Argentinië. Hij was jong; pas jaren later drong echt tot hem door hoe dichtbij Oranje was geweest. Veel lastiger vindt hij het dat al zo veel voetballers uit die generatie zijn overleden.
Vooral met de dood van Johan Neeskens had hij het moeilijk. ‘Hij was echt een wereldgozer. Iedereen mocht hem. Hij was maar een paar jaar ouder. Ik was Neeskens op het pleintje in Arnemuiden. Soms was ik Cruijff, of Krol. Neeskens was een beest, in de goede zin van het woord, met een geweldig hart.’
Vroeger was het mooi, maar vandaag is het ook prachtig. ‘Het erge van voetbal is alleen dat je te maken krijgt met trainers die zeggen: jij moet dit doen, jij moet daar lopen. Spelers kijken zelf niet meer; zo van: hé, daar loopt iemand vrij, daar ga ik naartoe. We krijgen zo veel informatie, dat we zelf niet meer denken. Daar ben ik tegen.’
1955 Geboren op 21 september in Arnemuiden.
Vanaf 1973 Verdediger bij PSV, Roda JC, Nimes, Antwerp, Cannes, Eendracht Aalst en Vlissingen.
Vanaf 1993 Trainer bij onder meer Helmond Sport, FC Den Bosch, Telstar en FC Eindhoven. Ook jeugdtrainer en assistent-trainer.
Jan Poortvliet speelde negentien keer voor Oranje. Hij won de Uefa Cup met PSV (1978) en onder meer drie landstitels.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant