DEN HAAG - Veertig jaar vakmanschap, geloof, twijfel en technische vernieuwing komen samen in de overzichtstentoonstelling 'Main de Dieu | Main de Diable' van de Haagse modeontwerper Peter George d'Angelino Tap in The Globe in de Waldorpstraat. Met ruim tweehonderd stukken is het volgens de ontwerper zelf een van de grootste mode-exposities die de afgelopen jaren in Den Haag te zien was.
De titel van de tentoonstelling, Frans voor 'Hand van God | Hand van de Duivel', verwijst naar een terugkerende vraag: waar komt inspiratie vandaan? 'Ik ben opgevoed als katholiek jongetje, dus dat God zit wel in me', zegt de modeontwerper.
'Maar is het de hand van god die je inspireert, of de hand van de duivel die je verleidt tot het maken van al dat werk?'
De titel is volgens Tap ontleend aan het lied 'Chapeau bas' van de Franse zangeres Barbara: 'De kern is dat het uiteindelijk niet uitmaakt waar iets vandaan komt, je zegt: dank je wel voor wat je gegeven is.'
Een van de blikvangers op de tentoonstelling is een jurk gebaseerd op een fotocollage van Rotterdamse kunstenaar Marita Beukers. In Sint-Petersburg fotografeerde zij iconen van de Madonna, inclusief de rijkversierde lijst. Haar collage is door Tap vertaald naar zwaar, op de Russische lijsten geïnspireerd borduurwerk op rode zijde.
Onder de jurk krinkelt organza als water, een verwijzing naar de zee en kanalen uit het oorspronkelijke werk. Religieuze beeldtaal, textieltechniek en theatrale vormgeving komen hier samen.
Tap werkt vaker in dialoog met kunstenaars, maar maakt ook functioneel podiumwerk. Zo ontwierp hij kleding voor de Haagse schrijver Splinter Chabot en het pianoduo Lucas en Arthur Jussen.
Zijn ontwerpen geven musici extra bewegingsvrijheid omdat hij al dertig jaar experimenteert met alternatieve patroonvormgeving: mouwen zonder traditionele armsgatnaad, doorlopende panden en constructies die technisch eenvoudiger ogen dan ze zijn.
In de serie 'Lost Language', een verwijzing naar het boek 'The Lost Language of Cranes' van David Leavitt, combineert Tap traditioneel borduurwerk met digitale precisie. Hij programmeert de borduurcomputer zelf.
Technische uitdagingen zijn voor hem essentieel. Lussen stof functioneren als een gebreide structuur. De vormgeving oogt uitbundig, maar is volgens Tap feitelijk opgebouwd uit rechthoekige lappen stof. Complexiteit ontstaat in de constructie, niet in de basisvorm.
Niet alles in de tentoonstelling is ooit verkocht, maar veel stukken kennen een tweede leven. Jurken zijn vertaald naar bruidskleding, avondjurken of maatwerk voor klanten. Wandkleden worden als autonome kunstwerken verkocht.
Het klassieke couturemodel blijft leidend: een halfjaarlijkse presentatie, waarna klanten een stuk exact of in aangepaste vorm bestellen. 'Ik wou dat ik alles verkocht', zegt Tap droog. 'Dan ging ik op reis.'
Toch is commercie niet het uitgangspunt. Wie bij Tap aanklopt, moet zich voegen naar zijn handschrift. 'Je komt niet met een tekening en zegt: maak dit maar. Dan stuur ik je door. Ik wil mijn tijd besteden aan hoe ík vind dat dingen eruit kunnen zien.'
Taps eerste grote show was in 1983 in Delft, toen hij nog studeerde. Invloeden van ontwerpers als Rei Kawakubo, Yohji Yamamoto en Paul Poiret brachten hem ertoe anders naar het lichaam te kijken. Sindsdien ontwikkelde hij een eigen patroonlogica die hij niet meer loslaat.
'Main de Dieu | Main de Diable' is daarmee meer dan een overzicht. Het is een reflectie op een levenslange zoektocht naar inspiratie, tussen geloof en verleiding, tussen handwerk en technologie, tussen couture en kunst. En of het uiteindelijk de hand van God of die van de duivel is? 'Misschien moet ik nog tien jaar wachten om dat te weten.'
De tentoonstelling 'Main de Dieu | Main de Diable' van Peter George d'Angelino Tap is van 28 februari tot en met 14 april 2026 te zien in The Globe, Waldorpstraat 15 Den Haag.
Source: Omroep West Den Haag