Protectionisme De Europese Unie moet haar bedrijven voortrekken en beschermen, vindt Eurocommissaris Séjourné. Andere landen doen dat immers ook. Maar bijvoorbeeld de Duitse automakers zien hun toelevering in gevaar komen.
Een medewerker van Volkswagen voert een controle uit bij een auto die zojuist bij de Duitse fabrikant is voltooid.
Er zijn veel labels te plakken op de nieuwe koers die de Europese Commissie komende week wil inslaan. Autonomer. Geslotener. Broodnodig. Of zelfs dat meest sinistere woord, dat klinkt als een enge ziekte als het uit de mond van liberaal ingestelde diplomaten komt: Franser.
Het is nog altijd niet zeker dat de – zeer vergevorderde – plannen voor de Industrial Accelerator Act woensdag echt worden aangekondigd. Intern geruzie over de reikwijdte leidt al drie maanden tot uitstel. Maar de voorgenomen koerswijziging is onmiskenbaar: de EU gaat in cruciale sectoren harde voorwaarden stellen om haar eigen bedrijven voor te trekken en te beschermen.
Europa kan niet anders, vindt Stéphane Séjourné, de Eurocommissaris die de onderhandelingen overziet. Ingrijpen in de markt is in zijn ogen onvermijdelijk. Oneerlijke concurrentie viert hoogtij, grootmachten buiten elkaars afhankelijkheden uit. Niemand speelt het spel nog keurig volgens de regels van de vrije wereldhandel – behalve Europa.
De hoog oplopende discussie draait om één deel van het plan. Séjourné wil afdwingen dat ‘Koop Europees’ in strategische sectoren voortaan de norm wordt. In een conceptversie van half februari, in handen van NRC, wordt hiervoor gekeken naar drie sectoren: de autosector, de zware energie-intensieve industrie en groene, duurzame technologie.
Op die drie gebieden kan de EU het zich simpelweg niet veroorloven te worden weggeconcurreerd, redeneert de Eurocommissaris. De norm wil hij bereiken door een inkooppercentage te verplichten voor bedrijven die in aanmerking willen komen voor overheidsopdrachten en subsidieprogramma’s. Dat percentage moeten bedrijven uit de EU, of een selecte groep partnerlanden, minimaal halen.
Al maanden wordt hevig gediscussieerd over de precieze voorstellen. Het Commissieplan is formeel pas het startschot van onderhandelingen. Alle lidstaten mogen zich er nog over buigen, net als het Europees Parlement. Maar in Brussel weet iedereen: het effectiefste moment om te lobbyen is vóór het officiële voorstel naar buiten komt.
Ingewijden zeggen tegen NRC te verwachten dat het plan ditmaal wél wordt gepresenteerd. De Commissie zal wel moeten, wil ze het initiatief behouden. Anders dreigen de regeringsleiders het op te eisen, na maanden uitstel en met een EU-top voor de deur, in maart.
De man achter het voorstel, Eurocommissaris Séjourné, is een liberaal, maar wel van de Franse slag. Critici beschouwen hem als belangenbehartiger van Frankrijk. Sympathisanten daarentegen zien iemand die de tijdgeest – krimpende industrie, oneerlijke concurrentie – beter aanvoelt dan veel collega’s. In hetzelfde plan staan voorstellen om buitenlandse overnames in strategische sectoren onmogelijk te maken en kennisoverdracht verplicht te stellen.
Volgens Séjourné is dit soort protectionisme bittere noodzaak. In de eerste plaats politiek, om te voorkomen dat de Europese economie kwetsbaar is bij een nieuw Nexperia-drama of een herhaling van de Groenlandcrisis. En economisch, om Europese bedrijven een gegarandeerde afzetmarkt te bieden en zo de groei aan te jagen. Bovendien: het gaat om Europees belastinggeld.
Dit alles vraagt om actief ingrijpen, redeneert de Eurocommissaris. Vergelijkingen met Donald Trump schuwt hij niet. „Ik deel niet zijn methodes, wel zijn agenda in de zin dat ik vind dat we Europa moeten her-industrialiseren”, zei hij eind vorig jaar in gesprek met NRC.
Steun is er zeker. Zijn grootste medestanders vindt Séjourné bij Europese toeleveranciers en bij bedrijven die nu al grote delen van hun productieketen op Europese bodem hebben georganiseerd. Een opiniestuk van zijn hand werd begin deze maand mede ondertekend door meer dan duizend Europese bedrijven, waaronder Tata Steel, Novo Nordisk en Air France-KLM.
Maar de afgelopen weken zwol ook de kritiek aan. Washington, Londen en Ottawa zijn boos dat ze worden buitengesloten, net als Beijing. En tegenover de bedrijven met veel Europese leveranciers staan concurrenten – de Duitse auto-industrie, om een voorbeeld te noemen – die hun bedrijfsmodel hebben gebouwd op goedkope, veelal Chinese productielijnen.
Ook Nederland en Zweden stellen zich, als voorvechters van vrije handel, zeer kritisch op. Zij vrezen dat bedrijven door de nieuwe eisen van de Commissie hogere kosten maken en minder concurrerend worden, áls de gestelde doelen überhaupt haalbaar zijn.
Het resultaat, zegt Europarlementariër Mohammed Chahim (GroenLinks-PvdA), is een waaier aan wensen. „Frankrijk wil ‘Made ín Europe’. Duitsland wil ‘Made wíth Europe’. En Nederland en Zweden willen het liefst helemaal niets.”
Intussen is ook binnen de top van de Europese Commissie een verzetslinie onstaan. Daar heerst nog een andere zorg: dat de EU nu geen landen van zich kan vervreemden. Die vrees komt met name van Maros Sefcovic, de Commissieveteraan die sinds een jaar de wereld rondreist om handelsakkoorden te sluiten.
Séjourné had hier aanvankelijk weinig zin in. Als ‘Koop Europees’ ook gaat gelden voor landen waarmee een handelsakkoord bestaat, is van de strategische autonomie die hij voor ogen heeft weinig over. Zelfs Canada heeft een Buy Canadian-wet die Canadese bedrijven bevoordeelt.
Inmiddels is Séjourné overstag. Om bedrijven meer keuze te geven en de relaties met de rest van de wereld goed te houden, komt er een lijst van ‘betrouwbare partners’: landen buiten de EU en de Europese Economische Ruimte (IJsland, Liechtenstein en Noorwegen).
Ook worden de plannen iets verzacht, door meer tijd voor een overgang te bieden of zelfs uitzonderingen te creëren als een Europese aanbieder te duur is.
De grote vraag is allereerst welke landen precies meetellen als betrouwbare partners. China in ieder geval niet, maar hoe zit het met de VS, Canada, Japan of het VK? Het kamp-Sefcovic zou mikken op zo’n veertig landen, zegt een betrokkene, Séjourné op zo min mogelijk.
De tweede vraag is minstens zo prangend. Kunnen de bedrijven uit die landen op dezelfde voet meedoen als concurrenten uit de EU, zoals Sefcovic wil? Of moeten de partnerlanden eerst beloven hun eigen protectionistische programma’s te versoepelen of anderszins iets teruggeven voor ze toegang krijgen? Séjourné dringt op die voorwaarde aan.
Nog een aantal dagen kan onderhandeld worden. In Brusselse termen: een eeuwigheid.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU