Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn benoeming tot koersdirecteur van de Amstel Gold Race, zeven dilemma’s voor voormalig topwielrenner Tom Dumoulin (35).
De laatste van Leo of tijd voor Tom?
‘De laatste Amstel Gold Race (AGR) van Leo (van Vliet, dit jaar nog een laatste keer koersdirecteur, red.). Dit jaar sta ik in zijn schaduw. Ik heb nog nooit bij een ploegleidersvergadering gezeten of met een veiligheidsteam vergaderd, ik heb nog nooit vrijwilligers aangestuurd. Dus ik kijk nu vooral mee, ik leer en ga veel vragen stellen. Dan hoop ik er volgend jaar klaar voor te zijn.
‘Ik heb vaak met Leo gesproken over het overnemen van zijn rol, maar hij zei: ga eerst eens een paar jaar niet-wielrenner zijn. En daar had hij gelijk in. In de afgelopen drieënhalf jaar sinds ik gestopt ben, heb ik veel geleerd over het normale leven. Ik heb me echt ontwikkeld. Als beroepswielrenner gaan dingen totaal langs je heen.
‘En ik zal nog meer moeten leren. Ik ga iemand opvolgen die dit werk al dertig jaar doet, hè. In eerste instantie zal ik als koersdirecteur verantwoordelijk zijn voor de mannenwedstrijd op zondag. Maar het is zeker geen ceremoniële rol, daar had ik voor bedankt. Dat heb ik meteen aangegeven bij Flanders Classics, dat sinds 2025 organisator is.
‘De AGR schurkt van alle wedstrijden het dichtst tegen de vijf absolute wielermonumenten aan. Ik hoop dat we over een aantal jaar kunnen zeggen: deze koers heeft zo veel historie opgebouwd dat we kunnen spreken van een zesde monument. Maar dat heeft tijd nodig.
‘Het is een uitdaging om je klassieker aantrekkelijk te houden voor de renners en het publiek. De kalender is vol, en wordt alsmaar voller. Er is veel concurrentie van andere wedstrijden. Toppers gaan niet zomaar altijd voor die ene klassieker, daar hebben alle grote wedstrijden last van.
‘Voor het peloton maakt het niet uit dat ik volgend jaar koersdirecteur ben. Misschien helpt mijn naam om een deur te openen die anders dicht blijft, maar uiteindelijk moet ik gewoon kwaliteit leveren. Als ik met een sponsor praat, moet ik een goed aanbod kunnen doen. Hij gaat echt niet met me in zee omdat ik Tom Dumoulin ben.’
Ooit ploegleider of voor altijd koersdirecteur?
‘Voor altijd koersdirecteur. Ik vind het leuk om atleten te coachen, om mijn ervaring in de topsport door te geven. Maar een ploegleider is tegenwoordig vooral de logistiek manager van een ploeg, hij is niet zo bezig met coaching. Daar hebben renners een trainer voor. Ik zou mijn invloed in die rol dus te beperkt vinden.
‘Bovendien weet ik hoe het eraan toegaat binnen wielerploegen, hoe je zo’n wereld ingezogen kan worden. Daar heb ik op dit moment niet zoveel behoefte aan. Ik wil in vrijheid kunnen functioneren. Zoals ik dat kan als analist bij de NOS, en zoals ik dat denk te kunnen in mijn rol als koersdirecteur. Die vrijheid zou ik niet hebben bij een ploeg.’
Fietsen of hardlopen?
‘Fietsen is en zal altijd mijn grote passie blijven. Het is veelzijdiger dan hardlopen, er is na een wedstrijd ook zoveel meer om over te vertellen. En ik doe het nog graag, maar toch kies ik voor hardlopen. De fiets kent voor mij geen uitdaging meer.
‘Ha, ik word alleen maar slechter! Conditioneel, technisch. Voor mijn gevoel kom ik geen bocht meer door, terwijl ik vroeger hartstikke goed kon sturen. Dat is soms pijnlijk om te merken. Al weet ik dat ik nog steeds harder dan 99 procent van de mensen door die bocht ga. Maar ja, vergeleken met wat ik ooit heb gekund...
‘Hardlopen vind ik uitdagend. Ik loop drie, vier keer in de week en merk dat ik nog altijd beter word. Met weinig moeite maak ik stapjes. En sport is vooral leuk als je verbeterpunten ziet. Dat je ontdekt: als ik mijn voet een beetje meer zo of zo neerzet, loop ik lekkerder.’
Tv of theater?
‘Eigenlijk kan ik niet kiezen, mag dat ook? Hoewel het theater eindig is, en ik het werk als tv-analist hopelijk nog jaren kan doen. Vorig jaar ben ik het theater ingegaan met mijn boek Op gevoel. Dit voorjaar doen we vijf extra voorstellingen. Ik vind optreden in het theater leuker dan ik had gedacht. En ik denk ook dat ik er beter in ben dan ik dacht.
‘Het verhaal dat ik vertel, gaat deels over het wielrennen in het algemeen. Ik wilde niet een uur en drie kwartier over me, myself and I praten. Dat verveelt. Maar er zitten natuurlijk wel delen over mijn carrière in. Wat ik heb meegemaakt, hoe ik naar bepaalde dingen kijk. Open en eerlijk, soms rauw. Dat is de enige manier om het te doen, denk ik.
‘Op televisie probeer ik ook mezelf te zijn. Ik hoop mensen thuis mee te nemen in mijn enthousiasme, ik ben gepassioneerd over wielrennen. De kunst is om een balans te vinden tussen de onderkant en de bovenkant van de kijkers.
‘Aan de onderkant zit bijvoorbeeld mijn vriendin Maxime. Zij weet weinig van wielrennen. En aan de bovenkant zit de ‘al jaren wielrennen kijkende en alle podcasts luisterende mens’. Ik zou graag zien dat ze het allebei leuk vinden om mijn analyse te horen. Dat het begrijpelijk genoeg is voor Maxime en dat het niet kinderachtig wordt voor degene die veel van wielrennen weet.’
Het leven op de fiets of het leven ná de fiets?
‘Ik zou mijn leven op de fiets voor geen goud willen hebben gemist. Dat extreem doelgerichte leven is zo raar, zo bijzonder. Dat ga ik nooit meer meemaken. Soms mis ik het, dat alles moet wijken voor dat ene doel. Het maakt al het andere lekker onbelangrijk, de enige vraag die ik mezelf hoefde te stellen was: wat is het beste voor mij op de fiets? Maar het leven ná de fiets is makkelijker.
‘Ik kan nu genieten van wat ik meemaak, echt in het moment zijn, in een gesprek. Vorige week heb ik carnaval gevierd in Maastricht, het was heerlijk om totaal niet bezig te zijn met mijn conditie. Als renner kon ik dat nooit, ik was in mijn achterhoofd altijd bezig met presteren.
‘Zelfs de paar keren per jaar dat ik mezelf toestond om met vrienden op stap te gaan. Dat had ik dan precies gepland in mijn trainingsschema, in mijn periodisering. En die drie drankjes te veel die ik me op zo’n avond kon permitteren, werden nooit vier.
‘Alles was afgewogen, alles was perfectionistisch. Dat maakte me op een gegeven moment echt helemaal gek. Als ons zoontje Oscar nu ziek is, dan is dat maar zo. Ik pak hem op, geef hem eten. Als renner zou ik panisch zijn geweest. Zeker als ik net drie weken boven op een berg had gezeten om mezelf af te beulen, vlak voor een ronde als de Giro d’Italia.’
Zondagskind of harde werker?
‘Ik vind het vervelend dat ik als zondagskind wordt gezien, het is best vaak tegen me gezegd. Het impliceert dat dingen mij komen aanwaaien. Ja, ik ben op een zondag geboren, op 11 november nog wel, een geluksdag in Limburg. En ja, ik leerde makkelijk op school, had geen moeite met vriendschappen. Waarschijnlijk heb ik ook de juiste genen meegekregen.
‘Maar ik vind dat ik er altijd hard voor heb gewerkt. Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel, ben gedisciplineerd, wil mezelf steeds verbeteren. Het klinkt misschien arrogant, maar het kan niet alleen maar toeval zijn dat ik een goede wielrenner was, en dat het me nu ook lukt in het theater en op tv.
‘Ik ken mijn beperkingen, wil het goed doen, schrijf verbeterpunten op, ben er heel erg mee bezig. Dus ja, je zou kunnen zeggen dat ik een harde werker ben.’
Mathieu van der Poel of Tadej Pogacar?
‘Mathieu. Ik kan enorm van hem genieten, ik vind hem echt een held. Heerlijk hoe hij in het leven staat. Zo onnavolgbaar. Hij heeft ook een beetje het predicaat zondagskind, maar er is niemand die zo hard traint als Mathieu van der Poel, dat weet ik bijna zeker.
‘Hij stippelt zijn eigen pad uit, is niet bang om tegen de stroom in te zwemmen. Is zó overtuigd van zijn eigen weg, dat hij de fouten die hij maakt weet om te zetten in motivatie.
‘Ik vind het bewonderenswaardig hoe hij erin slaagt om nog steeds zijn eigen keuzes te maken. Om die vrijheid en autonomie te behouden die ik tijdens mijn carrière kwijtraakte. Ik hoop dat hij dit jaar aan de start staat van de AGR. Het heeft hem denk ik gesterkt dat Pogacar vorig jaar Parijs-Roubaix én de Amstel heeft gereden.’
Tijdens de 60ste editie van de Amstel Gold Race, op zondag 19 april, geeft koersdirecteur Leo van Vliet het stokje over aan Tom Dumoulin.
1990 geboren in Maastricht
2016 zilveren medaille individuele tijdrit Olympische Spelen
2017 eindzege in de Giro d’Italia en wereldtitel tijdrijden
2018 tweede plek eindklassement Giro d’Italia en Tour de France
2021 zilveren medaille individuele tijdrit Olympische Spelen
Tom Dumoulin is 35 jaar en woont in Maastricht met zijn vriendin Maxime en zoon Oscar.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant