Home

Onderzoek: ook met kleiner Schiphol kan Nederland economisch functioneren

De gedachte dat een zo groot mogelijke luchthaven cruciaal is voor de Nederlandse economie krijgt stevige tegenspraak. Onderzoeksbureau CE Delft concludeert in een vrijdag gepubliceerd rapport dat Nederland ook met een aanzienlijk kleiner Schiphol economisch goed kan functioneren.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Volgens het rapport leidt een krimp van het aantal vluchten tot minder geluidshinder, minder klimaatschade en ruimte voor tienduizenden extra woningen, terwijl de effecten op de bereikbaarheid en de aantrekkelijkheid van Nederland voor internationale bedrijven beperkt blijven. De studie is uitgevoerd in opdracht van de Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), waarin onder meer bewonersorganisaties zijn vertegenwoordigd.

‘De discussie wordt vaak versmald tot de economische betekenis van Schiphol’, zegt onderzoeker Martijn Blom van CE Delft. ‘Maar als je het grotere plaatje bekijkt, dan leiden meer vluchten niet automatisch tot meer economische groei.’

Die conclusie schuurt met het dominante politieke en maatschappelijke beeld dat krimp banen zou kosten, de internationale bereikbaarheid zou aantasten en Nederland minder aantrekkelijk zou maken voor bedrijven. Zo presenteerde KLM in 2024 een eigen impactstudie waarin werd berekend dat de activiteiten van Air France-KLM in Nederland goed zijn voor zo’n 268 duizend banen en ruim 20 miljard euro aan economische waarde. Ook het rapport van oud-ASML-topman Peter Wennink uit 2025 waarschuwt dat verdere krimp de positie van Nederland als internationaal knooppunt zou verzwakken.

Drie scenario’s

CE Delft kiest voor een andere benadering. Naast economische effecten brengt het bureau ook de gevolgen voor onder meer gezondheid en leefomgeving in kaart. Het vergelijkt drie scenario’s: 500 duizend vluchten per jaar (vergelijkbaar met het aantal vóór de coronapandemie), 375 duizend en 250 duizend vluchten. Daarbij is gekeken naar een zogenoemde ‘steady state’: een situatie waarin de luchthaven structureel kleiner is en de economie zich daarop heeft ingesteld.

Bij 500 duizend vluchten worden volgens het rapport 1,34 miljoen Nederlanders blootgesteld aan geluid boven de adviesnorm van de Wereldgezondheidsorganisatie. In het scenario met 250 duizend vluchten daalt dat aantal met ongeveer 57 procent. ‘Geluidsoverlast blijft bestaan, maar de omvang neemt aanzienlijk af’, zegt Blom. Bij minder vluchten heeft bovendien een kleiner gebied te maken met zware geluidsoverlast, waardoor ruimte ontstaat voor de bouw van 29- tot 33 duizend extra woningen rond de luchthaven.

De economische effecten laten volgens Blom een gemengd beeld zien. In scenario met de minste vluchten verdwijnen op korte termijn zo’n 35 duizend banen in de luchtvaartsector en aanverwante bedrijven. ‘We zeggen niet dat er geen werkloosheid ontstaat. Er is een aanpassingsperiode nodig.’ Tegelijkertijd wijst Blom op de krappe arbeidsmarkt: veel werknemers zouden op termijn elders werk kunnen vinden, bijvoorbeeld in de zorg of de energietransitie.

Volgens de onderzoekers maakt een kleinere luchthaven binnen de onderzochte bandbreedte weinig verschil voor de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor bedrijven. Die economische meerwaarde lijkt al rond de 150- tot 200 duizend vluchten grotendeels bereikt.

Daar staat tegenover dat een kleiner aantal vluchten resulteert in minder uitstoot van schadelijke stoffen zoals ultrafijnstof. In het kleinste scenario nemen de aan luchtvaart gerelateerde gezondheidsrisico’s, waaronder hoge bloeddruk en diabetes, volgens het rapport met ongeveer de helft af.

Blom benadrukt dat niet elk effect in geld hoeft te worden uitgedrukt. Neem de reistijd. Bij krimp verdwijnen enkele directe verbindingen en moeten sommige reizigers overstappen, waardoor de reis gemiddeld 18 minuten langer duurt. ‘Je kunt daar een prijskaartje aan hangen’, zegt hij. ‘Maar de vraag is: hoe groot is het effect voor de totale groep reizigers? Is dat substantieel of niet?’

Kritiek op methode

Onafhankelijk luchtvaarteconoom Rogier Lieshout, niet betrokken bij het onderzoek, plaatst stevige kanttekeningen. ‘Op basis van dit onderzoek kun je niet concluderen dat krimp van de luchtvaart positief is voor Nederland’, zegt hij.

Volgens Lieshout is het een gemiste kans dat cijfers niet tegen elkaar worden afgezet. ‘Ik ben bang dat politici hier gemakkelijk uit pikken wat hun welgevallig is.’ Door effecten in geld uit te drukken, kunnen ze volgens hem beter worden vergeleken en gewogen.

Als voorbeeld noemt hij het reistijdverlies van 18 minuten in het scenario met de minste vluchten. De onderzoekers kwalificeren dit als beperkt. ‘Maar je hebt het dan wel over een welvaartsverlies van ongeveer 500 miljoen euro per jaar’, zegt Lieshout. ‘Terwijl de geluidswinst in datzelfde scenario op ongeveer 120 miljoen euro per jaar uitkomt.’

‘Gebaseerd op aannames’

Schiphol laat in een reactie weten dat de luchtvaart een belangrijke bijdrage levert aan de welvaart van Nederland, zoals ook wordt benadrukt in het rapport-Wennink en het coalitieakkoord. In het nieuwe rapport van CE Delft zijn volgens Schiphol niet alle effecten volledig meegewogen en zijn sommige analyses ‘gebaseerd op aannames’.

Daarnaast betwijfelt de luchthaven of Schiphol met 375 duizend vluchten zijn rol als internationaal knooppunt kan blijven vervullen. Vermindering van het aantal vluchten vergroot volgens de woordvoerder het risico op ‘retaliatie’, waarbij andere landen Nederlandse maatschappijen minder toegang geven. Een verdere verlaging van het maximumaantal vluchten zou volgens Schiphol opnieuw kunnen leiden tot een langdurige Europese procedure en uitstel van duidelijkheid over de geldende regels.

Politieke keuze

Het rapport verschijnt op een gevoelig moment. Het kabinet werkt aan een nieuw luchthavenbesluit waarin het maximumaantal vluchten wordt vastgelegd. Daarbij wordt uitgegaan van een plafond van 478 duizend vluchten per jaar. In het conceptbesluit is opgenomen dat Schiphol onder voorwaarden kan doorgroeien naar 500 duizend vluchten, bijvoorbeeld als vliegmaatschappijen stillere toestellen inzetten.

CE Delft benadrukt dat het rapport geen eindoordeel velt. Blom: ‘Wij zeggen niet: krimp is per definitie beter. We laten zien wat de effecten zijn bij verschillende omvangsniveaus. Wat het optimale niveau is, is uiteindelijk een politieke keuze.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next