Home

Kabinet-Jetten wil warmtepomp verplichten, maar makers zijn al gestopt

De hybride warmtepomp lijkt opnieuw verplicht te worden, dit keer vanaf 2029, als het aan het nieuwe kabinet-Jetten ligt. Maar warmtepompfabrikanten kijken daar allesbehalve ontspannen naar. Hun magazijnen liggen nog vol met duizenden toestellen die ze bouwden na de eerdere aankondiging in 2022, toen Hugo de Jonge riep dat een hybride pomp vanaf 2026 verplicht zou zijn bij vervanging van een cv-ketel. Dat plan ging van tafel toen kabinet-Rutte IV viel en de nieuwe coalitie van PVV, BBB, VVD en NSC de verplichting zonder pardon schrapte.

Bedrijven als Remeha en Itho Daalderop hadden in die periode juist zwaar ingezet op uitbreiding. Op verzoek van de overheid schaalden ze hun productie fors op en kwamen er nieuwe fabriekshallen bij. Remeha richtte in Apeldoorn een nieuwe fabriek in voor 140.000 warmtepompen per jaar, Itho Daalderop mikte op 100.000 stuks. Die aantallen werden nooit gehaald. Volgens warmtepompexpert Rick Bruins van Remeha kostte dat besluit de sector miljoenen euro’s. Zijn bedrijf kon de klap alleen nog deels opvangen omdat er ook nog cv-ketels van de band rolden.

De nieuwe fabriek van Remeha in Apeldoorn is inmiddels alweer ontmanteld en gesloten. De productie is teruggebracht tot één lijn in een andere vestiging, waar vorig jaar iets meer dan 10.000 binnenunits van warmtepompen van de band kwamen. Tegelijk bleven fabrikanten zitten met grote voorraden buitenunits en onderdelen uit China. Die proberen ze nu tegen dumpprijzen de markt op te krijgen. Wie nu een hybride warmtepomp aanschaft, krijgt er bij Remeha een nieuwe cv-ketel bij; na subsidie komt de totaalprijs uit rond 3500 euro, inclusief installatie. Volgens Bruins wordt daar niets op verdiend, maar is het nodig om te voorkomen dat de apparaten straks bij het afval belanden.

De druk om snel te verkopen is extra groot, omdat het koudemiddel in deze oudere modellen waarschijnlijk vanaf volgend jaar geen subsidie meer krijgt. Daardoor zouden deze pompen voor consumenten meteen duizenden euro’s duurder worden en feitelijk onverkoopbaar raken. Fabrikanten voelen zich door de overheid in de steek gelaten: eerst fors investeren op verzoek van het ministerie, daarna de verplichting geschrapt, vervolgens de prijzen noodgedwongen omlaag, en toen ook nog een lagere subsidie omdat de systemen ineens zo goedkoop waren. Bruins vat het gevoel in de sector samen als "dubbel genaaid".

Nu het kabinet-Jetten de verplichting in 2029 opnieuw op tafel legt, klinkt er vooral wantrouwen. Fabrikanten willen pas weer investeren als er echte zekerheid is dat het plan blijft staan en een Kamermeerderheid het steunt. Brancheorganisatie Techniek Nederland reageert voorzichtiger positief. Voorzitter Mark Harbers zegt dat de sector het voornemen van het kabinet welkom vindt, maar dringt tegelijk aan op snelle en heldere regels. Installateurs, fabrikanten en huiseigenaren willen duidelijk weten waar ze aan toe zijn, voordat ze opnieuw grote stappen zetten.

Source: Fok frontpage

Previous

Next