Weten of je een soa hebt, zonder een arts of verpleegkundige te zien: dankzij tests die bedrijven online aanbieden kan het. Dat betekent gemak en anonimiteit – en soms ook een flink risico.
Een online zoekopdracht naar ‘soa-tests’ levert een haast onuitputtelijke lijst aan resultaten op. Naast informatiepagina’s van de lokale GGD kom je een scala aan gelikte websites van bedrijven tegen – al dan niet met catchy naam – die ‘snelle en anonieme’ tests aanprijzen.
Daarnaast bieden sommige onlinedrogisten dubieuze zelftests aan, die het soa-testlandschap verder vertroebelen. Welke tests zijn betrouwbaar en welke niet? En welke voors en tegens bieden tests van bedrijven ten opzichte van een ouderwets bezoek aan de huisarts of GGD?
De verschillende aanduidingen zijn wat verwarrend, maar in feite bestaan er drie soorten soa-tests: de klassieke test bij huisarts of GGD, de thuistest en de zelftest, ook wel sneltest genoemd.
Eerst die laatste. Die is te vergelijken met de coronazelftest, je voert hem helemaal zelf uit. Makkelijk, anoniem en de uitslag komt vrijwel meteen: een kwestie van kijken of er twee streepjes oplichten.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Klinkt mooi, maar voor de meeste soa’s zijn deze zelftests volstrekt onbetrouwbaar, waarschuwt Hanna Bos, arts bij Soa Aids Nederland. ‘Daarmee testen op chlamydia of gonorroe is eigenlijk een soort Russische roulette. Zowel valspositieve als valsnegatieve uitslagen komen om de haverklap voor.’
Er is een uitzondering: de hiv-zelftest. ‘Die is betrouwbaar als je meer dan twee maanden geleden een risicocontact hebt gehad, dus doe er vooral een als je bang bent dat je hiv hebt. Hiv is tegenwoordig goed te behandelen, dus testen kan je leven redden.’
Voor minder gevaarlijke, maar vaker voorkomende soa’s als chlamydia, gonorroe en syfilis blijven twee testvarianten over.
De eerste: een bezoek aan de GGD of huisarts. Daar laat je een monster – bloed, urine of vaginaal uitstrijkje – achter. Na een gedegen test in een laboratorium volgt de uitslag ongeveer binnen een week.
De tweede optie is de recentelijker ten tonele verschenen thuistest, die bedrijven online aanbieden.
Thuistests verschillen van de bedenkelijke zelftests. De zelftest voer je van begin tot eind zelf uit, waarna de uitslag ter plekke op het plastic testkitje is te zien. Bij een thuistest neem je alleen het monster zelf af. Dat stuur je vervolgens naar een laboratorium, waarna professionals het onder handen nemen en jou enkele dagen later berichten over de uitslag.
Dat maakt de thuistests in tegenstelling tot zelftests wél betrouwbaar, zegt Bos. In 2018 nam zij met drie collega-onderzoekers zowel zelf- als thuistests voor chlamydia onder de loep. Geen enkele zelftest kwam door de ballotage heen, terwijl alle twaalf onderzochte thuistestaanbieders wel gedegen resultaten afleverden.
Bos verwelkomt betrouwbare thuistestbedrijven dan ook. Het geboden gemak kan twijfelaars misschien over de streep trekken, denkt ze. ‘Thuis een test afnemen en die opsturen is laagdrempeliger dan op afspraak komen bij de huisarts of GGD. Ook voelt een thuistest vaak anoniemer, omdat je geen dokter of verpleegkundige hoeft te zien.’
Toch zijn er ook nadelen. Neem de prijs: waar een thuistest algauw een paar tientjes kost, is een test bij de GGD altijd gratis. Wel kom je alleen in bepaalde gevallen voor een GGD-test in aanmerking, bijvoorbeeld als je klachten hebt of jonger dan 25 bent.
De huisarts brengt testkosten wel in rekening. Een consult kost daar weliswaar niks, maar de prijs van een eventueel daaropvolgende test gaat van het eigen risico af. Let wel: zo’n huisartsconsult is bepaald geen overbodige luxe. Bos: ‘Een huisarts vraagt naar je seksleven en onderzoekt eventuele klachten, en kan daardoor preciezer inschatten welke tests je nodig hebt.’
Dat kan nare situaties voorkomen. Neem een patiënt met kleine zweertjes op zijn penis. ‘Zoiets kan wijzen op syfilis, maar ook op mpox of herpes. Stel: de patiënt ondergaat op eigen houtje een thuistest voor syfilis en de uitslag is negatief. Dan is de kans groot dat diegene met een andere, niet-gediagnosticeerde aandoening rondloopt.’
Het is het grootste euvel van thuistests: gebrekkige voor- en nazorg, ook wat behandelingen betreft. ‘Je kunt bij sommige aanbieders meteen medicijnen bestellen. Maar voor gonorroe heb je bijvoorbeeld een prik nodig, dus dan zul je toch naar de huisarts moeten.’ Bos adviseert sowieso om met een positief thuistestresultaat alsnog naar de huisarts te gaan. ‘Die kan met jou een passende behandeling bespreken en eventueel kijken of er nog andere tests nodig zijn.’
Een aantal soa-testfirma’s verstrekt overigens wel goede informatie, of biedt zelfs consulten met artsen of verpleegkundigen aan. Reden voor Soa Aids Nederland om drie aanbieders als betrouwbaar te bestempelen: soapolinoord.nl, soastudentarts.nl en soapoli-online.nl. In april zal de organisatie het lijstje aanvullen, laat Bos weten.
Hoe dan ook moet soa-diagnostiek ‘zinnig zijn’, stelt ze. ‘Niet testen wanneer dat niet hoeft, dus. Dat is geldverspilling en geeft onnodige stress.’ Neem chlamydia: daarbij geldt sinds kort het devies om alleen bij klachten te testen en te behandelen. Ons lichaam, verzekert ze, kan meestal prima op eigen houtje van de aandoening afkomen. Maar ook hier geldt: ‘Bij twijfel, raadpleeg je huisarts.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant