Home

Eindeloos relevant: de blijvende betekenis van het meesterwerk van David Foster Wallace

Eindeloos vertier Het onvergelijkbare proza van David Foster Wallace in zijn magnum opus Infinite Jest bruist nog altijd. Dertig jaar na verschijning is er nu een vertaling en blijkt zijn verzet tegen hippe, bestudeerde ironie en Weltschmerz treffend vooruitziend te zijn.

David Foster Wallace

Hoe breng je in vredesnaam een extreem talige, veeleisende roman van liefst 1100 pagina’s aan de man? Dat was de vraag waar uitgever Little, Brown in 1996 mee worstelde, toen – na een martelgang van een schrijf- en redactieproces – er een manier moest worden gevonden om publiek te vinden voor David Foster Wallace’s Infinite Jest, een post-postmodernistische roman die voortborduurde op én tegenwicht bood aan het werk van al even lastig te vermarkten postmodernisten als Thomas Pynchon en William Gaddis. Zelfs binnen de uitgeverij had bijna niemand het monsterachtige boek daadwerkelijk helemaal gelezen – Wallace-biograaf D.T. Max merkt in Every Love Story is a Ghost Story. A Life of David Foster Wallace (2012) op dat dat ten burele een running gag werd. En de aanzet voor een promotiecampagne.

David Foster Wallace: Eindeloos vertier. (Infinite Jest) Vert. Robbert-Jan Henkes.

Koppernik, 1173 blz. € 50,-

De lezer moest geprikkeld worden met de gedachte dat Infinite Jest lezen betekende dat je een uitdaging aanging. Scherp gezien, want het is nog altijd een roman die mensen kennen maar zelden helemaal gelezen hebben. Little, Brown verspreidde onder recensenten en boekverkopers ansichtkaarten met opmerkingen over hét literaire evenement van het jaar. „Stel je voor wat men straks over dit meesterwerk zal zeggen!” De schrijver smeekte de uitgever daarmee te stoppen. „Welk meesterwerk? Ik ben drieëndertig. Ik heb geen ‘meesterwerk’.” „Het literaire evenement van ’96?” „Wat als het dat niet is? Wat als niemand het koopt?”

Maar het was wel een meesterwerk. Én het literaire evenement van 1996. Tegelijk is de roman, nu eindelijk in de vertaling van Robbert-Jan Henkes verschenen als Eindeloos vertier, meer gebleken dan dat. Waarom hebben we het er dertig jaar later nog over?

Dystopische wereld

Infinite Jest noodt ons binnen in een dystopische wereld zonder duidelijke ontstaansgeschiedenis. Er is een federatie van Noord-Amerikaanse Staten, er zijn Franstalige separatisten in Québec, er is een tennisacademie (Wallace was zelf een getalenteerd tennisser), er is een doorgangshuis voor verslaafden. Het boek is geplamuurd met personages die – hoofd-, bijfiguur of figurant – barsten van het leven. De belangrijksten zijn tennistalent Hal en Don Gately, de supervisor van het genoemde doorgangshuis. Infinite Jest is niet een verhaal met een kop en een staart, eerder een groeisel met tig uitstulpingen, waaronder een woekerend notenapparaat. En dat alles te boek gesteld in onvergelijkbaar bruisend proza. Don DeLillo, wiens orakel-kwaliteiten Wallace bewonderde, omschreef Infinite Jest niet voor niets als „alles en meer”.

Een belangrijke rol is weggelegd voor een film die ‘The Entertainment’ wordt genoemd. Een film die zo vermakelijk is dat je zal blijven kijken tot de dood erop volgt, een destructieve macht waarbij je nu onvermijdelijk moet denken aan doemscrollen of series bingen. Wallace had televisie op het oog, een medium waarop hij kritisch was met de verbetenheid van de zelfhatende tv-verslaafde. Een medium ook waarvan het belang en het gevaar, naar zijn smaak, in de literatuur nooit goed was behandeld.

Internet is de overtreffende trap van ‘The Entertainment’: een invasieve macht die door commerciële en politieke spelers is gefinetuned voor maximale verslaving, maximaal engagement middels click– en ragebait, maximale extractie van geld, gegevens en tijd. Het heeft de publieke en private sfeer gekoloniseerd, inclusief de meest private: onze geest. En het heeft ons allen geronseld als voetsoldaat. Meer nog dan televisie, fungeert deze ‘Entertainment’ als een aandoening. Een virus.

Infinite Jest staat daarmee op de schouders van het werk van mediasocioloog Neil Postman, die in Amusing Ourselves to Death: Public Discours in the Age of Showbusiness (1985) beargumenteert dat Aldous Huxleys toekomstvisie van een volk geknecht door verslaving aan amusement relevanter is voor het televisietijdperk dan George Orwells visie van autocratie en newspeak. (Helaas zijn we nu gesandwicht door beide.)

Tegen de kille ironie

Maar Infinite Jest ontleent zijn blijvende relevantie niet alleen daaraan. Zoals schrijver, vriend en bewonderaar Tom Bissell opmerkte: als een vooruitziende blik de maat is, dan is de sciencefiction-profeet Philip K. Dick de grootste aller tijden. En Dick is goed, maar niet zo goed. Het is de menselijke dimensie – of in elk geval de poging tot vermenselijking – die de roman optilt. Wallace zag Infinite Jest als weerwoord op de kille ironie van zijn postmoderne voorgangers, wat het tot een hoofdtekst maakt in de New Sincerity-stroming. (De nieuwe oprechtheid.)

„Het is interessant”, schrijft Wallace in Eindeloos vertier, „dat de Amerikaanse levendige kunstwereld van rond de millenniumwisseling anhedonie [het onvermogen vreugde te ervaren, red.] en een leegte van binnen als hip en cool beschouwde. Misschien zijn het de overblijfselen van de Romantische verheerlijking van Weltschmerz, de bekende levensmoeheid, hippe ennui. Misschien komt het omdat de meeste kunst hier geproduceerd wordt door oudere intellectuele levensmoede mensen en vervolgens geconsumeerd wordt door jongeren die niet alleen kunst consumeren maar die kunst eveneens uitvlassen op aanwijzingen hoe je cool en hip moet zijn – en vergeet niet dat voor pubers en adolescenten hip en cool gelijkstaat aan bewonderd en geaccepteerd en opgenomen en derhalve on-Alleen te worden.”

David Foster Wallace.

De inzet van Wallace lijkt te zijn die bestudeerde, hippe anhedonie te lijf te gaan, het leven weer belangrijk te maken en met meer aandacht naar de dingen te kijken. Wallace heeft zelf in interviews en essays steeds gehamerd op oprechtheid, op het willen ontmaskeren van ironie als zelfgekozen kerker, op het ironiseren van ironie, het ontmantelen van de doodlopende weg van postmodern relativisme. Omdat het geen uitweg biedt. Hij probeert in zijn werk de kloof tussen het menselijke en een stijl van experiment en vingervlugheid te overbruggen.

Bij het lezen van Infinite Jest ontwaar je een zekere wanhoop in deze aspiratie – juist wie lijdt onder tekortschieten, kent immense waarde toe aan dat waarin hij of zij tekortschiet. De laatste jaren is er steeds meer duidelijk geworden over de ernstige menselijke tekortkomingen van David Foster Wallace, en de zware wissel die hij op zijn omgeving trok. Dat compliceert en verdiept die aspiratie. En het maakt het lastig de tragische onhaalbaarheid van een oprecht, zuiver en gevoelvol leven niet te verbinden aan Wallace’s uiteindelijke zelfmoord, een zelfmoord die John Jeremiah Sullivan deed verzuchten dat „de taal zelf armer is geworden”. 

Maatschappelijke context

Er wordt wel gezegd dat Infinite Jest, hoewel al dertig jaar oud, de laatste grote, belangrijke roman in de Engelstalige literatuur is. Maar hoe belangrijk is Infinite Jest daadwerkelijk geweest? Of, om een andere kandidaat te noemen, Don DeLillo’s Underworld, dat een jaar later verscheen? Al torenen die romans uit boven het werk van tijdgenoten, ze hebben niet echt school gemaakt – welke schrijver maakt nog school? – en hebben zich niet in het collectieve geheugen verankerd met dezelfde onvermijdelijkheid als een Moby-Dick. Dat ligt niet aan die romans, vermoed ik, maar aan de maatschappelijke context. Staat die nog grote, belangrijke romans toe?

Literatuur is uit het maatschappelijke discours verdwenen – zelfs Infinite Jest heeft nooit veel gewicht in de schaal van dat discours gelegd. Om redenen die dat boek zelf al aanzegt. Het publiek is betoverd – nee, behekst – door andere media, en dan vooral door de commerciële varianten daarvan, wat inmiddels zo’n beetje de enige varianten zijn. Literatuur is niet immuun geweest voor kruisbesmetting met die mores – in de Verenigde Staten zijn alle grote uitgevers onderdeel van enorme mediaconglomeraten die sturen op targets, risicomanagement en celebrity-cultuur. Internet heeft de aandachtsspanne van mensen aangevreten, wat het publiek voor moeilijke, grote romans heeft gedecimeerd. Idem wat betreft de daarvoor benodigde taligheid.

Belangrijker: hoe kun je onze steeds complexere, gefragmenteerde wereld nog vangen in één boek. Je zou kunnen zeggen dat Infinite Jest de grote anti-roman is, een getuigenis van de onmogelijkheid de moderniteit in boekvorm te vangen. Vind nu nog maar eens een vorm voor de grote greep. Boeken die expliciet in gesprek gaan met onze tijd – ik denk aan Afwijzing van Tony Tulathimutte – vangen er meestal slechts aspecten van. De waanzin van deze tijd zou om een waanzinnig en monsterachtig werk vragen. Als er al een hedendaagse David Foster Wallace te vinden zou zijn die zijn of haar geestesgesteldheid dusdanig op de proef zou durven en kunnen stellen, dan is er geen uitgever te vinden die bereid is verlies te riskeren op de resulterende pallet aan bakstenen.

Of het moet Koppernik zijn, die kleine, dappere, onafhankelijke uitgever die na dertig jaar het waagstuk van deze vertaling heeft aangedurfd.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next