In een wereld waarin de grote machtsblokken China en de VS hun eigen industrie beschermen, ontkomt Europa er niet aan om hetzelfde te doen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Bij zijn reis naar China werd de Duitse bondskanselier Friedrich Merz vergezeld door dertig topmanagers uit het Duitse bedrijfsleven. In het verleden waren zulke reizen vaak triomftochten, waarvan de deelnemers terugkeerden met een vette orderportefeuille.
Deze keer sleepte Airbus een grote order binnen, maar voor Duitse bedrijven is China niet meer de lucratieve groeimarkt die het decennialang was. China is een concurrent geworden, die Duitsland op talloze terreinen verslaat met producten die niet alleen veel goedkoper zijn, maar vaak ook technologisch geavanceerder. Duitsland lijdt onder een ‘China-schok’: het handelsoverschot met China is binnen enkele jaren omgeslagen in een groot tekort.
Voor een deel is de Chinese concurrentie oneerlijk. De Chinese staat subsidieert exportbedrijven en houdt de waarde van de Chinese munt kunstmatig laag. Daardoor kan het zijn enorme productieoverschotten in de rest van de wereld dumpen tegen lage prijzen. Merz protesteerde hier terecht tegen, maar China wekte niet de indruk hiernaar te luisteren.
Toch is niet alle Chinese concurrentie oneerlijk. China profiteert ook van zijn enorme schaal, met de energie en de innovatiekracht van een land in opkomst. Ook zonder staatssubsidies zijn veel Chinese bedrijven geduchte rivalen voor Europese concurrenten die zich tot voor kort superieur waanden.
De China-schok plaatst Duitsland voor een dilemma. Als het zijn industrie beschermt, vreest het Chinese tegenmaatregelen, waardoor het marktaandeel van Duitse bedrijven op de grote Chinese markt nog sneller terugloopt. De kwakkelende Duitse economie kan dat niet gebruiken.
Maar zonder bescherming dreigen complete industrieën binnen vijf tot tien jaar te worden weggevaagd, zoals de Franse president Emmanuel Macron onlangs opmerkte.
In deze complexe situatie moeten Merz en andere Europese leiders flexibel en pragmatisch handelen. Een deel van de oplossing ligt in de voltooiing van de interne Europese markt, die de thuismarkt vergroot waardoor Europa de schaal krijgt om beter te concurreren met China en de Verenigde Staten.
Europa is ook niet machteloos tegen China, een vergrijzend land met een zwakke binnenlandse vraag, dat Europa nodig heeft om zijn producten kwijt te kunnen. Ook is Europa in sommige opzichten technologisch superieur, bijvoorbeeld bij chipsmachines van ASML. Deze leverage kan Europa gebruiken om betere deals met China te sluiten.
Maar uiteindelijk moeten de Europeanen een strategisch doel voor ogen houden: Europa moet zijn industriële basis behouden, niet alleen om de mogelijkheden voor toekomstige groei en innovatie te behouden, maar ook om niet totaal afhankelijk te worden van andere werelddelen.
In een wereld waarin de grote machtsblokken China en de VS hun eigen industrie beschermen, ontkomt Europa er niet aan om hetzelfde te doen. De geopolitieke blindheid van Europa is al vaak betreurd. Nu moet het ook geo-economisch de ogen durven te openen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant