Home

Uitgesproken veganist Wouter Waayer: ‘Er moet iets veranderen in hoe we met dieren omgaan’

Als zoon van een kalverhouder kent Wouter Waayer de veehouderij van binnenuit, maar hij is veganist. Een documentaire over hem en zijn ouders leidde tot bedreigingen. ‘Zonder wrijving geen glans, denk ik maar.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

Volwassen koeien lijken het bijna, de vier kalveren die Wouter Waayer van een wisse dood heeft gered. Ze zijn inmiddels een jaar oud, anderhalf keer de leeftijd waarop een vleeskalf normaal gesproken naar de slacht gaat. In de stal van Wouters vader Jan in het Overijsselse Geesteren staan ze in een box in de hoek. De overige boxen worden bevolkt door 250 aanzienlijk kleinere soortgenoten, nu zo’n zes maanden oud.

Als Waayer (36) de box met ‘zijn’ kalveren instapt om ze te begroeten, schrikken ze terug. In de negen maanden dat hij ze kent, heeft hij een hechte band opgebouwd met Liesje, Pino, Bos en Herman, zoals hij ze heeft genoemd. ‘Ze zijn nog wat ondersteboven van hun castratie gisteren. Dat was pittig’, zegt Waayer. ‘Normaal gesproken staan ze te spelen en beuken en doen.’ Nu kijken ze angstig uit hun ogen en ontwijken ze hun verzorger.

Naast zoon van een kalverhouder, is Waayer ook veganist. Een uitgesproken veganist bovendien: op zijn Instagramaccount houdt hij vleeseters een spiegel voor en neemt hij pleitbezorgers van de veehouderij op de hak. Over het ongemak dat dat in zijn ouderlijk huis oproept, maakte hij met Nick Boshuijer voor Omroep Human de documentaire Liesjes hok was leeg. Daarin probeert hij een van zijn vaders kalveren een waardig leven te geven.

Dankzij een crowdfunding kon Waayer Liesje, samen met drie hokgenoten, van zijn vader kopen en zo behoeden voor de slacht. In de zoektocht naar een nieuw thuis voor de dieren was de castratie een noodzakelijk kwaad. ‘De meeste koeienrusthuizen of boerderijen willen ze anders niet hebben.’

Het succes van de crowdfundingsactie, die binnen een paar dagen 15 duizend euro opleverde, verheugde Waayer. Maar de reacties waren niet uitsluitend positief. Digitale scheldpartijen en verwensingen is hij ondertussen wel gewend, maar dit keer kwam het tot serieuze bedreigingen.

Een buurman stond eind januari bij Waayers ouders op het erf. Hij was boos over een fragment uit de documentaire en dreigde Wouter iets aan te doen als het er niet zou worden uitgeknipt. Waayers ouders bevestigen dat het incident heeft plaatsgevonden.

Waayer wil niet zeggen wie het dreigement heeft geuit. ‘Als hij hier lucht van krijgt, staat hij geheid weer op de stoep. Voor mij staat het vooral symbool voor de reacties uit zo’n omgeving op iemand als mijzelf.’ Ook zijn ouders zitten in een lastige positie. ‘Zij wonen daar nog. Ze vinden het lastig als er ‘trammelant in de buurt’ is, zoals ze dat noemen.’

‘Ik wist wel dat mensen het niet leuk zouden vinden. Maar dat het zo heftig zou zijn, had ik niet verwacht’, zegt Waayer in zijn woning in Almelo. Dan laconiek: ‘Zonder wrijving geen glans, denk ik maar. Er zal iets moeten veranderen in hoe we met dieren omgaan. Dus ik laat me niet het zwijgen opleggen. Ik vind het heel belangrijk om dieren een stem te geven.’

Waarom bent u zo uitgesproken? Veganisten die mensen vertellen wat ze wel en niet moeten doen, roepen doorgaans weerstand op.

‘Ik zeg niemand wat hij wel of niet moet. Ik geef alleen mijn kijk op het verhaal, als iemand die is opgegroeid op een boerderij, de dieren kent en weet hoe het eraan toegaat in de stal. Dat is een vrij uniek perspectief. Ik hoop dat ik daarmee iets kan betekenen voor die dieren.’

Hoe wordt de zoon van een kalverhouder veganist?

‘Dat gebeurde pas toen ik op mezelf ging wonen. Ik ging nadenken over wat ik op de boerderij had gezien en meegemaakt. Of het niet anders kon. En ik had natuurlijk ook Liesje gehad.’

Op 6-jarige leeftijd krijgt Waayer een van zijn vaders kalfjes onder zijn hoede. Hij noemt haar Liesje. Ze worden maatjes, de jonge Wouter slaapt zelfs bij het kalf in het stro. Maar op een dag is Liesjes hok leeg. Onderweg naar de slacht, net als zijn vaders overige kalveren. Het opent Waayers ogen.

‘Door mijn band met Liesje zag ik dat kalveren meer zijn dan alleen vlees, dat ze vergelijkbaar zijn met een hond’, zegt hij, met een knik naar de labradoedel die in zijn woonkamer ronddrentelt. ‘Dat heeft wel indruk op me gemaakt. Ik heb toen meteen gezegd dat ik de boerderij niet zou overnemen. Ik dacht: dit is niets voor mij.’

Vlees en zuivel afzweren kwam nog niet in zijn hoofd op. ‘Veganisme was voor mij een onbekende wereld. Mijn hele leven hoorde ik: je moet vlees eten, anders ga je dood. Vleesvervangers waren bij ons een no-go. Toen ik zelf boodschappen ging doen, kocht ik een vegetarische kipschnitzel. Die was eigenlijk best lekker.’

‘Als ik vlees at, proefde ik steeds die geur die ik als kind uit de stal kende. Dat stond me tegen, dus ik gooide saus eroverheen om het een beetje te maskeren. Tot het moment kwam dat ik zei: ik lust geen vlees meer, want ik sta er niet meer achter.’ Waayer werd vegetariër, en zes jaar later veganist.

Hoe reageerden uw ouders?

‘Toen ik vegetariër werd, begrepen ze dat niet. Niemand in hun omgeving was vegetariër. Ik vond het ook lastig uit te leggen. Het voelde als een aanval op wat zij doen, terwijl het dat niet per se was. Tegelijkertijd waren ze ook meegaand. Als ik kwam eten, kookten ze voor mij vegetarisch.

‘Zes jaar later, toen ik veganist werd, vond ik het zelf heel lastig dat te vertellen. Kom ik weer met mijn fratsen, weet je wel. Ik heb het lang niet verteld, sloeg alle koekjes af, tot mijn moeder achterdochtig werd. Toen ik het vertelde, haalde ze een pak koekjes zonder dierlijke producten uit de kelder.’

Beïnvloedde het uw kijk op het werk dat uw vader doet?

‘Lange tijd wel. Ik wilde er niks meer van weten, was boos omdat ik er niks aan kon veranderen. Inmiddels heb ik er meer begrip voor. Ik zat ook lang vast in die mindset, dat je goed zorgt voor de dieren en mensen toch wel vlees eten. Ik begrijp dat het moeilijk is om daar uit te komen.

‘Niet dat ik erachter sta, dat nooit. Maar ik denk dat je met begrip meer bereikt dan altijd maar tegen schenen schoppen. Eigenlijk moet je dit helemaal niet doen, gewoon lekker plantjes gaan verbouwen. Maar omschakelen kost veel geld, hij heeft ook een hypotheek op die stal. Dus ik snap wel dat dat niet zomaar kan.’

Veehouders hebben dezelfde ervaringen als u met dieren, maar kunnen die wel voor zichzelf verantwoorden. Hoe verklaart u dat?

‘Dat is cognitieve dissonantie, en de bubbel waarin ze zitten. Je vertelt elkaar dat het normaal is, dat het altijd zo is gegaan. Omdat je er dag in dag uit aan meewerkt, verdwijnt het gevoel. Het zijn honderden, soms duizenden dieren. Dan is het makkelijk om ze als een massa te zien in plaats van als individuen. Als je die dieren echt in de ogen kijkt, kan je mij niet wijsmaken dat je nog steeds denkt dat zij het oké vinden hoe ze worden behandeld.’

Negatieve reacties op zijn berichten is Waayer inmiddels gewend. Ook uit de buurt, vertelt hij. ‘Er zijn heel veel buren die gewoon domme reacties achterlaten, mij geweld toewensen of intimiderend gedrag vertonen.’

Hoe verklaart u die reacties?

‘De belangen zijn groot. Wat ik zeg voelt wellicht als een aanval op hun inkomsten. Terwijl ik me nooit richt op de individuele boer, en ook vaak uitspreek dat ik begrip heb voor boeren.

‘Ik heb bij deze mensen in de klas gezeten, kwam vroeger bij hen over de vloer om te spelen. Dat soort reacties, omdat ik er anders over denk en me erover uitspreek, dat vind ik jammer. Dat ik het niet met je eens ben, betekent niet dat ik je een slecht persoon vind.’

Dat iemand Waayer via zijn ouders heeft bedreigd, heeft indruk gemaakt. ‘Er is een tijdje geweest dat ik ’s avonds alle gordijnen dichtdeed en de deuren op slot. Het is nu wat weggezakt, maar het blijft in je achterhoofd.’

Het voorval bevestigt voor Waayer wat zijn vader in de documentaire al zegt: als veganist kan hij niet in die omgeving wonen. ‘Ik ben daar niet gewenst’, zegt hij.

En ergens anders op het platteland, waar ze u niet kennen?

‘Uiteindelijk zou ik wel graag ergens buitenaf willen wonen. Een boerderijtje met leuke dieren om me heen. Het klinkt misschien gek, maar de warmte, de nuchterheid, dat iedereen naar elkaar omkijkt, dat vind ik wel heel fijn. Het liefst blijf ik in Twente, of in ieder geval in Overijssel. Maar in Tubbergen, met al die intensieve veehouderij, dat kan gewoon niet.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next