Biologie Wetenschappers uit allerlei disciplines hebben zich al over de vraag gebogen of het hebben van broers en zussen invloed heeft op de sociale ontwikkeling. Bij één vissoort blijkt dat inderdaad zo te zijn.
Twee cichliden (Neolamprologus pulcher) die voorkomen in het Tanganyikameer.
Hoe meer interactie cichliden hebben op jonge leeftijd met broertjes en zusjes, des te socialer deze baarsachtige visjes worden op latere leeftijd: ze vertonen minder agressief en onderdanig gedrag. Dat concluderen twee biologen op basis van onderzoek aan de tropische vissensoort in tijdschrift PNAS.
Van psychologen tot evolutiebiologen: wetenschappers uit allerlei disciplines hebben zich al over de vraag gebogen of het hebben van broers en zussen invloed heeft op de sociale ontwikkeling. Verreweg de meeste gewervelden groeien op in het gezelschap van één of meer verwante leeftijdgenoten, maar onduidelijk is in hoeverre de hoeveelheid siblings doorslaggevend is voor gedrag op latere leeftijd. En maakt het aantal broertjes en zusjes an sich uit of gaat het om het onderlinge contact?
Om die laatste vraag te onderzoeken richtten de vissenonderzoekers, van wie er één verbonden is aan Wageningen University & Research, zich op de soort Neolamprologus pulcher – een bijzonder sociale cichlidensoort uit het Afrikaanse Tanganyikameer. Volwassen vissen van de soort voeden samen de kleintjes op: niet alleen de beide ouders zorgen voor hun nageslacht, ze worden vaak bijgestaan door tot wel 36 (vaak nog onvolwassen) ‘helpers’. Die assisterende vissen komen niet per se uit hetzelfde gezin: ze profiteren van hun diensten doordat ze beschermd worden door de groep en toegang hebben tot betere schuilplaatsen.
Jongere helpers zorgen vooral voor het schoonhouden van de eieren en de larven; oudere helpers verdedigen de groep en onderhouden het territorium. Soms komt een helper uiteindelijk zelf aan het hoofd van de school te staan en krijgt dan dus ook eigen nageslacht.
In de eerste drie maanden van hun leven gaan de jonge cichliden vrijwel uitsluitend om met hun broers en zussen. In die periode ontwikkelen ze vrijwel al hun sociale competenties, maar het ‘helpende’ gedrag vertonen ze pas ná die drie maanden.
Om onderscheid te maken tussen het effect van het aantal siblings en de daadwerkelijke interacties, deelden de biologen de vissen in hun experiment in drie groepen op: een grote school met 32 nakomelingen, een kleine met 8 nakomelingenen een school met 32 nakomelingenwaarbij de vissen slechts in groepjes van 8 met elkaar konden optrekken: ze konden de rest wel zien maar er niet bij in de buurt komen.
Zo ontdekten ze dat de vissen uit de grote, ongestoorde school het sociaalst waren. Ze waren noch agressief noch onderdanig en werden makkelijker geaccepteerd door dominante vissen. Daaruit concluderen de onderzoekers dat zowel het aantal siblings als de daadwerkelijke interactie van belang zijn voor sociaal competent gedrag. Wat cichliden betreft, althans – met het onderzoek is niet zonder meer vast te stellen dat dat ook voor mensen of andere vissen geldt.
Neolamprologus pulcher.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin