Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Twee dringende verplichtingen hadden de westerse democratieën in de jaren dertig,
schreef oorlogscorrespondent Martha Gellhorn in het zojuist vertaalde Het gezicht van de oorlog: de jonge Spaanse democratie helpen verdedigen én Hitler en Mussolini direct in Spanje bestrijden in plaats van tot later te wachten, wanneer de schade en het menselijk leed onvoorstelbaar veel groter zouden zijn.
De westerse democratieën verzuimden, de Spaanse Republiek verloor de burgeroorlog en het fascisme maakte zich meester van vrijwel heel Europa. De schade en het menselijk leed waren onafzienbaar.
Gellhorns vooruitziende blik strekt zich helemaal tot in het heden uit: hoe zou je bij haar woorden niet aan de Oekraïense vrijheidsstrijd kunnen denken? Een jonge democratie die door de oude democratieën geholpen moet worden om zich te verdedigen tegen het Russische imperialisme, aan een front waar tegelijkertijd een halt moet worden toegeroepen aan de wereldwijde opmars van sterke mannen, die zich de tijd waarin ze leven willen toe-eigenen… Al het materiële en immateriële territorium dat nu verloren gaat – van waarheid tot vrijheid, democratie, menselijke waardigheid en grondgebied – is alleen met immense krachtsinspanning terug te winnen, als het al terug te winnen valt.
Het vijfde jaar oorlog is deze week ingegaan, maar daarmee is het beslist geen 1945, het einde is nog lang niet in zicht. Geen van Poetins oorlogsdoelen is behaald, hij heeft meer dan een miljoen soldaten onder de wapenen die hij niet onverrichter zake naar huis kan sturen – hun frustratie en ontevredenheid zullen, gevoegd bij die van alle families die geliefden verloren, een bron van onrust en verzet tegen zijn regime vormen. Poetin heeft de oorlog en de dood van honderdduizenden nodig voor zijn eigen vampiristische voortbestaan.
Intussen doet Europa veel maar nog altijd veel te weinig. De hulp schiet structureel tekort om de oorlog in Oekraïens voordeel te kunnen beslechten. Het lijkt nog altijd meer op corvee dan op levensbelang. Het leveren van langeafstandsraketten, het ontdooien van Russische tegoeden, het verstrekken van noodleningen – steeds weer stuit de noodzakelijke hulp op fatale angst of minzame terughoudendheid, op lafheid, onkunde of sabotage door corrupte, pro-Russische dwarsliggers als Orbán (Hongarije), Fico (Slowakije) en De Wever (België).
Hun ondermijning brengt Oekraïne in onmiddellijk levensgevaar en bedreigt Europa op de middellange termijn. Als Oekraïne verloren gaat dan is dat voor Poetin een aansporing om voort te gaan op de ingeslagen weg. Dan verliest Europa zijn belangrijkste buffer tegen de Russische dreiging, in een wereld waar artikel 5 van het Navo-verdrag sinds het Amerikaanse verraad geen afschrikking meer vormt. Het Russische leger krijgt er zo’n honderd Oekraïense brigades bij, die onder dwang tegen elk gewenst doel in Europa zullen worden ingezet, want dat is de Russische methode: de overwonnenen voor je laten vechten, zoals ontvoerde Oekraïense kinderen nu worden ingezet om tegen hun vaderland te vechten.
Waarschuwingen, waarschuwingen. ‘Onze artikelen’, schrijft Gellhorn, ‘mochten nog zoveel goed doen, in feite was het of ze met onzichtbare inkt geschreven waren, gedrukt op bladeren, een prooi van de wind.’
Aan het Oekraïense front, zeggen de woorden op dit dwarrelende blad, staat de toekomst zelf op het spel – door het land niet voluit te steunen in deze strijd tegen het fascisme tekent Europa opnieuw zijn eigen doodvonnis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns