Home

‘Het is toch zuur als je hierop failliet gaat?’ De naheffingen stromen binnen bij een manege, die volgens de rechter een zorgverlener is

Pensioenen Een manege die als nevenactiviteit scholieren begeleidt die in het onderwijs zijn vastgelopen, moet voor alle medewerkers met terugwerkende kracht pensioenpremie afdragen alsof zij een zorginstelling is.

Lizzy Visscher-de Koning op haar manege.

Met haar hoofd maakt ze een schuine knik naar de immense rechthoekige zandbak waar ze van bovenaf op uitkijkt. Daar gebeurt het allemaal, in de rijbaan waar bezoekers van de manege de paarden en de pony’s bestijgen.

Lizzy Visscher-de Koning runt sinds 2018 samen met haar echtgenoot een hippisch bedrijf aan de rand van de stad Utrecht, gekocht van de vorige eigenaar, van wie ze zelf als kind ooit rijles kreeg. In de bistro op de eerste etage neemt ze onder het genot van een kop thee de tijd om uit te leggen wat hun overkomen is, ook om andere ondernemers te waarschuwen. Want een op het eerste gezicht onschuldig initiatief blijkt een grote bedreiging geworden voor het voortbestaan van de manege.

Het avontuur begon in 2021. Visscher-de Koning, die sociaalpedagogische hulpverlening studeerde, zag hoeveel plezier de ruiters met alle dieren hadden. Kunnen we ook niet wat betekenen voor mensen die het wat moeilijker hebben, dacht ze. „We wilden een maatschappelijke bijdrage leveren. Dat wordt ook in veel branches aangemoedigd: kijk eens hoe je mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in jouw bedrijf kan integreren.” Want niet ieders leven loopt zoals ons leven loopt, zegt ze.

De manege besloot Utrechters die het moeilijk hebben te helpen met de besteding van hun dag, gericht op een terugkeer naar school of betaald werk. Op de manege met ruim dertig pony’s en paarden kunnen zij onder begeleiding van alles doen: kippen voeren, hokken schoonmaken, wandelen met de paarden, pony’s poetsen en ze naar de paddock brengen. Alles draait om contact met de dieren.

Onder hen zijn ook veel thuiszitters, scholieren die zijn vastgelopen in het onderwijssysteem. „Dat is een schrikbarend grote groep. We proberen ze meer structuur in hun leven te geven, zelfvertrouwen op te laten bouwen door activiteiten te doen. Soms zijn de kinderen dagen niet van hun kamer gekomen. Hier kunnen ze lekker buiten bezig zijn. Het is prachtig om te zien als ze weer plezier ervaren, ook voor hun ouders.” En de resultaten zijn fantastisch, vertelt Visscher-de Koning. Vrijwel iedereen van de jeugd stroomt na een halfjaar dagbesteding uit, om weer aan de eerste lesuren op een school te beginnen.

Dagbesteding aanbieden stelt eisen

Uiteraard bestaan er eisen om zulke dagbesteding te mogen aanbieden. Manege ’t Hoogt is aangesloten bij een kwaliteitskeurmerk, alle medewerkers hebben een verklaring van goed gedrag (VOG) nodig, Visscher-de Koning volgde een cursus tot zorgboer en ze trok een orthopedagoog aan die was ingeschreven in het Kwaliteitsregister Jeugd.

De vergoeding voor deze begeleiding loopt via een coöperatie, de Coöperatie Boer & Zorg, waar de gemeente de dagbesteding voor haar inwoners ‘inkoopt’. Dat was wel even wennen voor de manege, want over de voorwaarden en de tarieven heeft de manegehouder niets te zeggen. „Die worden regelmatig opnieuw door de gemeente bepaald. En daar moeten wij het maar voor doen, ook als de gemeenteraad besluit de vergoeding met 5 euro per uur te verlagen.” Het bedrag voor inwoners uit de ene wijk kan zomaar een stuk lager zijn dan voor inwoners uit een andere wijk. Voor Visscher-de Koning is het een onbegrijpelijke uitkomst van bureaucratie, waarbij zij ook nog vaak achter haar geld aan moet, vertelt ze. Dat hoort er kennelijk bij als de overheid je klant is.

De manege van Visscher-de Koning biedt vooral paardrijlessen, maar ook dagbesteding aan.

Maar de grootste verrassing moest nog komen. Visscher-de Koning vroeg zich af of de manege extra pensioenopbouw voor alle medewerkers kon regelen. Iedereen in Nederland krijgt vanaf zijn pensioengerechtigde leeftijd een AOW-uitkering. Daarnaast spaart 90 procent van de werknemers via zijn baas voor een pensioen. De hippische sector is een van de uitzonderingen: daar geldt geen verplichte pensioenregeling.

Toch wilden ze bij Manege ’t Hoogt een paar jaar geleden kijken of ze zich vrijwillig konden aansluiten bij een pensioenfonds. Maar de informatie van pensioenfondsen vond ze weinig inzichtelijk, behalve die van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Landbouw. Die gaf duidelijke informatie en is betrokken bij duurzaamheid. En de manege past ook het best bij de landbouwsector.

Zelf kiezen kan niet

Maar een vrijwillige keuze bleek niet mogelijk. Sterker, pensioenfonds Zorg en Welzijn, met 250 miljard euro het een-na-grootste pensioenfonds van Nederland, liet weten dat de manege zich verplicht bij het fonds moest aansluiten en stuurde direct een factuur over 2022: of de manege per omgaande meer dan 20.000 euro wilde overmaken.

’t Hoogt had volgens het fonds al veel eerder voor al het personeel verplicht pensioenpremie moeten afdragen. Dus niet alleen voor de zorgverlenende orthopedagoog, maar voor alle twaalf werknemers, ook de medewerker van de bistro, de stalhulpen, de paardrij-instructeurs. En de rekening was niet mals: die kwam erop neer dat de manege voor iedere euro omzet aan dagbesteding vijftig cent pensioenpremie moest afdragen.

Dat moet een fout zijn, dacht Visscher-de Koning. Ze verdiepte zich in de regels en zocht op onder welke definitie de manege zou vallen. In een toelichting van het pensioenfonds las ze de beschrijvingen over welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening. Daarbij noemde het pensioenfonds organisaties die arbeidsparticipatie bevorderen, met als voorbeelden kringloopwinkels, restaurants en zorgboerderijen. Als dit type werkgevers meer dan de helft van de inkomsten uit maatschappelijke zorg of hulp krijgt, zijn ze verplicht zich aan te sluiten bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, las zij.

De manege is dus helemaal niet verplicht om zich bij het pensioenfonds uit de zorgsector aan te sluiten, want hooguit 15 procent van de omzet komt uit dagbestedingen, redeneerde de manegehouder. Omdat het pensioenfonds door bleef gaan met rekeningen sturen, ook over andere jaren, en niet van wijken wilde weten, viel het besluit om naar de rechter te gaan. Eis: wij zijn het pensioenfonds helemaal niets verschuldigd.

Is de manege een zorginstelling?

Op 3 december 2025 diende de zaak voor de kantonrechter. Visscher-de Koning had een jurist van haar rechtsbijstandsverzekeraar meegekregen. Het pensioenfonds werd bijgestaan door Zuidas-advocaat en vooraanstaand hoogleraar pensioenrecht Erik Lutjens – „de Nederlandse pensioengoeroe”, citeert zijn advocatenkantoor op de eigen website.

De manege valt inderdaad niet onder de definitie van welzijnswerk of maatschappelijke dienstverlening, beaamde het pensioenfonds, want daarvoor moet je meer dan 50 procent van je inkomsten uit zorg halen. De manege is gewoon een „werkgever in de intramurale en/of extramurale zorg”. Ter zitting verdedigde Visscher-de Koning haar standpunt: de manege is toch geen zorginstelling? Hou nou toch op.

Maar de rechter ging daar slechts ten dele in mee. Inderdaad, de manege is geen zorginstelling, maar „uit niets blijkt dat een werkgever die zorg verleent een zorginstelling moet zijn” om onder de verplichtstelling van de pensioenregeling te vallen. Bepalend is of een werkgever één van de genoemde vormen van zorg verleent, en dat is bij de manege zonder meer het geval. De mensen met dagbesteding worden ook niet betaald vanuit de Participatiewet, maar uit ‘zorgwetten’ zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning, redeneerde de rechter.

Visscher-de Koning begrijpt dat niet. „Ik heb er toch geen invloed op uit welk potje van de overheid ik word betaald? Maar dat bepaalt dus wel de pensioenplicht.”

Hoofdzakelijkheidscriterium ontbreekt

Zij maakte in de juridische procedure pijnlijk hard mee wat het ontbreken van een „hoofdzakelijkheidscriterium” betekent. Zo’n criterium houdt in dat werkgevers verplicht onder een pensioenfonds vallen als zij hun inkomsten hoofdzakelijk uit die ene activiteit halen. En bij de sector „intramurale en/of extramurale zorg” geldt nu juist géén hoofzakelijkheidscriterium. Anders gezegd, of je nu een uurtje of duizend uur ondersteuning biedt: je bent in alle gevallen verplicht je aan te sluiten bij het pensioenfonds Zorg en Welzijn. „Dat de activiteiten van Manege ’t Hoogt hoofdzakelijk bestaan uit het aanbieden van (paard)rijlessen, maakt dit niet anders”, oordeelde de rechter.

Inmiddels blijven de facturen bij de manege binnenstromen. Visscher-de Koning vreest een naheffing van een ton, doordat met terugwerkende kracht wordt geïnd. „Maar ik kan niet met terugwerkende kracht mijn tarieven verhogen. Het betekent dat ik de komende jaren de boel niet kan verbouwen, terwijl het pand onderhoud nodig heeft. Ons bedrijf staat eigenlijk stil hierdoor.”

Ze wil de collega’s in de sector waarschuwen. Ze heeft al contact gehad met het naburige tuincentrum, dat ook dagbesteding aanbiedt. „Dit is een sectorbedreiging, vooral voor de gecombineerde bedrijven: de kringloopwinkels, de zorgboerderijen, de horeca. Het is toch zuur als je hierop failliet gaat? Wie wil nog dagbesteding aanbieden als dit de consequenties zijn? Dat ik hier de regels maak op mijn eigen erf, is vanzelfsprekend, maar dat pensioenfondsen zo hun eigen regels mogen maken, waar is dat vastgelegd? Dit moet niet kunnen.”

Ze is een actie gestart om geld in te zamelen om de advocaat te kunnen betalen voor een hoger beroep.

Reageren? onderzoek@nrc.nl

Verplicht bij een pensioenfonds

De meeste werknemers in Nederland bouwen via hun werkgever een aanvullend pensioen op bij een verzekeraar of een pensioenfonds. Doorgaans legt de medewerker een derde van de premie in en de werkgever twee derde.

Voor ondernemers betekent dit dat zij in veel gevallen verplicht zijn zich aan te sluiten bij een pensioenfonds. Vakbonden en werkgeversorganisaties maken hierover afspraken in de cao.

Bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn zijn vakbonden en werkgeversorganisaties nauw betrokken bij de formuleringen die bepalen of organisaties zich móéten aansluiten bij het pensioenfonds, ook organisaties die niet onder een cao vallen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet zijn goedkeuring geven aan die formuleringen, waardoor de verplichtstelling kracht van wet heeft.

Dertien verschillende bedrijfstakken zijn verplicht zich bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn aan te sluiten. Van de kinderopvang tot de Protestantse Kerk, van tandartsen tot de sportsector. Per bedrijfstak maken de betrokken werkgeversorganisaties en vakbonden aparte afspraken over de uitleg en de voorwaarden. Dat betekent dat niemand van hen naar de volledige paragraaf kijkt.

Werkgeversorganisatie Sociaal Werk Nederland zegt in een reactie alleen betrokken te zijn bij afspraken over organisaties die meer dan de helft van hun omzet uit maatschappelijke dienstverlening halen. Zij behartigt niet de belangen van organisaties die hier minder dan de helft van hun omzet uit halen. De manage valt met haar dagbesteding onder de zorgsector. Maar geen van de organisaties met gecombineerde activiteiten, zoals maneges of zorgboerderijen, blijkt bij de formulering van de regels betrokken. Bij de formulering van de verplichtstelling zijn alleen werkgeversorganisaties betrokken uit de traditionele zorgsector, zoals de ziekenhuizen, de ggz en de gehandicaptenzorg.

De Federatie Landbouw en Zorg, die de belangen van kleinschalige zorgboeren behartigt, is geschrokken van het recente vonnis. Directeur Erik Jansen vreest dat dit grote onbedoelde gevolgen kan hebben voor de kleinschalige zorg en andere gemengde bedrijven. „We gaan dit uitzoeken, dit krijgt wel een staartje.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Pensioenen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next