Home

Opinie: Boos vanwege box 3? Belasting betalen is een privilege

In een land zonder rechtsstaat, zonder gezondheidszorg en zonder een fatsoenlijke infrastructuur, bouw je geen vermogen op. Daarom klinken de reacties op het nieuwe belastingstelsel, dat uitgaat van het werkelijk rendement op vermogen, nogal primitief.

Het is weer raak. Sociale media liepen over van verontwaardiging. ‘Diefstal’, roept de een. ‘Kom in opstand’, post de ander. De aanleiding is het nieuwe box 3-stelsel, dat vanaf 2028 belasting heft over het werkelijk rendement op vermogen. Wat je echt verdient aan spaargeld, beleggingen en vastgoed wordt straks belast. Geen fictief percentage meer, maar gewoon de echte winst. Toch klinken de reacties hierop, in een land dat zichzelf graag beschaafd noemt, opmerkelijk primitief.

Deze klachten lijken nu zelfs succes te hebben, omdat minister Eelco Heinen (Financiën) het plan opeens intrekt, maar dat zou onterecht zijn.

Wie box 3-belasting betaalt, heeft immers per definitie vermogen boven de vrijstelling van bijna 60 duizend euro. Dat zijn niet de mensen die het zwaarst worden geraakt door de huurprijzen, de wachtlijsten in de zorg of de stijgende energierekening. De verontwaardiging is grotendeels de verontwaardiging van het bezit, en die vraagt om wat meer zelfreflectie dan zij doorgaans krijgt.

Jeroen Panders is strategisch adviseur. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De Amerikaanse opperrechter Oliver Wendell Holmes schreef in 1927 dat belasting de prijs is die wij betalen voor een beschaafde samenleving. Die zin siert nog altijd het gebouw van de Amerikaanse belastingdienst IRS in Washington. In Duitsland geldt al decennia een vlak tarief van 25 procent op werkelijk behaalde beleggingswinsten. Niemand in Berlijn noemt dat diefstal.

Scandinavië

In Scandinavische landen, die wij graag als voorbeeld opvoeren als het over zorg of onderwijs gaat, zijn vermogensheffingen gewoon onderdeel van het maatschappelijk contract. De Noor betaalt zijn belasting en verwacht daar zichtbare tegenprestaties voor. Dat contract bestaat ook in Nederland. Maar de bereidheid om er de eigen kant van na te komen, lijkt bij elke belastingmaatregel opnieuw ter discussie te staan.

De econoom John Kenneth Galbraith beschreef in 1958 in The Affluent Society hoe rijke samenlevingen de neiging hebben privaat te investeren en publiek te bezuinigen. Zijn beschrijving van Amerika past verrassend goed op Nederland anno 2026, waar beleggers klagen over belasting terwijl de zorg kraakt en de woningmarkt voor een generatie vergrendeld is.

Vermogensongelijkheid

Thomas Piketty liet in Het kapitaal in de 21ste eeuw met empirische precisie zien dat vermogensongelijkheid structureel toeneemt zolang het rendement op kapitaal hoger ligt dan de economische groei. Zonder herverdelingsbeleid, inclusief vermogensheffingen, versterkt die ongelijkheid zichzelf generatie na generatie. Box 3 is geen aanval op wie het goed heeft. Het is een bescheiden rem op een tendens die Piketty nauwkeurig in kaart bracht.

Kritiek op de uitvoering van box 3 is volstrekt terecht. De wetgeving was jarenlang een juridisch wangedrocht, en de Hoge Raad moest de overheid tot twee keer toe corrigeren omdat fictieve rendementen onrechtmatig bleken. Dat is geen kleinigheid. Maar de principiële verontwaardiging over belasting op werkelijk rendement, los van alle uitvoeringsproblemen, verraadt iets anders: dat een deel van Nederland de verbinding kwijt is met wat belasting eigenlijk inhoudt.

Fatsoenlijke infrastructuur

In een land zonder rechtsstaat, zonder gezondheidszorg en zonder een fatsoenlijke infrastructuur, bouw je geen vermogen op. De veiligheid die je nodig hebt om dat wel te kunnen doen, kost geld. Collectief, georganiseerd geld. Dat heet belasting. En wie dat mag betalen, leeft in een land dat overeind staat. Dat is geen last, dat is een privilege.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next