Soedan Toen de RSF-lieden binnendrongen in de stad Al-Fashar, werden inwoners vernederd, verkracht en gemarteld, stelde VN-onderzoeker Mona Rishmawi eerder. Ook vonden massamoorden plaats.
Mobarak Abdul Rahman (20) wordt overgeplaatst van de Mabrouka-kliniek naar het Abeche-ziekenhuis op 21 februari.
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft dinsdag reisbeperkingen en een wapenembargo opgelegd aan vier leden van de Soedanese paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) wegens het plegen van daden „die op volkerenmoord neerkomen”. Ook werden financiële tegoeden van het viertal bevroren. De RSF wordt voornamelijk gevormd door Arabische en gearabiseerde strijders uit de woestijn. De beruchte groep bezondigde zich in het verleden aan etnische zuiveringen onder Afrikaanse landbouwvolkeren.
De gesanctioneerde lieden zijn vicecommandanten Abdelrahim Hamdan Daglo en Gedo Hamdan Ahmed, generaal Al-Fateh Abdullah Idris en bevelhebber Tijani Ibrahim. Het viertal zou de misdaden vorig jaar oktober hebben begaan volgens de Veiligheidsraad. De paramilitairen namen toen de zuidwestelijk gelegen stad Al-Fashar in, ten koste van het regeringsleger, na een belegering van achttien maanden.
Toen de RSF-lieden binnendrongen in de stad, werden inwoners vernederd, verkracht en gemarteld, stelde VN-onderzoeker Mona Rishmawi eerder. Ook vonden massamoorden plaats. De paramilitairen hadden het gemunt op de niet-Arabische Zaghawa- en Fur-bevolkingsgroepen. Vorige week concludeerde een VN-onderzoeksmissie dat het geweld van de RSF in Al-Fashar in oktober „kenmerken van genocide” vertoonde.