Veiligheid is een groot goed, maar er hangt een fors prijskaartje aan. Dat vereist een eerlijk en open debat, voordat een vrijwel onbegrensde stijging van de defensie-uitgaven betekent dat Nederland niks meer overhoudt om in zijn eigen toekomst te kunnen investeren.
Vrijdagavond 20 februari, Nieuwsuur: de doorrekeningen van het CPB van het coalitieakkoord staan op de rol. Een bankeconoom en een politiek commentator schuiven aan, Eelco Bosch van Rosenthal presenteert.
Wat heeft u eruit gehaald, vraagt hij de bankeconoom. Haar antwoord: ‘Er moet nu eenmaal een rekening worden betaald…’ En vervolgens bespreken zij minutenlang waar het kabinet de dekking denkt te halen en wat daar de gevolgen van zijn.
Koopkrachtplaatjes komen langs: de armen betalen meer dan de rijken, en werkenden betalen meer dan de vermogenden. Daarna vraagt de presentator haar wat ze van de investeringen van het kabinet vindt.
Een nieuw plaatje verschijnt in beeld. Daarop de totale investeringen tussen 2027 en 2055 van vijf posten: energie, stikstof, wonen, onderwijs en defensie – in die volgorde. De eerste vier posten komen niet boven de honderd miljard uit. Ze vallen in het niet bij defensie: 500 miljard euro maar liefst.
Over de auteur(s)
Dennis Vink is hoogleraar Finance and Investment aan Nyenrode Business Universiteit. Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Toch bleef het aan tafel oorverdovend stil: men praatte feilloos om die 500 miljard voor defensie heen. Laten we daarom zelf maar de financiering van het coalitieakkoord ontsluiten. Vanaf 2026 voldoet Nederland aan de Navo-norm van 2 procent: circa 25 miljard euro per jaar. Terwijl bondgenoten als Frankrijk en Spanje rond die grens blijven, kiest Den Haag voor een extreme opschaling. Voorstanders schermen met percentages van 3,5 procent of zelfs 5 procent. Moet van de Navo, heet het, maar dat is pas tegen 2035, en bovendien een richtlijn, geen wet.
We hebben het hier over 25 miljard euro per jaar voor defensie; is dat dan écht
niet voldoende voor onze veiligheid? Toch reserveert het kabinet cumulatief bovenop de basisnorm al 23,2 miljard euro extra tot 2030. Wie de som doortrekt naar 3,5 procent in 2035, ziet de verbijsterende omvang: een jaarlijkse toevoeging van 19 miljard euro, wat bij elkaar opgeteld neerkomt op een astronomisch bedrag van circa 100 miljard euro bovenop de internationale verplichting.
Achter het streven naar veiligheid voltrekt zich een stille, diepgaande herverdeling van publieke middelen die onze sociale fundamenten dreigt uit te wonen. Die 19 miljard euro extra per jaar is meer dan het volledige politiebudget en vergelijkbaar met de uitgaven aan het basisonderwijs. Zulke bedragen herschrijven de nationale prioriteiten.
Maar dat niet alleen. Nederland kampt met tekorten aan arbeid, ruimte en elektriciteit. Daar zijn forse investeringen voor nodig. Wat doet het kabinet? Dat steekt deze in wapens. Een aanzienlijk deel daarvan vloeit via internationale inkoop direct naar buitenlandse producenten. Analyses van het CPB en DNB laten zien dat het binnenlandse groeieffect beperkt is wanneer bestedingen weglekken.
Ondertussen blijven wij zitten met de rekening: stilvallende woningbouw, een haperende energietransitie en een zorgstelsel dat kraakt onder de vergrijzing.
En de lasten voor gewone Nederlanders gaan fors omhoog. Huishoudens betalen via hogere zorgpremies, werkenden via lagere loonruimte en bedrijven via stijgende prijzen. Tussen 2027 en 2030 wordt via de begroting op die manier in totaal 18,3 miljard euro extra opgehaald: gemiddeld 4,6 miljard per jaar.
De politiek noemt het een ‘vrijheidsbijdrage’, maar de forse rekening sijpelt schijfje voor schijfje door in premies en verminderde koopkracht. Na veertien jaar van versobering komt dit erbovenop. Het laat zich raden wat dit met het fragiele maatschappelijk draagvlak zal doen. Onze voorspelling: nog minder politiek vertrouwen en nog meer electorale fragmentatie.
Het kabinet reduceert veiligheid tot militaire slagkracht. Maar weerbaarheid gaat ook om infrastructuur, digitale systemen en sociale stabiliteit. Het is misleidend om deze uitgavenstijging als onvermijdelijk te presenteren terwijl de financiering ervan de sociale basis uitholt en daarmee de sociale veiligheid schaadt.
In plaats van een blanco cheque van 3,5 procent moet het parlement een dwingende doelmatigheidstoets afdwingen. Elke miljardeninvestering dient onderworpen te worden aan een maatschappelijke kosten-batenanalyse, die expliciet de verdringing van zorg, onderwijs en woningbouw weegt. En deze moet bovendien worden getoetst aan het brede welvaartsbegrip dat een eerdere Tweede Kamer zo voortvarend heeft omarmd. Zoals een groep onderzoekers in opdracht van de Verenigde Naties vorig jaar liet zien, gaat iedere procent meer aan defensie gepaard met 2 procent meer uitstoot: wie kiest voor defensie, moet iedere klimaatambitie op zijn buik schrijven.
Als Kamer en kabinet deze koers doorzetten, wordt de zorg voor ouderen minder toegankelijk en verdwijnt de ruimte voor investeringen in onderwijs en klimaat voor toekomstige generaties. Kiezen voor wapens bepaalt hoeveel Nederland overhoudt om in zijn eigen toekomst te investeren. Veiligheid is een groot goed, maar er hangt een fors prijskaartje aan. Dat vereist een eerlijk en open debat: houden we nog wel wat over om te beschermen als we zoveel aan onze verdediging uitgeven?
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant