Home

Wat als de stroom uitvalt en het mobiele netwerk plat gaat? Dan zijn daar de radioamateurs. ‘Dit is PI9DU. Over’

Weerbaarheid Als bij langdurige stroomuitval telefoons niet meer werken en de meldkamer van brandweer, politie en ambulance niet te bereiken is, staan de radiozendamateurs van Dares klaar. Via een officiële noodfrequentie kunnen ze hulp bieden. „In Nederland is niemand echt voorbereid.”

Amateurradiomakers zoals Hans Leemans kunnen in geval van nood bijspringen.

Dick Verburg (call sign PD1CIS) heeft de antennes op het dakterras van zijn flat in een buitenwijk van Amersfoort ingeklapt. Binnen in de televisiekamer schakelen Paul Oor (roepletters PA2PWM) en Hans Leemans (PA8HL) hun radiozendapparatuur uit. Een uur lang is ’s avonds tussen de tv en de loopband, de bank en het bureau, de ene noodmelding na de andere via de ether binnengekomen. Volgens een vast stramien ontvangen met het algemene ‘call sign’: „Dit is PI9DU met een Dares-oefening. Over.”

Vanuit heel Utrecht en Flevoland verzonden andere vrijwilligers van Dutch Amateur Radio Emergency Services (Dares) hun hulpverzoeken naar deze woonkamer; de drie mannen stuurden de fictieve berichten door naar de meldkamer van de hulpdiensten in Hilversum. De gesimuleerde situatie: de stroom is zo langdurig uitgevallen dat telefoons niet meer kunnen worden opgeladen en mobiele netwerken niet meer werken.

De radioapparatuur.

In alle noodscenario’s waarmee lokale bestuurders, instanties als energiebedrijven en andere deskundigen rekening houden, is communicatie met inwoners cruciaal. Dat is een van de lessen van de grote stroomstoring in Spanje en Portugal van mei 2025. In geval van crisis willen mensen weten wat er aan de hand is, en wil de overheid voorkomen dat desinformatie de ronde doet.

Maar het gewone leven gaat tijdens een crisis ook door. En als mensen een ongeluk krijgen en noodnummer 112 niet meer kunnen bereiken, wat dan? De mannen van Dares weten het wel: de ouderwetse analoge radio. „Radioamateurs communiceren via de ether, je hebt geen mobiel netwerk nodig”, vertelt Dares-vrijwilliger Dick Verburg.

16.000 radiozendamateurs in Nederland

Nederland telt naar schatting 16.000 radiozendamateurs, van wie 400 zijn aangesloten bij Dares. Zij kunnen bij crises door de veiligheidsregio worden gevraagd om bijstand. Van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, het voormalige Agentschap Telecom, heeft Dares radiofrequenties op de zogenoemde korte golf gekregen waarop de vrijwilligers in tijdens van crisis mogen zenden.

Met een aantal veiligheidsregio’s, waaronder Gooi en Vechtstreek, heeft Dares afgesproken hoe de radioamateurs kunnen bijspringen. Ze hebben, zo vertelt Verburg, twee uur nodig om operationeel te zijn. Zo lang hebben de palen voor het mobiele netwerk via een noodvoorziening nog stroom en kan Dares vrijwilligers oproepen, antennes bijstellen, de „contouren van het crisisgebied” bepalen en zich bij het Interregionaal Crisiscentrum voegen in Hilversum, waar ook de meldkamer Midden-Nederland gevestigd is. Op het dak ervan staat inmiddels een zendmast van Dares.

Een woordvoerder van Gooi en Vechtstreek zegt desgevraagd: „Als veiligheidsregio kunnen we Dares inschakelen wanneer onze reguliere communicatievoorzieningen uitvallen als gevolg van een grootschalige ramp of crisis. Dares kan niet onze huidige communicatie vervangen, maar kan communicatie tussen specifieke locaties tot stand brengen.”

‘Brand in Kockengen’

In rap tempo komen deze avond demeldingen binnen in de Amersfoortse flat. Vlammen uit een woning in Kockengen. Een vermist kind in Zeist. Een kind is van een fiets gevallen. Een persoon is onwel geworden. Een ontsnapte hond. Een autobrand. Een brand op een binnenvaartschip. Een straatgevecht. Een scheidsrechter die op de tennisbaan uit zijn stoel is gevallen.

De radiozendamateurs in de regio zenden naar het Dares-commandocentrum in de woonkamer van Verburg. Daar schrijft Paul Oor op wie gevraagd wordt om hulp (brandweer, politie of ambulance), waar er iets aan de hand is en wat, wat het call sign is van degene die de melding doet, en het tijdstip. De zendapparatuur werkt op accu’s, maar verder gaat alles met pen en papier.

Paul Oor geeft een briefje met een noodsituatie aan Hans Leemans.

Hans Leemans zendt de informatie vervolgens aan de meldkamer in Hilversum en krijgt ook de terugkoppeling als bijvoorbeeld een ambulance op weg is. Oor geeft die informatie weer door aan de radiozendamateur.

Elke gemeente moet de komende jaren noodsteunpunten inrichten „binnen loopafstand”, of één per vijfduizend inwoners. Daar moeten inwoners informatie krijgen. „Maar hoe moet dat als er geen telefoon is?” Daaraan kan Dares bijdragen, denkt Dick Verburg. Dekkend zal het netwerk niet zijn, want niet in ieder dorp woont een radioamateur met zendapparatuur, bij wie ongevallen of noodsituaties gemeld kunnen worden. Maar aan een eerste pilot met zo’n noodsteunpunt in Utrecht deden de radiozendamateurs al mee. Verburg laat een grote zwarte koffer zien met daarin een zender, een accu („48 uur haal je wel”) en zonnepanelen om de accu op te laden. Zo kan hij „in het veld” zenden.

‘Bakkies’ waren populair

Een grotere uitdaging voor Dares is de aanwas van nieuwe – jonge – radiozendamateurs. Verburg (77) was eind jaren zestig verbindingsofficier bij de mariniers en kwam zo in aanraking met het verzenden van berichten via de ether. Oor (69) werkte in de IT-beveiliging en heeft sinds zijn achttiende een radiolicentie. Leemans (67), ambtenaar bij het ministerie van Justitie & Veiligheid, is ook sinds zijn achttiende radiozendamateur. „Toen ik jong was, had je niets anders om mee te communiceren. Ja, een landlijn.”

Dick Verburg haalt de antenne naar beneden aan het einde van de oefening.

„Bakkies” waren populair, radio’s waarmee je berichten kon ontvangen en uitzenden, en waar je een beetje aan kon sleutelen. Sommige zendamateurs deden het illegaal. „Maar drie keer de politie aan de deur en dan zei je vader: ‘ga jij je licentie maar halen’”, zegt Verburg. Alle radiozendamateurs moeten bij het CBR examen doen om te bewijzen dat zij genoeg kennis hebben van techniek en regelgeving.

De afgelopen decennia liep de belangstelling voor de radio terug. Maar de „zelfredzaamheidsdrive doet wel wat”, merken de vrijwilligers van Dares. Net zoals de gedachte dat Nederland digitaal autonomer moet worden. „Nederland is verwend”, denkt Verburg. „We hebben eigenlijk geen noemenswaardige stroomuitval gehad. Niemand is echt voorbereid, niemand is gewend aan wat er kan gebeuren.”

De drie hebben de Koude Oorlog meegemaakt. Maar dat was anders dan de dreiging nu, zegt Verburg. „Toen hadden we landlijnen en de radio was ingeburgerd. Nu zijn we helemaal afhankelijk van internet.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next