Vader en grootvader maakten in de jaren 30 een bergtocht door Zwitserland of zo’n soort land. Maar waar precies?
De grootvader bij het dorp Andeer – perfect herkend door Google – tijdens zijn tocht in 1938.
De man die wij liever ‘vader’ dan ‘pappa’ noemden omdat hij zo vroeg was overleden had zelf ook een vader. Die noemden wij opa. Deze grootvader hield zoveel van zijn zoon dat hij hem al op zijn zeventiende een Leitz-camera cadeau deed, een Leica. Zelf had hij ook een dure kleinbeeldcamera maar of dat een Leica was weten wij niet.
De zoon werd een enthousiaste amateurfotograaf die al direct vanaf 1935 zelf zijn films ontwikkelde en afdrukte. Hij gebruikte er een vergrotingsapparaat voor dat kennelijk maar korte stukjes negatief kon verwerken en zo is het gekomen dat in zijn nalatenschap twee houten kistjes zitten boordevol kleine stukjes negatief, steeds met maar plaats voor twee of drie opnames. Alles dwars door elkaar: Agfa, Kodak, Perutz, Gevaert, Ilford – you name it. Vanaf 1939 zitten er ook Agfacolor-kleurendia’s tussen, om te beginnen die van de onverwachte mobilisatie vol rats, kuch, bonen en naïviteit.
De kwaliteit van de opnames is helemaal niet zo slecht. De dia’s verbleekten nogal maar werden daar niet lelijker van. Hier en daar kroop wat schimmel in de emulsielaag van geharde gelatine en in een enkel geval verschoof de gelatine op een rare manier over het dragermateriaal dat toen nog uit een celluloseverbinding bestond. Maar het valt allemaal best mee. De tandjes van de tandwielen waarmee de film getransporteerd werd konden nogal wat schade aanrichten, vooral als er hard aan de film getrokken moest worden omdat verkleving was opgetreden.
Door een gelukkig toeval zat er in het deel van het Leica-binnenwerk dat de opname inkadert een oneffenheid die je op bijna alle negatiefjes terugziet: het overtuigende bewijs dat de opnames steeds met dezelfde camera en door dezelfde persoon gemaakt zijn. Een bijzonderheid is dat alle opnames ondersteboven op de filmstroken terecht kwamen.
Het was een monnikenwerk om de juiste negatiefjes bij elkaar te zoeken om zo de chronologie in de opnames vast te stellen. Maar het lukte, op den duur vind je steeds sneller bruikbare kenmerken.
Veel afdrukken, veel positieven zeg maar, zaten er niet in de nalatenschap, kennelijk waren die bij een andere erfgenaam terechtgekomen. Er was eigenlijk maar één interessant stapeltje positieven en daarop was te zien hoe die vader en grootvader een bergtocht maakten in Zwitserland of zo’n soort land. Het moest in een zomer tussen 1936 en 1939 geweest zijn. De twee hadden ook steeds elkaar gefotografeerd en dan zag je ze met zware rugzakken en stevige bergschoenen – maar altijd keurig jasje-dasje – tussen de bergen lopen. Soms in de sneeuw, soms in een alpenwei, eenmaal bij een berghut. Veel hilariteit viel er niet te bespeuren.
Deze foto’s, waarvan de negatieven onvindbaar bleken, kreeg de AW-redactie al zo’n dertig jaar geleden in handen en het lukte haar tot haar grote ergernis maar niet te achterhalen wáár de twee zo vreugdeloos hadden voortgemarcheerd. Tot de foto’s een jaar of tien geleden in een opwelling met een loep werden bestudeerd, toen bleek dat je op een bordje in de berm van een weg nét Promontogno kon lezen. Dat was voldoende, stevig heen en weer rijden met de auto van Google Street View bracht daarna grote delen van de tocht in beeld. Per mail kon je ook Zwitsers om hulp vragen en die vonden dat leuk.
Het zou nog beter worden. Een jaar of vijf geleden werd in een koffertje dat tot dusver over het hoofd was gezien een pak brieven en kaarten gevonden die de tocht nauwkeurig beschreven. Er zat een rollade-touwtje omheen en het bleken de brieven die de jongste van de twee, toen net twintig, aan zijn vriendin had geschreven, steeds op hotelpapier, want vader en zoon deden niet aan kamperen, ze lieten zich koffers met schoon goed achterna sturen. Er was niet één envelop zonder gedroogde bloemen maar verder kwam er weinig plezier uit tevoorschijn: het ging over vreselijk gemis en over blaren, regen, onverwarmde hotels, wrange wijn en eindeloze wandelpartijen. Vaak moest meer dan 45 km over de grote weg worden gelopen om het gereserveerde hotel te bereiken. Maar wij van AW konden de tocht van 1938 weer beter reconstrueren.
Een illustratie (aquatint) van Johann Jakob Meyer uit circa 1825 laat hoe het dorp Andeer er een eeuw voor de wandeltocht uitzag.
Twee weken geleden deed zich een nieuw wonder voor. Bij de afwikkeling van weer een andere nalatenschap verschenen opeens, geloof het of niet, de onversneden stroken negatieven waarvan lang geleden die afdrukken waren gemaakt. Agfa Isopan F in uitstekende staat. Je zag zó dat ze niet uit de Leica kwamen, want de genoemde oneffenheid ontbrak en de opnames stonden opeens rechtop op de film. Ze kwamen uit de camera van de grootvader.
Er bleek veel meer te zijn gefotografeerd dan afgedrukt en de scanner liet opeens compleet nieuwe dorpen, kerken en viaducten zien. De lust ontbrak om ook daar weer met het autootje van Street View achteraan te gaan. Zou ook geolocatie mogelijk zijn met meer moderne middelen?
Waarachtig! De Photo Locator van ChatGPT bakte er niet veel van en wees volstrekt verkeerde dorpen aan, gul voorzien van allerlei kletsverhalen, maar had wel door dat de opnames ergens in het grensgebied tussen Zwitserland, Oostenrijk en Italië gemaakt moesten zijn. Googles Image Search herkende feilloos en subiet de juiste plaatsen, zoals hier op de illustratie het dorp Andeer (dat ChatGPT voor Sargans hield) of het karakteristieke kerkje van Scuol (St. Moritz bij ChatGPT). Met de lokalisatie van de viaducten van de Albula-spoorlijn hadden beide hulpmiddelen moeite, maar ze gaven dat ook eerlijk toe. Die viaducten lijken allemaal sprekend op elkaar. Zomaar een alpenwei met wat koeien en bergen, dat wordt voorlopig nog niets.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin