Woensdag spreekt premier Jetten zijn regeringsverklaring uit in de Tweede Kamer. Daar zal blijken dat een van zijn belangrijkste uitdagingen zich spoedig aandient: de voorgenomen verhoging van het eigen risico. Zelfs oppositiepartijen die nog niet zo lang geleden voor waren, zijn dat nu misschien niet meer.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
Sophie Hermans moet in haar eerste weken als minister van Volksgezondheid meteen aan de slag. De VVD’er staat voor een van de grootste opgaven die het kabinet Jetten zichzelf heeft gesteld. De komende jaren moet Hermans tot 10 miljard euro bezuinigen op haar ministerie.
De wijze waarop ze dat moet doen, maakt het er niet makkelijker op. Ruim de helft van het geld moet de minister ophalen door te doen wat veel voorgaande kabinetten niet durfden: het verhogen van het eigen risico in de zorgverzekering. Jaar na jaar werd door zowel coalitie als oppositie besloten het eigen risico te bevriezen. Het kabinet-Schoof besloot zelfs om het fors te verlagen: een plan dat door de kabinetsval niet is doorgevoerd.
Coalitiepartijen D66, VVD en CDA gooien het roer wat dat betreft geheel om. Niet alleen zien ze af van de forse verlaging die Schoof vanaf volgend jaar wilde doorvoeren, ook moet het eigen risico weer meestijgen met de inflatie. Daarbovenop wil het kabinet Jetten een extra verhoging van 60 euro. Al met al zou het betekenen dat het minimale eigen risico volgend jaar van de huidige 385 euro stijgt naar 460 euro.
De plannen lijken essentieel om de begroting op orde te krijgen. Maar dan moet Hermans ze nog wel door zowel de Eerste als de Tweede Kamer krijgen. Dat ze dat moet doen in een minderheidskabinet dat voor elk plan steeds op zoek moet naar voldoende steun, maakt haar taak al helemaal uitdagend.
Bovendien zit er tijdsdruk op. Omdat het kabinet de bezuiniging al heeft ingeboekt voor 2027, moeten de plannen er ruim voor die tijd doorheen. Formeel moeten ze worden meegenomen in de voorjaarsnota, waarin de belangrijkste begrotingsafspraken voor het volgend jaar moeten staan. Doorgaans gaat die begroting in april of mei naar de Tweede Kamer.
In de praktijk kunnen plannen nog wat worden opgeschoven, iets dat vooral gebeurt bij politiek gevoelige onderwerpen. Ze komen dan terecht in de begroting die in september met Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Maar ook dan is er weinig tijd, zeker met het zomerreces er tussen.
Dat lijkt in dit geval ook een uiterste deadline, ook omdat Hermans rekening moet houden met de zorgverzekeraars. De hoogte van het eigen risico heeft immers gevolgen voor de premie voor de zorgverzekering. Uiterlijk 12 november moeten de verzekeraars de premie voor 2027 berekenen en dus moeten ze tegen die tijd weten waar ze aan toe zijn.
Voor een deel van de plannen is Hermans al bij voorbaat verzekerd van succes. Ze heeft het grootste deel van de bezuiniging binnen zonder daar iets voor te hoeven doen. De nieuwe minister heeft het geluk dat het vorige kabinet de voorgenomen forse verlaging nooit heeft doorgevoerd, maar wel heeft opgenomen in de begroting voor de komende jaren. Hermans kan daardoor volgend jaar al bijna 4 miljard euro besparen door het vraagstuk simpelweg met rust te laten. Datzelfde geldt voor het laten meestijgen van het eigen risico met de inflatie. Dat mechanisme staat al in de wet.
Veel lastiger wordt het om het eigen risico ook nog met 60 euro te verhogen. Daarvoor is een wetswijziging nodig die door beide Kamers moet. Daar is Hermans als minister in een minderheidskabinet afhankelijk van de steun van de oppositie.
Op de PVV hoeft ze niet te rekenen – Geert Wilders voert al volop campagne tegen het plan – maar ook de linkerkant van de Kamer ziet er weinig in. GroenLinks-PvdA is met twintig zetels in de Tweede Kamer en veertien in de senaat van groot belang, maar is juist voorstander van een fors lager eigen risico. Hetzelfde geldt voor kleinere partijen als de SP.
Hermans zal voor steun dus hoogstwaarschijnlijk naar rechts moeten kijken. Daar zijn de kansen op het eerste gezicht wat groter, bijvoorbeeld bij JA21, dat negen zetels in de Tweede Kamer heeft. Bij de doorrekening van het eigen verkiezingsprogramma gaf de partij aan het Centraal Planbureau (CPB) door ook een verhoging van het eigen risico te willen doorvoeren.
Maar dat biedt Hermans allerminst garanties. In de doorrekening liet JA21 namelijk ook opnemen dat de AOW-leeftijd sneller moet meestijgen met de levensverwachting, maar in de Kamer steunde de partij onlangs juist een motie om dat tegen te houden. Bovendien is steun van enkel JA21 niet genoeg, er moet minimaal nog een partij in de Tweede Kamer meestemmen.
Nog lastiger wordt het in de Eerste Kamer. Daar heeft het minderheidskabinet een schamele 22 zetels, terwijl er 38 nodig zijn voor een meerderheid. Wil minister Hermans over rechts, dan kan zij eigenlijk niet om de twaalf zetels van de BBB heen.
Ook die steun is niet zeker. In het verkiezingsprogramma van de BBB staat niets over het eigen risico, maar als coalitiepartij in het kabinet Schoof steunde de partij de verlaging. In november, na de verkiezingen, schreef de BBB nog dat de partij daaraan vasthoudt.
Het levert Hermans een moeilijke uitgangspositie op. De oppositie zal de huid duur willen verkopen en de minister zal op verschillende vlakken tegelijk moeten onderhandelen, iets dat Hermans op haar eerste dag als minister al beaamde. Haar mogelijkheden zijn daarbij beperkt. Elke toezegging in ruil voor steun kost waarschijnlijk geld.
Of het plan er überhaupt doorheen komt, is dan ook zeer onzeker. Maar lukt het niet om het eigen risico te verhogen, dan gaapt er volgend jaar wel een gat van een miljard euro op de begroting.
Dat levert het kabinet een probleem op, maar verhoogt ook de druk op oppositiepartijen. Die zullen immers niet medeverantwoordelijk willen worden gehouden voor al te stevige bezuinigingen die vervolgens buiten hen om worden geregeld om het gat te dichten.
Daarbij is eenzelfde soort scenario als eind 2024 niet uitgesloten. In een poging de scherpe randen van onderwijsbezuinigingen af te halen, stemden vier oppositiepartijen toen in met besparingen op andere departementen, onder meer bij Volksgezondheid.
Hoe de onderhandelingen uiteindelijk ook uitpakken: zowel Hermans als de oppositie zal moeten bewegen. De enige zekerheid is de snel wegtikkende tijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant