Politiek drama ‘‘The Wizard of the Kremlin’ heeft trekken van een rondleiding door een wassenbeeldenmuseum. Maar Coen van Zwol, voormalig correspondent in Moskou, vindt alles even boeiend in de film waarin (fictieve) Kremlinfluisteraar Vadim Baranov op zijn loopbaan terugkijkt. Met Jude Law als Poetin.
The Wizard of the Kremlin. Regie: Olivier Assayas. Met: Paul Dano, Jude Law, Alicia Vikander. 145 min.
De ‘nieuwe Raspoetin’ noemen ze Vadim Baranov (gespeeld door Paul Dano) in Olivier Assayas’ The Wizard of the Kremlin. Een grijze kardinaal. Hij is het fictieve alter ego van real life Vladislav Soerkov, de ‘politiek technoloog’ die de ‘soevereine democratie’ van Poetin (in de film Jude Law) in de steigers zette: een simulatie van een democratie, met media die via ‘temniki’ (dagorders) werden aangestuurd, manipulatie op basis van opiniepeilingen en een georkestreerde massabeweging als Nasji (de onzen), die de jeugd mobiliseerde. Dat 70.000 Nasji-jongeren rond Kerstmis 2006 door Moskou marcheerden verkleed als Ded Moroz (vadertje vorst) en sneeuwmeisje Snergoerotsjka was op en top Soerkov: ironisch, absurd én dreigend. We kunnen ze ook andere uniformen aantrekken, was de inherente boodschap.
Achteraf bleek Vladislav Soerkovs politieke theater slechts een tussenstap richting botte repressie. En een echte Raspoetin was hij nooit: hij behoorde niet tot Poetins inner circle. Maar zijn hippe postmoderne aanpak – Rusland ontdekte pas in de jaren negentig Derrida, Foucault en Baudrillard – maakte school onder autocraten wereldwijd. Steve Bannons motto ‘flood the zone’ – breng de tegenstander in verwarring met een stortvloed aan tegenstrijdig nepnieuws – was Soerkovs specialiteit: denk aan de tientallen absurde Russische verhalen na het neerhalen van de MH17 boven Oekraïne in 2014. Soerkov botvierde ook in Oekraïne zijn theatrale en indirecte methoden: ‘groene mannetjes’ die de Krim veroverden, spontane ‘volksrepublieken’ in Donetsk en Loehansk.
Soerkov, die ooit drie jaar studeerde om regisseur bij het avant-gardetheater te worden, speelde een sleutelrol in de campagne die de grauwe bureaucraat Poetin in 1999 als een anti-Jeltsin presenteerde: geen dronken circusbeer, maar een kille, daadkrachtige ‘silovek’ (sterke man) die de ‘machtsverticaal’ zou herstellen en Rusland weer groot ging maken. Hij verborg Poetins ontluikende politiestaat achter een politieke simulatie waar naast de Kremlinpartij Eenheid ruimte was voor linkse, rechtse en populistische partijen, zolang ze maar gehoorzaamden.
Democratie was onder hem geen levenloos Potemkindorp als in de Sovjet-Unie, maar een circus met politieke acrobaten, clowns en bonte verhalen. Poetin won met een onaantastbare, maar nooit lachwekkende marge. Het was een façade die enige speelruimte bood, sommigen hoopten dat Rusland zo even op adem kon komen van Jeltsins roofkapitalisme op weg naar ware democratie. De realiteit was dat op Soerkovs maskerade de ijzeren vuist volgde.
De ‘grijze kardinaal’ Vadim Baranov (Paul Dano) in ‘The Wizard of The Kremlin’.
Voor mij is het lastig de film The Wizard of the Kremlin te beoordelen: als correspondent in Moskou van 2000 tot 2007, Soerkovs hoogtijdagen, vind ik alles even boeiend. De film volgt trouw de roman van Giuliano da Empoli, hier vertaald en gepubliceerd als De Kremlinfluisteraar. In de film kijkt Soerkovs alter ego Vadim Baranov – inmiddels politiek afgedankt – met een Amerikaanse Ruslandspecialist terug op zijn loopbaan.
Baranov, het enige fictieve personage in de film, wordt vertolkt door Paul Dano, specialist in charismavrije bètamannen. Hij is een onbetrouwbare verteller zonder veel zelfinzicht en een fatalist die het zelden eens is met Poetin, maar altijd zorgt dat hij wint, want politiek is „het enige spel dat het spelen waard is”. Een eenzaam man die louter verticale relaties heeft: bazen en ondergeschikten, geen vrienden. Er is een grote liefde (Alicia Vikander als wispelturig accessoire) die hem in de vroege jaren van het roofkapitalisme verlaat voor de steenrijke oligarch Michaïl Chodorkovski. Een tegenslag die Baranov berustend denkt te incasseren, al is hij dan plots wel geïnteresseerd in status en macht.
Een karakterstudie wordt The Wizard of the Kremlin niet; Baranov fungeert eerder als kleurloos Kuifjefiguur die een bonte stoet Russische potentaten bij de kijker introduceert: de parmantige Chodorkovski, de emotionele, hier vrij sympathieke Kremlinintrigant Boris Berezovski, bulldozer Jevgeni Prigozjin. Soms luistert Vadim Baranov, meestal fluistert hij op lijzige toon postmoderne orakelspreuken. Poetin wordt niet geheel overtuigend vertolkt door de Britse acteur Jude Law, die zijn kin en onderlip soms wat te veel omhoog perst als Mussolini – Poetin perst zijn mond meer samen tot een dunne streep. Law laat zijn rancune iets te veel de vrije loop; Poetins furie is eerder onderkoeld en afgemeten.
Hier en daar is The Wizard of the Kremlin oriëntalisme verweten: Russen zouden in de film een amorfe, simpele massa zijn die hunkert naar absolutisme en een tsaar. Maar in westerse films over spindoctors is het volk ook goedgelovig stemvee, dus zo heel anders is dat niet. Historisch is er bar weinig op de film aan te merken. The Wizard of the Kremlin stipt het opblazen van een serie armoedige flatgebouwen in 1999 aan, vermoedelijk door Poetins geheime dienst FSB om anti-Tsjetsjeense hysterie aan te wakkeren. Het zinken van atoomonderzeeër Koersk, het gelijkschakelen van Russische media, het temmen van Ruslands oligarchen, zelfs dat Soerkov in 2014 mogelijk de scherpschutters selecteerde om betogers op Kyivs Maidanplein te doden. Misschien is het iets te leerzaam; met een looptijd van tweeënhalf uur krijgt The Wizard of the Kremlin gaandeweg trekken van een rondleiding door een wassenbeeldenmuseum. Mij kan dat niet lang genoeg duren, maar Soerkov had het zelf vast wat spannender geregisseerd.