Erkenning Somaliland De recente erkenning door Israël van Somaliland leidde internationaal tot scherpe kritiek. In de hoofdstad Hargeisa heerst nog een feeststemming. „Somaliland is nu een realiteit, er is dankzij Israël geen weg meer terug.”
De drukkerij van Abdi Yusuf in Hargeisa drukt nog steeds Israëlische vlaggen.
Zeker, de erkenning door Israël heeft ons vijanden opgeleverd, zegt de president van Somaliland, Abdirahman Mohamed Abdullahi in zijn ambtswoning in de hoofdstad Hargeisa. Abdullahi, net terug uit Dubai, oogt wat vermoeid na een diplomatieke trip in de Golfregio. „De terroristen van Al-Shabaab [de jihadistische beweging in de Hoorn van Afrika] riepen gisteren een fatwa tegen me uit en Somalië dreigt met een invasie.”
De erkenning door Israël van de zelfverklaarde republiek Somaliland in het noordwesten van Somalië kwam eind december volkomen onverwacht. Het besluit is omstreden omdat het zowel de territoriale eenheid van Somalië als het Afrikaanse principe van onschendbare grenzen ter discussie stelt. De Somalilanders van hun kant zijn nog steeds door het dolle heen, alsof hun natie eindelijk is bevrijd.
Het voormalige Britse protectoraat Somaliland verklaarde zich in 1991 onafhankelijk van het in militaire chaos ondergedompelde Somalië, maar geen enkele natie erkende die status. Somaliland bestond officieel niet. Tot Israël over de brug kwam. De internationale reactie was er een van woede. De Somalische president Hassan Sheikh Mohamud beschuldigde Israël van destabilisatie van de Hoorn van Afrika. Ook zou het land Palestijnen willen dumpen in Somaliland en er een militaire basis proberen te vestigen.
Zo’n militaire basis bij de havenstad Berbera zou Israël een bruggenhoofd geven langs de Rode Zee, een cruciale route voor Israëlische handel en energie. Officieel spreekt Jeruzalem over het recht op zelfbeschikking en stabiliteit in de Hoorn van Afrika, maar strategisch gezien zou een basis Israël dichter bij Jemen positioneren, waar de Houthi’s herhaaldelijk raketten op Israël afvuren uit solidariteit met de Palestijnen.
De Afrikaanse en de Europese Unie, de Arabische Liga en de VN veroordeelden de Israëlische erkenning. Turkije en Saoedi-Arabië, bondgenoten van de regering in Mogadishu, begonnen een diplomatiek offensief tegen de erkenning. Mohamed Abdullahi wijst de kritiek van Mogadishu af. „We hebben Israël geen militaire bases aangeboden langs de Rode Zee en het mag hier geen Palestijnen dumpen.”
Achter de schermen kijkt Somaliland verder dan Israël. Een minister verklaarde tegenover persbureau AFP dat het land bereid is de Verenigde Staten exclusieve toegang tot grondstoffen en militaire faciliteiten te bieden. Het doel: bredere internationale erkenning.
President Abdirahman Mohamed Abdullahi van Somaliland.
Minister van Buitenlandse Zaken Abdirahman Dahir Adam drukt het minder diplomatiek uit. „Ze kunnen naar de hel lopen”, zegt hij over de landen die het Israëlische besluit aanvechten. „Niets is erger dan de situatie waarin we ons sinds 1991 bevonden. We wisten niet meer wat we moesten doen”. Hij verwacht dat meerdere landen Israëls voorbeeld gaan volgen. „We onderhandelen met verscheidene landen over erkenning, er zullen er meer over de brug komen”, voorspelt hij zonder concreet te worden. „Somaliland is nu een realiteit, er is dankzij Israël geen weg meer terug”.
De erkenning door Israël kwam er niet zomaar: In het geheim onderhandelde een zevental politici met Jeruzalem, en eind december gonsde het van de geruchten van een mogelijke erkenning van Somaliland. „Eerst wisten we niet om welk land het ging”, zegt Abdi Yusuf, eigenaar van de drukkerij Segaljet. „We moesten dus snel de juiste vlag op internet opzoeken [toen bekend werd dat het om Israël ging]. Binnen een half uur draaiden de persen. Lange rijen hadden zich inmiddels voor ons bedrijf gevormd en in een mum van tijd hadden we tienduizend Israëlische vlaggen verkocht.”
De straten van Somalilands hoofdstad Hargeisa stroomden vol met jubelende inwoners, zwaaiend met Israëlische vlaggen. In hun euforie leek het grotendeels islamitische land alle afschuw van Israël wegens de oorlog in Gaza eventjes opzij te schuiven. „Ik heb snel al mijn tweets verwijderd over de genocide in Gaza”, lacht Sahra Jibril, eigenaar van een kamelenboerderij. „Maar we hebben nu wel snel een erkenning door een ander, minder bevlekt land nodig.”
Hypocriet, noemen de Somalilanders de kritiek dat je geen relaties behoort aan te knopen met een land dat een genocidale oorlog voert tegen Palestijnen in Gaza. „Waarom noemt iedereen de genocide in Gaza, maar niemand de genocide tegen ons in 1988?”, vraagt zakenman Abdulaziz Awil zich af. „Toen de erkenning kwam, dachten wij Somalilanders niet aan Gaza, alleen aan onszelf.”
Awil duidt op het geweld in 1988, toen het Somalische leger Hargeisa nagenoeg compleet verwoestte. In het noordwesten, het gebied dat nu Somaliland vormt, vielen naar schatting tot 200.000 doden en sloegen honderdduizenden op de vlucht. Sindsdien keerden veel inwoners zich definitief af van Somalië.
Daarom spreken de autoriteiten in Hargeisa niet van een afscheiding van Somalië. „Er bestond nooit een Somalische natie, alleen vijf door Somaliërs bewoonde gebieden in de Hoorn, in Djibouti, Kenia en Ethiopië”, zegt minister Dahir Adam. „Somaliland sloot zich in 1960 vrijwillig aan bij het van Italië onafhankelijk geworden Somalië. Nu nemen we onze onafhankelijkheid weer terug.”
Er is nog veel verbittering onder de Somalilanders over de gebeurtenissen in 1988. De oom van Rooble Mohamed, inwoner van Hargeisa, stierf in zijn armen tijdens de bombardementen in 1988. „Niemand nam het tijdens die genocide voor ons op, en nu willen ze dat wij politiek correct zijn? Vijfendertig jaar lang leefden we in isolement. Nu wil ik mijn kinderen laten studeren in Israël. Erkenning betekent voor ons dat we weer kunnen reizen, zaken kunnen doen met buitenlandse partners en dat we onze zieken naar het buitenland kunnen sturen voor behandeling.”
De juridische argumenten van de Somalilanders voor erkenning zijn duidelijk. Somaliland hield sinds 1991 zes keer eerlijke en onbetwiste verkiezingen en is stabiel in vergelijking met Somalië. Het buurland wordt ondanks de miljarden die de internationale gemeenschap er aan vrede en opbouw spendeerde, nog steeds beschouwd als een mislukte natie vanwege het beperkte gezag van de centrale overheid en het aanhoudende geweld.
Somaliland wist het aan Al-Qaida gelieerde Al-Shabaab grotendeels buiten zijn grenzen te houden. In vergelijking met de voortdurende aanslagen en territoriale controle van Al-Shabaab elders in het land, ervaren veel Somalilanders hun regio als een zeldzaam eiland van orde in een instabiele Hoorn van Afrika.
„Meer dan in welk land in de regio worden mensenrechten hier gerespecteerd”, zegt Guleid Ahmed, advocaat en voorheen verbonden aan Human Rights Centre, een mensenrechtenorganisatie in Somaliland. „Er vinden geen ontvoeringen van dissidenten en martelingen plaats.” Internationale waarnemers plaatsen daar kanttekeningen bij. Somaliland geldt als stabieler en veiliger dan Somalië, maar organisaties als Freedom House omschrijven het politieke systeem als ‘gedeeltelijk vrij’.
Jama Musse Jama zit omringd door boeken en posters van Somalilandse dichters in zijn culturele centrum in Hargeisa. Ieder jaar organiseert hij hier een internationaal boekenfestival. Hij wijst op het psychologische belang van de erkenning. „Er bestaat weer hoop. Direct na de erkenning predikten imams in de moskeeën fel tegen Israël, maar jongeren snoerden hun de mond. Nu zwijgen de imams, ze willen niet tegen de stroom in gaan. Iedere Somalilander steunt het Israëlische besluit. De jonge generatie kon ons isolement niet langer verdragen, wilde deel uitmaken van de wereld en werd onrustig.”
Jama Musse Jama van het Cultureel Centrum van Hargeisa in zijn kantoor.
Van die onrust profiteerden gewapende islamistische groeperingen, zoals het in het Somalië actieve Al-Shabaab. Hun ideologie vond steeds meer weerklank. „Als je geen nationale identiteit hebt, als je niet op een natie kunt steunen, ben je kwetsbaar voor het gedachtegoed van gewapend islamisme. Ik voel me bedreigd.”
Misschien kozen we een lelijke partner, zeggen Somalilanders, maar we hebben vrienden nodig. Abdirahman Mohamed Abdullahi haalt zijn schouders op over alle kritiek op het Israëlische besluit. „Ze gebruiken het als een excuus tegen ons”, zegt de president van Somaliland. „Sommige landen willen ons sowieso niet erkennen. Helemaal niet. Dus of het nu Israël is, of Nederland, ze zullen zich ertegen verzetten. De erkenning door Israël is in ons belang, iedere natie streeft zijn eigen belangen na.”
Hanan Mustafa Hussein (midden, witte sportschoenen) uit Hargeisa is op bezoek in Berbera en bezoekt met haar vriendinnen het strand van Berbera.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU