Duizenden ambtenaren krijgen deze week (alweer!) een nieuwe baas. Maar ook voor alle andere mensen met een nieuwe leidinggevende: hoe zorg je voor een goede eerste indruk? Slijmen of tegengas geven? Eerlijk zijn of liegen? Japke-d. Bouma zet de beste tips op een rijtje.
Ik zag ze deze week staan op het bordes, vrolijk lachend rond de koning, en ik dacht: ja hoor. Wie denkt er aan al die ambtenaren die alweer (!) een nieuwe minister krijgen? Had je amper 11 maanden om aan de vorige baas te wennen, komt er weer een nieuwe ‘frisse wind’ en kan je weer van voren af aan beginnen.
Hoe hun kinderen heten. Of ze allergisch zijn voor noten. Of ze over padel, Mona Keijzer of juist de NRC willen praten. Of ze hun koffie liever voor of na slecht nieuws krijgen. Wat hun voetbalclub is. Hun KOERS. Of ze veganist zijn. En waarom.
Supervermoeiend.
Ik zeg het maar meteen: ik ben er dus heel slecht in. Omgaan met een nieuwe baas. Ik ben altijd te eerlijk. Of juist te nep. Trap op hun hart. Of dweep juist weer te veel. Maak altijd de verkeerde grapjes. Aan mij heb je dus helemaal niks op dit dossier.
Hoewel. Ik zou natuurlijk wel mijn ‘tips’ kunnen delen zodat je weet hoe het níét moet. Niet alleen handig voor ambtenaren met een nieuwe minister. Maar ook voor al die ándere mensen met een nieuwe baas. Komen ze.
Knelpunten? Nee man. Alles gaat hier ongelooflijk soepel! De mensen zijn zó gemotiveerd! Ondertussen brandt het archief, is het budget zoek en heeft ICT zichzelf opgeheven. Maar dat hoeft de nieuwe baas niet te weten!
Loop rond met de energie van een ochtendshow-dj. Joehoe! Zeg minimaal drie keer per dag: „Dit voelt echt als een frisse wind! Nieuwe bezem? Echt wel!”
Vooral niet doorvragen. Doorvragen is voor amateurs. Nieuwe baas: „Ik hoor dat dit dossier lastig ligt.” Jij: „Complexiteit is juist een kracht.”
Dat de borrels legendarisch uit de hand lopen. Dat het kopieerhok een sodom en gomorra is. Dat de gen Z’ers niet meer tegen een geintje kunnen.
Om een nieuwe espressomachine. Korter vergaderen. Meer vakantiedagen. En wel hierom.
„Hebben we al geprobeerd’. „Daar houden we hier niet van.” „Dat lukt je nooit.” En: „Ik dacht het niet, maatje.”
Buzz-woorden die de nieuwe baas in de welkomstspeech gebruikte, belachelijk maken. Deurkruk vastlijmen. Zeggen dat de eerste vrijdag van de maand altijd ‘breng je kat mee naar kantoordag’ is. Haar toegangspas blokkeren. Compromitterende mailtjes vanaf z’n scherm sturen. Vragen of zijn vrouw op de foto, z’n moeder is.
Dat was een legende. Die deed dat toch allemaal net even anders. Die begreep het. Die wel.
„Ik rapporteer niet over afspraken uit het verleden.” „Mijn projecten lopen gewoon door.” „Ik kom één keer per maand naar kantoor en daar mag je al heel blij mee zijn.” Met de CAO wapperen. Over de OR beginnen „die hier heel actief is”. De vakbond „waarmee je korte lijntjes hebt”.
Een Powerpoint over je prestaties geven. Met de pijlen rechts naar boven. Met video, graphics en taartdiagrammen.
Enthousiast knikken. Zo’n goeie baas heb je nog nooit gehad. „Wat een inspirerende visie.” Z’n LinkedIn-profiel uitprinten en ophangen. Hem citeren in vergaderingen. „Zoals jij altijd zegt…” (ook al heeft hij dat nooit gezegd). 40 procent harder lachen om zijn grappen dan je ooit bij je vorige baas deed.
De krant voor haar halen. Saucijzenbroodjes. Tampons. Haar bandenspanning controleren. Whatsapp-berichten die ze op zondagochtend stuurt, meteen beantwoorden. Uitleggen hoe de kopieermachine werkt. Het declaratiesysteem. Uiteindelijk al haar kopieerwerk en mails doen, en boodschappen halen.
Beginnen over de onverklaarbare gaten. Heb je bewijs van dat diploma, is dat een hbo- of een mbo-opleiding?
En dat dat al best lang het geval is.
Dwepen, bezingen en ophemelen. Idealiseren. Gillen van verdriet als de nieuwe baas weer weg gaat.
Ontroostbaar wachten op de volgende.
Kat uit de boom kijken.
Luisteren. Vragen. Doorvragen.
Je expertise laten zien.
Zeggen: ‘Ik zit tot m’n nek in het werk, en de komende maanden al helemaal ramvol. Maar als ik m’n best doe, en wat in mijn agenda schuif, kan ik misschien wat tijd vrij maken voor een nieuwe klus.’
Nooit ‘nee’ zeggen, of debunken maar: ’Wat een interessante nieuwe invalshoek. Laten we daar eens even goed naar kijken.’
Niet zelf problemen neerleggen. Maar ze anoniem bezorgen, in een bruine envelop.
De privénummers doorgeven van de collega’s die om half vijf hun werktelefoon in de la gooien.
En is het tóch mislukt, bedenk dan: bazen komen en gaan. En jij zit er nog steeds.
Heb je een vraag van de week, taboe, of ‘kwestie’ voor deze rubriek? Mail dan naar japkeddenktmee@nrc.nl
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen