nieuwsbriefNRC Voorkennis
NRC Voorkennis In mijn portefeuille als financieel redacteur is het momenteel betalen, betalen, betalen wat de klok slaat. Over cash, Wero en de digitale euro. Een ding bleef daarin onderbelicht: wie voor betalen moet betalen. Dat is de ondernemer. Hoe ziet zijn rekening er nu uit, en hoe gaat die er uit zien in de toekomst?
De inmiddels gesloten buurtwinkel Meijer.
Bij wie ligt de rekening voor het feit dat consumenten in fysieke winkels en online shops zo makkelijk kunnen afrekenen? Wie betaalt voor ons betalen? Vroeger stonden er regelmatig bordjes op toonbanken dat bij een bedrag onder de 10 euro 10 cent of meer extra moest worden afgerekend. Maar sinds een Europees verbod in 2019 op extra pinkosten, mag dat niet meer. En ligt de rekening voor het afrekenen volledig bij de winkelier.
Afgelopen maanden schreven we veel over betalen. Over onze afhankelijkheid van Amerikaanse betaalmethoden – en het gevaar daarin rond bijvoorbeeld sancties. Over of we overgaan naar Wero, de nieuwe pan-Europese betaalmethode. En over de al dan niet introductie van de digitale euro. En over de toekomst van cash. In die berichtgeving heeft de ondernemer, die de rekening krijgt per pintransactie of cashbetaling, weinig aandacht gekregen.
Dit is een ingekorte versie van de NRC Voorkennis-nieuwsbrief. Twee keer per week schrijft de economieredactie van NRC daarin over economische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:
Inschrijven voor NRC Voorkennis
Ten onrechte, zei Eus Peters vorige week tegen me. Niet zonder belang: hij is directeur van de Raad Nederlandse Detailhandel, en behartigt in die rol de belangen van grootwinkelbedrijven en franchisegevers. Oftewel: de nationale ketens die de Nederlandse winkelstraten vullen zoals Hema, Albert Heijn en Bakker Bart plus de winkels waar we online veel bestellen, zoals Bol.com. Maar hij heeft gewoon gelijk, en dus gaat deze NRC Voorkennis over de kosten van betalen.
De belangrijkste vraag: hoeveel kost betalen? De ondernemer is daarvoor per transactie wat kwijt. Als consument merken we dat niet: of we nu in een keer 200 euro afrekenen, of 20 keer 10 euro, ons banksaldo is 200 euro omlaag gegaan. Maar voor de winkelier maken meer transacties voor eenzelfde bedrag aan inkomsten wel uit.
We concentreren hier ons op de kosten voor een zogenoemd betaalschema. Voor pinbetalingen in Nederland zijn de Amerikaanse bedrijven Visa of Mastercard daar de beheerder van: zij regelen dat als wij pinnen dat de bank van de ondernemer contact opneemt met onze bank, met de vraag of er voldoende saldo is. In luttele seconden. Dat kost gemiddeld zo’n 5 tot 7 cent per transactie aan een kassa, wat deels naar de twee betrokken banken gaat, en deels naar Visa of Mastercard.
Bij een online transactie in Nederland – meestal iDeal – verschillen de kosten per bank of betaalbedrijf. Na een roemruchte kartelzaak in het betalingsverkeer begin deze eeuw is in de tarieven voor ondernemers namelijk meer marktwerking gekomen dan in sparen. Ik vond op een website iDeal-transactiekosten variërend van 25 tot 35 cent (echt flink minder dan Klarna, Apple Pay en creditcards die in procenten van het aankoopbedrag afrekenen). Grote webshops, die dankzij hun grote volumes meer onderhandelingskracht hebben, krijgen tarieven vanaf 10 cent.
Er hangen aan betalingen nog allemaal andere kosten, zoals voor het betaalkastje of de online kassa, maar die kosten zijn doorgaans niet per transactie en laten we daardoor hier even achterwege.
De grote vraag van winkeliers is nu: wat worden de kosten nu er zoveel gaat veranderen?
Bij Wero en de digitale euro gaan bovendien waarschijnlijk procentuele tarieven worden berekend, waar pinnen en iDeal nu in Nederland in centen worden afgerekend. Bij een percentage als tarief – nu al heel gewoon buiten Nederland – gaat relatief best wel veel naar het betaalschema en de afhandelende banken als je iets duurders verkoopt. Namens de Nederlandse ketens betoogt Peters dat dat heel gek is: aan de kant van de banken en de betaalbedrijven zijn de kosten namelijk niet heel anders of de betaling nu 20 of 200 euro is, betoogt hij. Hij ziet dan ook bij beide liever „centen dan procenten”.
Op welk manier rekenen jullie nu het meeste af? En zou dat veranderen als jullie de onderliggende kosten voor de winkelier zouden weten? Ik hoor het graag op eva.smal@nrc.nl.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen