Na vier jaar verzet tegen Ruslands grote invasie weten de Oekraïners dat ze op zichzelf zijn aangewezen in de strijd. Dat besef maakt ze sterker, niet zwakker. ‘Dit is onze onafhankelijkheidsoorlog.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Vier jaar agressie tegen Oekraïne door een groot invasieleger levert aan het front veel gesneuvelde militairen en gesneuvelde illusies op. De gesneuvelde militairen komen vooral uit Rusland, de gesneuvelde illusies uit Oekraïne: over de te verwachten hulp en de staatslieden die zo’n slachtpartij op Europese bodem ‘nooit weer’ zouden toestaan, die nooit weer voor agressie zouden zwichten.
Het maakt ze sterker, niet zwakker. ‘We weten nu: we krijgen wel hulp, maar we vechten alleen. Niemand gaat voor ons vechten.’ Het zijn de woorden van Myroslava Petsa, een Oekraïense journalist van de BBC, tegen haar collega van de Volkskrant tijdens de veiligheidsconferentie in München. Ze is allerminst verbitterd, maar wel realistisch.
Petsa werd bekend toen ze tijdens de Navo-top in Den Haag de Amerikaanse president Donald Trump vroeg of hij bereid was raketten voor Patriot-luchtverdedigingssystemen aan Oekraïne te verkopen. ‘Weet u, Rusland bombardeert ons echt voluit.’
Trump toonde zich geroerd en toonde begrip, zeker toen bleek dat haar man aan het front dient. ‘Da’s pittig’, zei Trump. ‘Ik wens je veel geluk.’
Nu vat ze de situatie kernachtig samen: ‘Wij zijn geen Russen. We willen niet onder Russen leven. Nooit. Dit is onze onafhankelijkheidsoorlog.’ Ze wil niet dat hun tweeling hier later mee belast wordt. ‘Wij moeten hierdoorheen.’
In een essay voor The New York Times schrijft collega-journalist Nataliya Gumenyuk woorden van gelijke strekking. Militairen houden niet van de vraag wanneer de oorlog eindigt, schrijft ze. ‘De les van het afgelopen jaar is dat de wereld ons niet komt redden.’ En hoe duidelijker het wordt dat Oekraïners eigenlijk alleen op zichzelf kunnen vertrouwen, ‘hoe minder bezorgd het nationale humeur lijkt’.
‘De oorlog voelt niet langer als een onderbreking, het is gewoon de realiteit’, aldus Gumenyuk. Ze citeert een hijskraanbestuurder van een beschoten fabriek in Nikopol, die uitlegt waarom de vraag naar het einde van de oorlog betekenisloos is. ‘Alles hangt af van hóé de oorlog eindigt, niet wanneer.’
Vanzelfsprekend smachten Oekraïners naar vrede, maar voor de overgrote meerderheid mag die niet tegen elke prijs komen. Ze betalen een torenhoge prijs voor de Russische agressie en zijn bereid tot concessies. Maar het ‘vredesproces’ dat door president Trump is begonnen, biedt voorlopig alleen de Amerikaanse onderhandelaars en de Russische president Vladimir Poetin goede vooruitzichten: voor de Amerikanen zakelijk gewin en een Nobelprijs, en voor Poetin snelle gebiedswinst die militair niet binnen bereik ligt.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky ziet geen serieuze Russische wil om concessies te doen. Hij krijgt gelijk van Rusland-experts zoals Tatjana Stanovaja: ‘Zolang Poetin aan de macht is, (...) gaat de oorlog door. Er kan hoogstens sprake zijn van een simulatie van onderhandelingen en een simulatie van een akkoord.’
Rusland heeft het moeilijk qua economie en het vervangen van de gedode militairen, erkent expert Aleksandra Prokopenko. Maar Poetin ziet behalve een ‘uitgeput Oekraïne’ ook ‘een Europa dat worstelt met zijn eigen structurele crisis, politiek gefragmenteerd is en het niet eens kan worden over strategische kwesties, inclusief Rusland’.
Dus gaat Poetin door, in de veronderstelling dat Trump makkelijk aan het lijntje te houden is.
Oekraïners weten wat de regering-Trump niet begrijpt: Poetin valt niet af te kopen met land. Hij wil Oekraïne als onafhankelijke staat breken. En Oekraïners kunnen en willen hem die ‘prijs’ niet geven. De externe hulp is verminderd, maar het Oekraïense leger is sterker en autonomer geworden.
Europese politici gedragen zich – nu de Amerikaanse hulp weg is of betaald moet worden – als betrouwbare steunpilaren van Oekraïne die een plek aan de onderhandelingstafel ‘verdienen’. De Poolse veiligheidsexpert Slawomir Debski is daar sceptisch over. ‘De echte vraag is: wat wil Europa aan tafel doen? De voorwaarden van de Oekraïense overgave mee helpen schrijven?’
Europa ‘heeft geen overkoepelende strategie en kan dus ook niet besluiten welke instrumenten het tot welk doel moet inzetten’, zegt Debski. ‘De VS hebben wel een strategie. Die vinden wij niks, maar bekritiseren is makkelijker dan er zelf een bedenken en er de pijnlijke consequenties van aanvaarden.’
In plaats daarvan ‘weigert Europa Rusland te verslaan en houdt het Oekraïne levend met homeopathische middelen’, luidt zijn scherpe oordeel.
In Oekraïne weten ze inmiddels ook wat Europese woorden waard zijn. Bij elke gelegenheid dankt Zelensky de Europeanen – vooral de échte steunpilaren, waaronder Nederland – maar Oekraïners weten na twaalf jaar Russische agressie wat voor vlees ze in de kuip hebben, niet alleen met Poetin maar ook met de Europese vrienden.
En dus blijven ze terugvechten en zich verweren, zo goed als het gaat, zonder grote vragen te stellen over de toekomst. Het is een oorlog geworden van ‘aanpassen, volhouden en uitputting’, schrijft militair expert Michael Kofman in Foreign Affairs.
‘Oekraïne deed het goed in 2025’, oordeelt hij, ondanks het ‘exponentieel gegroeide aantal drone- en raketaanvallen’. Ruslands militaire effectiviteit neemt nog steeds niet toe. Problemen met vervanging van uitgeschakelde militairen kunnen het land dwingen de ‘intensiteit van de strijd’ te verminderen. ‘Oekraïne is moe, maar niet wanhopig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant