Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: hoe ga ik om met de voorkeur voor papa van mijn zoon?
Moeder: „Onze zoon (4) is al sinds zijn geboorte een papa’s-kind. Achteraf gezien denk ik dat ik een postnatale depressie had. Die vanzelfsprekende hechting die ik verwachtte tussen moeder en kind was er het eerste jaar niet. Dat is gelukkig beter geworden, ik kan nu vaak denken: wat een heerlijk ventje. Maar zijn voorkeur voor papa is niet veranderd, zeker niet sinds wij co-ouderschap hebben. Als hij één dag bij mij is geweest vraagt hij alweer om naar papa te gaan.
„Ik voel me vaak schuldig. Ik werk fulltime, en ben niet zo’n ouder die op de grond ligt te spelen met haar kind. Laatst was hij ziek, huilde hij ook dat hij naar papa wil. Dit doet mij pijn en ik voel me afgewezen. Wat doe ik op zo’n moment? Ik wil mijn kind niet belasten met deze emoties, maar ik breng hem ook niet naar zijn vader. Ik zeg dan: ‘Ik snap dat je papa mist, maar ík wil ook graag voor je zorgen’. Zijn vader komt vaak wel even langs, we gaan goed met elkaar om.”
Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.
Roseriet Beijers: „Het gebeurt heel vaak dat kinderen op deze leeftijd een voorkeur hebben voor een van beide ouders. Zeker in tijden van overgangen of veranderingen, zoals bij co-ouderschap, als kinderen wat zekerheid zoeken.
„Zo’n voorkeur betekent niet per definitie de afwijzing van de andere ouder. Het zegt ook niks over wie de ‘betere’ ouder is. Vraag aan uw zoontje waarom hij naar papa wil, misschien is het wel omdat er een hond is, papa frietjes bakt, of omdat er een leuk vriendje om de hoek woont.
„Heel mooi hoe u probeert uw kind niet met deze emoties te belasten. Als hij zegt naar papa te willen, kunt u zeggen: ‘Je mist papa hè? Dat snap ik. Straks zie je hem weer. Nu gaan wij samen eerst eten.’
„Blijf vooral leuke dingen doen met uw kind, en doe vooral wat bij u als ouder past: zwemmen, eropuit. Dat zal de band tussen u en uw kind sterk houden.
„Mocht u twijfelen aan de relatie tussen u en uw zoontje, dan zou een infant mental health-specialist kunnen meekijken. Deze professionals helpen de band tussen ouders en jonge kinderen versterken.”
Amaranta de Haan: „U doet dit al heel goed: u erkent het gevoel van uw zoontje, u zadelt hem niet op met schuldgevoel, en u geeft uw betrokkenheid aan.
„Tegenwoordig voelen ouders een grote verantwoordelijkheid om kinderen de perfecte opvoeding te geven. Maar het ‘goed genoeg ouderschap’ is eigenlijk beter. Dat is realistischer en laat kinderen zien dat ze zelf ook niet perfect hoeven zijn.
„Zoek uw eigen manier van ouderschap. Aandacht geven kan ook door dingen samen te doen en te beleven, dat hoeft niet door te spelen op de grond.
„Dat papa langskomt als uw zoontje erom vraagt, kan eraan bijdragen dat hij dit gedrag blijft vertonen. Kijk wat er gebeurt als vader een keer niet langskomt, of een keer niet belt in reactie op de vraag van uw zoontje. Zo kan uw zoon leren dat ú hem ook kunt helpen als er iets is. Spreek wel goed door met zijn vader hoe jullie dit uitleggen.
„Uw ex-man kan af en toe tegen uw zoontje zeggen: ‘Papa en mama zorgen allebei voor jou, dat hebben we samen zo afgesproken.’ Het zou kunnen helpen met een professional te praten over uw schuldgevoelens.”
Roseriet Beijers is universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit. Orthopedagoog Amaranta de Haan is als bijzonder hoogleraar Versterking van de pedagogische basis verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut.
Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement.Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.