Home

Het is geen toeval dat het coalitieakkoord zaken als vrijheid, markt, bedrijfsleven en innovatie zo vaak noemt

is bestuurskundige en filosoof.

Er is al veel over het nieuwe kabinet en zijn plannen gezegd, maar één vraag kwam tot nog toe onvoldoende aan bod: wat is hun betekenis vanuit conservatief perspectief? Laat ik eerst aangeven wat ik met dat laatste bedoel. Conservatieve denkers zijn niet tegen verandering maar pleiten wel voor geleidelijkheid. Ze wijzen individuele vrijheid allerminst af maar staan eveneens gemeenschapszin voor. En ze menen dat morele of culturele waarden van groot belang zijn.

Moest ik mijn eigen conservatisme omschrijven, dan zou ik zeggen dat ik voor drie vormen van duurzaamheid ben: streven naar behoud of herstel van ons natuurlijk milieu, inzetten op maatschappelijke stabiliteit en het onderhouden van tradities op cultureel of normatief vlak. Hoe kijk ik vanuit dit perspectief tegen de kabinetsplannen aan?

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Om te beginnen drie zaken die ik waardeer. Gezien de uitdagingen waar ons land in geopolitiek, economisch, ecologisch en bestuurlijk opzicht voor staat, is het te prijzen dat dit kabinet slagvaardig wil zijn. Voorts kiest men voor samenwerking, zowel op politiek vlak (met andere partijen en overheden) als op maatschappelijk vlak (met tal van bedrijven, burgers, professionals en organisaties in de samenleving). Ten slotte is het goed om recht te doen aan de verkiezingsuitslag. Je kunt het jammer vinden of niet, maar Nederland is de laatste decennia tamelijk rechts geworden en dat moet vroeg of laat in beleid worden vertaald.

Maar nu de vraag wat de betekenis van dit kabinet voor mijn drie vormen van duurzaamheid is. Het sterkst zijn de voornemens op het vlak van klimaat en milieu. Men verlaat het valse dilemma waarbij de belangen van boer en natuur tegenover elkaar zouden staan, zet in op het herstel van ecosystemen en probeert op termijn te voldoen aan klimaatdoelen die eerder vastgesteld zijn.

Minder overtuigend is het voorgenomen beleid op maatschappelijk vlak. Wat betreft de altijd moeizame balans tussen arbeid en kapitaal, kiest dit kabinet ontegenzeggelijk voor rechts. De aandacht gaat vooral uit naar bedrijven, werkgevers of marktwerking. Werknemers worden geacht daarmee in te stemmen maar aan de sociale gevolgen van economische dynamiek wordt weinig gedaan. Op de sociaal-economische as – waar het om individuele vrijheid versus gemeenschapszin gaat – komt van het streven naar sociale stabiliteit weinig terecht.

Dat geldt nog sterker voor de sociaal-culturele as – die over conservatief versus progressief gaat. Het kabinet streeft niet alleen technologische vernieuwingen na maar het staat zelfs disruptieve verandering voor. Het wil dat wetenschappelijke kennis economisch rendeert en hoopt dat Nederland qua digitale technologie of AI een echte koploper wordt. Dat sluit het onderhoud van culturele tradities en waarden nagenoeg uit.

Over dat laatste is dan ook heel weinig te vinden in dit coalitieakkoord. De paar keer dat men naar onze waarden verwijst, blijkt het om vrijheid te gaan. Men wijst asociaal gedrag uiteraard af en wil meer respect voor handhavers, maar onduidelijk blijft wat voor opvoeding daartoe noodzakelijk is. Men bepleit een betere inburgering van migranten maar zwijgt over het eigene van onze cultuur. Zaken als moreel besef of normatieve ontwikkeling worden niet eens genoemd.

Zo legt de dynamiek rond dit coalitieakkoord een fundamentele breuk in Nederland bloot. Conservatisme op sociaal-cultureel vlak en liberalisme op sociaal-economisch gebied staan haaks op elkaar. Dat komt doordat rechts met zijn streven naar marktwerking, schaalvergroting, individualisme en rivaliteit precies de dynamiek genereert die het behoud van sociale, culturele of morele waarden onmogelijk maakt.

Het nieuwe kabinet lijkt inderdaad een liberale agenda te volgen. Het is dan ook geen toeval dat zaken als vrijheid, markt, bedrijfsleven, werkgevers, technologie en innovatie bijna driehonderd keer worden genoemd. Het aantal verwijzingen naar meer conservatieve zaken als normen, waarden, orde, gezag of gemeenschap steekt daar met nog geen zeventig keer vrij mager bij af.

Volgens mij zijn duurzaamheid in natuurlijke, sociale en culturele zin meer bij een linkse agenda gebaat, ervan uitgaande dat we de term links op een ouderwetse wijze verstaan. En wel als een traditie om sociale belangen, publieke waarden en culturele verworvenheden te verdedigen tegen de dynamiek die het kapitalisme typeert.

De behoefte aan zo’n koers is inmiddels sterk groeiend. Zouden linkse partijen die afslag nemen, dan krijgen ze meteen hun politieke relevantie terug, zeker nu onderhandelen voor het nieuwe kabinet onvermijdelijk wordt. Dat lijkt me voor Nederland geen slechte zaak.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next