De Zitting Gijs (23) ging naar Den Haag om te demonstreren tegen het asielbeleid. Nu staat hij terecht voor openlijke geweldpleging tijdens de Malieveldrellen en vernieling van het D66-kantoor. „Toen ik daar was, zaten er al gaten in de ruit.”
Het moment dat hij zichzelf bij Opsporing Verzocht voorbij zag komen, staat hem helder voor de geest. „Hartstikke eng,” zegt Gijs (23). „Een dag later heb ik me aangemeld.” Eigenlijk was hij naar Den Haag gekomen om te demonstreren tegen het asielbeleid. „Maar het werd grimmig. En daar ging ik helaas in mee.”
Nu staat Gijs terecht in de rechtbank in Den Haag, voor zijn rol bij de ‘Malieveld-rellen’ van vorig jaar september. Een vreedzaam bedoelde anti-immigratiedemonstratie van ‘Els Rechts’ liep uit op geweld, toen een groep zich tegen de politie keerde en in de Haagse binnenstad vernielingen aanrichtte. Ook het partijkantoor van D66 werd belaagd. Gijs wordt vervolgd voor drie feiten van openlijke geweldpleging ‘in vereniging’ op verschillende plekken in de stad.
Met zijn Adidas-vest, grijze capuchontrui, baggy broek en lange, bruine haren oogt hij als een skater. Gijs vertelt dat hij last heeft van een vol hoofd. Over vragen van de rechter denkt hij lang na. Soms blijft het stil en klinkt „ik snap hem niet helemaal”. Zijn begeleider schreef aan de rechtbank dat Gijs kampt met ADHD, een autismespectrumstoornis en een mentale ontwikkelingsstoornis.
Gijs’ advocaat omschrijft haar cliënt als iemand die het moeilijk vindt om grenzen aan te geven. Maar hij is „een rustige jongen”, die met de beste intenties naar Den Haag afreisde. Ter illustratie vertelt ze hoe hij in het politieverhoor zijn eigen gematigde politieke voorkeur omschreef: „Als je alleen maar linkerpoten hebt, loop je rondjes naar links, met alleen rechterpoten loop je alleen maar rondjes naar rechts. Je hebt ze allebei nodig.”
Volgens de officier van justitie maakte Gijs deel uit van de groep die op drie locaties geweld pleegde. Onder meer zou hij naar agenten een blikje hebben gegooid, een dranghek hebben opgetild en tegen een politiebus hebben geschopt. Daarmee leverde hij volgens het OM een belangrijke bijdrage aan het geweld.
Juridisch is dat relevant. Wie bijdraagt aan een groep die openlijk geweld pleegt, kan verantwoordelijk worden gehouden voor het geweld van die groep als geheel. Dus ook voor zaken waar jezelf niet direct bij betrokken was. „Dat risico neem je als je deelneemt aan groepsgeweld,” zegt de officier.
Vanuit die redenering moet Gijs volgens het Openbaar Ministerie opdraaien voor de schade van die dag. Dertien politieagenten hebben zich als benadeelde partij in de zaak tegen hem gevoegd met vorderingen. Vanwege immateriële schade en letsel – zoals gehoorschade – willen ze bedragen variërend van enkele honderden tot 2.000 euro. De claim van D66 is hoger: 36.000 euro wegens vernielingen aan het partijgebouw.
De officier van justitie wil dat Gijs wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van negentig dagen, waarvan dertig voorwaardelijk. Alleen een celstraf doet volgens het OM recht aan de ernst van het geweld. Dat Gijs volgens de reclassering detentieongeschikt is, legt de officier terzijde. Gevangenisstraf is volgens haar nodig om een signaal af te geven en recht te doen aan de maatschappelijke impact van de rellen.
De advocaat wijst erop dat het strafdossier geen beelden of ander bewijs bevat dat Gijs bijdroeg aan het geweld op het Malieveld.
Voor de gebeurtenissen bij het D66-pand en in de omgeving van het Plein, ligt dat anders. Gijs en zijn advocaat erkennen dat hij zich daar onbehoorlijk heeft gedragen, door een brandende container om te duwen en tegen een politiebus te schoppen.
Wel zegt Gijs met de vernielingen aan het D66-partijkantoor niets van doen te hebben. „Toen ik daar was, zaten er al gaten in de ruit.”
De advocate verzet zich tegen de strafeis. Gezien Gijs’ diagnoses, detentieongeschiktheid, beperkte aandeel in de rellen én blanco strafblad, verzoekt ze om haar cliënt een taakstraf op te leggen.
De rechter trekt zich kort terug en doet daarna mondeling uitspraak. Hij spreekt van een „dag vol geweld, chaos en vernielingen” en stelt dat Gijs daaraan heeft bijgedragen. Voor het geweld op het Malieveld wordt hij echter vrijgesproken, vanwege gebrek aan bewijs. Daarmee valt ook de bodem weg onder de claims van de agenten.
Voor wat later in de binnenstad gebeurde, wordt Gijs wel veroordeeld. Wie meedoet met groepsgeweld, is medeverantwoordelijk, aldus de rechter. En bij zulk ernstig geweld hoort een celstraf.
Maar Gijs „kampt met de nodige problemen”. En hoewel de rechter vindt dat de reclassering wel „wat ver” is gegaan door Gijs detentieongeschikt te verklaren, houdt hij daar rekening mee. Evenals met het feit dat de verdachte inzicht in zijn handelen toont en geen strafblad heeft.
Uiteindelijk krijgt Gijs een taakstraf van 160 uur en een maand voorwaardelijke celstraf. En de rechter vindt de schadeclaim van D66 te onduidelijk om die toe te wijzen.
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.