Een van de hoekstenen van de Europese chipindustrie staat in het Vlaamse Leuven. Hier, in innovatiecentrum Imec, worden de uitvindingen gedaan die van Europa een wereldwijde macht op gebied van computerchips moeten maken.
is economieredacteur van de Volkskrant en schrijft over technologie. Hij volgt de ontwikkelingen binnen de chipsector.
In alle richtingen rijzen smetteloos witte machines uit boven plukjes mensen in smetteloos witte pakken. De vloeren zijn al even wit, net als de muren en het felle licht. In deze stofvrije ruimte, of cleanroom, is kleur vooral afkomstig van de alom aanwezige knipperende lampjes.
Voor 4 miljard euro aan apparatuur om chips mee te maken staat hier, bij Imec, een onafhankelijk innovatiecentrum in Leuven. Bedrijven, universiteiten en andere onderzoeksinstellingen uit de hele wereld werken er samen om computerchips nóg een stukje priegeliger en efficiënter te krijgen.
Het kleinste stofdeeltje kan de boel al verstoren, vandaar die smetteloosheid en de lichaamsomsluitende pakken die ronddwarrelende huidschilfers en haren tegengaan. Iedere halve minuut verversen pompsystemen alle lucht in de ruimte. Zelfs in de corridor die van de cleanroom is gescheiden door een glazen wand, moeten bezoekers hoezen om hun schoenen doen tegen vervuiling van buiten.
De ruimte staat op palen die diep in de grond zijn geslagen, tegen de trillingen. Dan nog staat ieder apparaat voor de zekerheid op een stel schokdempers.
Non-stop gaat het werk door, 24 uur per dag, ook in het weekeinde, omdat de apparatuur te duur is om een paar uur uit te zetten. Alleen rond de feestdagen valt het onderzoekswerk aan computerchips een paar dagen stil. Zelfs als ineens een mensenmassa de cleanroom binnenloopt, gehuld in dezelfde witte pakken, houden de medewerkers hun ogen stoïcijns op hun computerschermen gericht.
Dat terwijl dit niet zomaar een delegatie is. Onder de bezoekers bevinden zich zwaargewichten uit de politiek en de chipsector als de Vlaams premier Matthias Diependaele, Eurocommissaris Henna Virkkunen en ASML-topman Christophe Fouquet. Ze zijn hier voor de officiële opening van een nieuwe testfaciliteit, waar net 2,5 miljard euro in is gestoken, mede afkomstig van de Europese Commissie.
Hier in Leuven krijgen de Europese chipambities vorm. De afgelopen jaren is het strategisch belang van computerchips in Europa doorgedrongen. Zelf produceert de EU zo’n 10 procent van de wereldwijde chips, voor de levering is het blok sterk afhankelijk van landen als Taiwan, Zuid-Korea, China en de Verenigde Staten.
Hoe kwetsbaar dat maakt, bleek wel tijdens de coronapandemie, toen autofabrieken stilvielen door verstoorde aanvoerketens van chips uit Azië. Geschrokken nam de EU in 2023 de Europese Chips Act aan om de eigen chipindustrie te stimuleren, onder meer met een pot geld van ruim 40 miljard euro.
Europa mag dan een betrekkelijk kleine speler zijn, het heeft een paar troeven. Imec is er daar een van.
‘Vandaag markeert echt een beslissend moment in de Europese inspanningen om de toekomst van chiptechnologie vorm te geven door middel van de Chips Act’, zei Eurocommissaris Virkkunen van technologische soevereiniteit voorafgaand aan de opening van de nieuwe testfaciliteit. Die draagt de naam ‘NanoIC’-testlijn, naar de nanometerschaal waarop aan nieuwe generaties chips wordt gesleuteld: een miljoen keer zo klein als een millimeter, honderdduizend keer zo dun als een hoofdhaar. Virkkunen: ‘We beginnen niet vanaf nul. We versterken wat werkt en dichten de gaten die er nog zijn.’
Wat al werkt, zo is het idee, is de Europese capaciteit om gloednieuwe chiptechnologieën te ontwikkelen. Het ultieme bewijs daarvan is de euv-machine van ASML, onmisbaar tijdens de productie van de meest geavanceerde chips. Slechts één bedrijf ter wereld kan hem maken: ASML uit Veldhoven.
En, zoals ASML-topman Fouquet het bij de opening van de nieuwe testlijn verwoordde: ‘Zonder Imec was de euv-machine waarschijnlijk niet tot leven gekomen.’
Hoeveel belang ASML aan Imec hecht, blijkt wel uit de dik 1 miljard euro die het in de nieuwe testfaciliteit heeft geïnvesteerd. 700 miljoen euro komt uit de pot van de Europese Chips Act, de Vlaamse overheid legde 750 miljoen euro in.
Het van oorsprong Leuvense Imec telt ongeveer 6.500 medewerkers, inmiddels verspreid over twaalf locaties binnen en buiten België. Al lopen er hier in de cleanroom ook geregeld mensen van bedrijven en onderzoeksorganisaties rond die betrokken zijn bij projecten.
Sommige medewerkers duwen karretjes met plastic cassettes voort, waarin siliciumschijven ter grootte van frisbees liggen opgestapeld. Deze schijven, wafers genoemd, staan aan de basis van de productie van chips.
De logo’s op de blokvormige machines tonen bedrijven uit de hele wereld: ASM uit Nederland, Tokyo Electron uit Japan, KLA uit de Verenigde Staten. De lithografiemachines van ASML torenen er nog een extra stukje bovenuit. Zij bewerken de wafers met lichtstralen, om de minuscule chipontwerpen erin te etsen. Andere machines leggen er flinterdunne laagjes nieuw materiaal op, maken de wafers schoon, controleren op productiefouten of hakken de individuele chips uiteindelijk uit de ronde schijven.
Het is de bedoeling dat de NanoIC-testlijn nieuwe doorbraken oplevert, die kunnen worden doorontwikkeld door bestaande bedrijven of nieuwe startups. Neem het in 2021 opgerichte Axelera AI, een beloftevolle Eindhovense ontwerper van energie-efficiënte AI-chips en afkomstig uit de Imec-stal.
De chipdromen mogen dan groot zijn, de praktijk is nog weerbarstig. In 2030 wil de Europese Unie 20 procent van de wereldwijde chipproductie in handen hebben. Onhaalbaar, concludeerde de Europese Rekenkamer vorig jaar. De EU ligt op koers voor 12 procent.
Alle 27 lidstaten onderschreven die conclusie afgelopen september, in een oproep om de Chips Act te herzien en de Europese chipindustrie nog steviger te ondersteunen. Bij nader inzien was de 20 procent-ambitie onrealistisch en bovendien te algemeen geformuleerd. De ontnuchtering kwam kennelijk snel: de doelstelling was pas een jaar of twee oud.
Luc Van den hove, CEO van Imec en hoogleraar elektrotechniek aan de KU Leuven, houdt het erop dat men vooral wilde uitstralen dat het de EU menens is. Hij vindt het ook niet zo’n belangrijk percentage, zegt hij in zijn kantoor hoog boven de cleanroom, met uitzicht op de heuvelachtige omgeving.
‘Men is zich destijds heel sterk gaan focussen op de productie van chips, maar dat is maar een klein deel van de complexe waardeketen’, zegt hij. Het optuigen van grootschalige productie mag dan nodig zijn om de Europese afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers te verkleinen, een echte voorloper zal Europa op dat vlak niet snel worden, denkt hij. Bij de allernieuwste, meest geavanceerde chipinnovaties ligt dat anders. ‘Daarmee kun je anderen afhankelijk maken van Europese technologie.’
Dat lijkt inmiddels ook in de Brusselse bestuurskamers de consensus te zijn. ‘We moeten niet proberen op alle fronten te concurreren’, zei Eurocommissaris Virkkunen. Onbegonnen werk: daarvoor zijn chips te veelsoortig en de productieprocessen te complex.
Europa moet niet zozeer mikken op autonomie, maar op onmisbaarheid, is ook de hoofdboodschap van een recent verschenen rapport van het Chips Diplomacy Support Initiative, een onderzoeksproject van de EU. Door in Europa chiptechnologieën te ontwikkelen die niemand anders heeft, kunnen andere grootmachten niet zomaar over Europa heen walsen. Volgens de onderzoekers liggen er onder meer kansen in de apparatuur voor chipproductie, zoals die van ASML, en in speciale chips voor in auto’s, gezien de grote Europese auto-industrie.
Wat dat laatste betreft zit Van den hove zich nog weleens te verbijten. ‘Het is een groot probleem dat de Europese auto-industrie niet genoeg innoveert en zich voorbij heeft laten steken door disruptors als Tesla en de Chinese auto-industrie. We moeten echt zorgen dat onze automotive-industrie sneller overstapt op nieuwe generaties chips.’
Een belangrijke beperking van de Europese chipindustrie is volgens hem namelijk een gebrek aan vraag. Vergelijk dat eens met de Verenigde Staten, waar techreuzen als Microsoft, Google en Nvidia volop in de weer zijn met geavanceerde chiptechnologie. ‘Vandaar dat we ook een vestiging in Duitsland hebben geopend, waar we ons vooral focussen op nieuwe chipontwerpen voor automotive.’
Van den hove ziet nog meer obstakels. Het zijn dezelfde die steevast voorbijkomen in veelbesproken rapporten over Europese innovatie, zoals die van Peter Wennink en Mario Draghi. Dat startups niet aan genoeg Europees geld kunnen komen om hier door te groeien. Dat vergunningstrajecten soms jarenlang duren. Dat de regels per lidstaat zo kunnen verschillen dat er van soepel zakendoen over de landsgrenzen geen sprake is.
Vorige week bezwoeren Europese leiders nog maar eens werk te gaan maken van het wegsnoeien van dit soort obstakels, na een top in het Belgische kasteel Alden Biesen. Ze willen bijvoorbeeld zorgen dat Europees kapitaal makkelijker tussen lidstaten kan vloeien. ‘We kunnen ons niet langer de snelheid van een slak veroorloven’, aldus Ursula Von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie.
Natuurlijk, zegt Van den hove, het is altijd makkelijk kritiek hebben op de traagheid van Europa. ‘Maar ik denk dat de Europese Chips Act nu net een voorbeeld is waar heel snel is gereageerd. De plannen zijn in ongeveer twee jaar tijd gematerialiseerd, we zijn nu twee jaar verder en het is in full swing. Voor Europa’s doen gaat dit ongelooflijk snel. Ik denk dat we hier echt wel fier op mogen zijn.’
Slaagt de EU erin obstakels weg te nemen, dan kan ‘de volgende Nvidia of Google’ volgens hem best weleens hiervandaan komen. ‘Daar ben ik echt van overtuigd, zeker nu de geopolitieke situatie de noodzaak verhoogt. We hebben de technologie, we hebben de kennis. Die bedrijven in Amerika zijn ook begonnen met tien ingenieurs in een garage.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant