Dertig jaar na de oorspronkelijke publicatie verschijnt Eindeloos vertier, de vertaling van Infinite Jest van David Foster Wallace, dat de reputatie heeft de ultieme literaire uitdaging te zijn. Waarom nam de kleine uitgeverij Koppernik de duizelingwekkende klus op zich?
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
In de zomer van 2025 bewoog zich een klein golfje van spottende opmerkingen langs sociale media, waarin voornamelijk mannen werden aangeklaagd vanwege hun openbare leesgewoonten. Zij zouden een klassieke, liefst vuistdikke roman ‘performatief’ lezen: niet om dieper in de ziel van de schrijver te raken, maar om aandacht te trekken richting de voortreffelijkheid van de lezer, onbevreesd voor het intellectuele avontuur.
Journalist Alaina Demopoulos besloot voor The Guardian de proef op de som te nemen en zich met een boek uit, zoals zij het noemt, ‘de performatieve canon’ in het openbaar te wagen. Ze aarzelde tussen bakstenen als Herman Melvilles Moby-Dick en Robert Caro’s The Power Broker, maar koos uiteindelijk voor Infinite Jest van David Foster Wallace (1962-2008), vanwege de 1.000-plus pagina’s en de reputatie dat maar weinig lezers de eindstreep halen.
Er gebeurden twee onverwachte dingen. Eén: voordat ze het wist werd ze meegesleept door het boek. En twee: toen ze uiteindelijk werd aangesproken op haar stadsbankje was het door een fan van het boek die haar de tip gaf om het boek in drieën te scheuren, ‘voor het leesgemak’. Iets wat in kringen van Infinite Jest-lezers en -exegeten tot de gebruiken lijkt te horen; wellicht ook om het boek zonder vrees tegemoet te treden. Het slopen van het boek als liefdesverklaring.
Infinite Jest is nu, dertig jaar na de oorspronkelijke publicatie, in het Nederlands verschenen, als Eindeloos vertier. Anderhalf kilo zwaar, 1.176 pagina’s dik, ruim een half miljoen woorden en met een reputatie van de ultieme literaire uitdaging. In de woorden van criticus A.O. Scott van The New York Times: ‘De enorme, tijdsgeest vattende roman die voor een generatie de maatstaf voor literaire ambitie is geworden.’
En die tijdsgeest mag dan die van de jaren negentig zijn, maar het visionaire karakter van dit portret van een fictief Amerika dat is overgeleverd aan het hyperkapitalisme en verslaafd is aan alles wat naar de roes van de vergetelheid voert, mag nog steeds relevant worden genoemd.
Het is vertaald door Robbert-Jan Henkes die, vaak samen met Erik Bindervoet, heel wat zogenaamd onvertaalbare toppen heeft beklommen. En het is een uitgave van de kleine literaire uitgever Koppernik (sinds 2013), bekend van Wessel te Gussinklo, van de dagboeken van Cees Nooteboom en in het algemeen van een exquise literaire smaak. Smaakvol understatement, meer dan het vuurwerk dat Eindeloos vertier met zich meebrengt.
In hun fraaie kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht lichten uitgevers Bart Kraamer en Chris de Jong, redacteur Stefanie Liebreks en hoofd publiciteit Jan van Helden – team-David Foster Wallace – de jarenlange tocht naar de publicatie toe, de making-of. In een race tegen de klok verschijnt Eindeloos vertier nog net in de maand dat de 30ste verjaardag van het boek wordt gevierd.
De Jong: ‘Het boek kwam voor het eerst op ons pad op het Boekenbal van 2022. We raakten in gesprek met Daniël Rovers, een van de vertalers van The Pale King (De bleke koning), het postume boek van David Foster Wallace, dat in 2013 bij Meulenhoff verscheen. Hij wist ons te vertellen dat Anna van Dam uit Steenwijk in de coronaperiode was begonnen met het vertalen van Infinite Jest. Haar man is melkveehouder, zij is corrector en maakt boeken persklaar. Ze begon vooral met vertalen omdat ze, in haar eigen woorden, het boek beter wilde begrijpen. Ik ben met haar gaan praten of het mogelijk was de vertaling te gebruiken. Dat was ook het moment dat we de rechten van de vertaling voor Nederland hebben gekocht. Misschien niet helemaal de goede volgorde.’
Voor een boek dat geldt als dé grote roman van een groot Amerikaans auteur is er slechts een kort lijstje met vertalingen, met Italiaans, Spaans en Duits (Unendlicher Spaß) als de eerste Europese talen. De risico’s van het vertalen en zelfs drukken van een dergelijk kolossaal boek zijn voor een relatief klein taalgebied als het Nederlandse bovendien aanzienlijk. De Jong: ‘We werden voor gek verklaard.’
‘We gingen aan de slag met haar vertaling, maar al snel bleek dat zij weliswaar een heel goede corrector is, maar dat het vertalen op het niveau van David Foster Wallace toch een ander verhaal is. We schaamden ons enigszins dat we haar dit moesten vertellen, maar ze was eigenlijk heel opgelucht. Ze had al slapeloze nachten gehad van het feit dat wat als liefhebberij was begonnen opeens naar buiten zou komen. We moesten het anders doen. Maar als zij niet de moed gehad om hieraan tijdens corona te beginnen, dan hadden we hier nu niet gezeten.’
Kraamer: ‘We hadden de rechten, maar geen vertaling. We werkten inmiddels met vertaler en dichter Robbert-Jan Henkes, onder meer als uitgever van zijn dichtbundel Nachttrottoir, maar ik had hem nooit over David Foster Wallace of dit boek gehoord. Het leek me te mainstream voor hem, zo’n beroemd boek. Toch gevraagd. Zijn antwoord was: ‘Wil je me dood hebben?’ Maar hij deed het wel. Hij zei meteen ja.’
Nog even over die rechten. Het Nederlandse agentschap van het boek, Schönbach, zocht contact met de Amerikaanse agent die de David Foster Wallace Estate, de erven, vertegenwoordigde. De Amerikaanse agent wist dat de vertaalkosten van Infinite Jest vanwege de omvang per definitie hoog zijn; het minimale tarief voor literair vertalen in Nederland is rond de 8 cent per woord. Ze rekenen op toekomstige royalty’s om dat terug te verdienen.
Er werd voor de rechten een bedrag betaald dat volgens de uitgever in de richting van ‘een tweedehands hybride Toyota Auris’ gaat (die je overigens kunt vinden voor onder de 10 duizend euro). Het was een dertig jaar oud boek, en er was geen andere partij in Nederland mee bezig. Vandaar dat Koppernik een goede prijs kon krijgen.
De Jong: ‘De erven vonden het waarschijnlijk ook belangrijk dat de vertaling kon verschijnen rond de 30ste verjaardag.’ De roman lijkt nu inderdaad weer momentum te krijgen, niet alleen als een te beklimmen literaire berg, maar ook om tegenwicht te vormen tegen de inmiddels versplinterde aandachtsspanne van de moderne mens.
Kraamer: ‘In verschillende landen verschijnen nu nieuwe edities van eerdere vertalingen.’
Liebreks: ‘In Finland doet de luisterversie het heel goed. De Noren zijn ook bezig met een vertaling, maar die hebben dit jubileum dus in elk geval niet gehaald.’
Kraamer: ‘Wij hoopten natuurlijk op die 30ste verjaardag, maar we konden Henkes moeilijk dwingen. Hij liet al snel weten dat het hem ging lukken. Hij heeft er uiteindelijk 1,5 jaar over gedaan.’ Henkes ontving een projectsubsidie van het Nederlands Letterenfonds en de uitgever werd ondersteund door het Cultuurfonds en het Nederlands Letterenfonds.
En nu ligt het op tafel bij de uitgevers, niet als een boek dat je belangeloos mag bewonderen, maar als een onderdeel van de eigen prospectus. De Jong: ‘Daar krijg ik het weleens benauwd van. Het moet nu ook iets worden dat we gaan verkopen.’ Hij heeft er tegelijkertijd een ‘supergoed gevoel’ bij.
Aan de vooravond van de verschijning kan Koppernik zeggen dat er goed is ingekocht door de boekhandels, zonder te zeggen wat de oplage van de eerste druk wordt. ‘Als we de eerste druk uitverkopen dan maken we winst. Maar die winst moeten we dan vervolgens in de tweede druk steken.’ Pas een eind verderop in het traject zou er weer winst worden gemaakt; ook de drukkosten van een boek van 1.176 bladzijden zijn bovengemiddeld.
De Jong: ‘Wij vinden dat literatuur zo mag zijn. Ook in de tijd dat Hendrik Groen het Boekenweekgeschenk wordt, zeggen wij een maand voor de Boekenweek uit: dit mag er ook zijn. Beschouw het maar als een tegengeluid.’ Van Helden: ‘En laten we niet vergeten dat het ondanks de reputatie een heel grappig boek is, met dertig jaar na dato een grote relevantie voor dit moment.’
Liebreks: ‘De gemiddelde lezer zou maar komen tot ongeveer pagina 75, zo ongeveer op 6 procent, dus onze campagne is er ook op gericht om lezers door het boek te halen. Léés dit boek. Ik heb een soort leeswijzer gemaakt waarbij het boek in zes maanden kan worden gelezen. Ongeveer 45 pagina’s per week, dat klinkt heel behapbaar, toch?’
Over de titel is lang gedebatteerd op de burelen. Het oorspronkelijke Infinite Jest komt uit Shakespeares Hamlet, waarin ‘poor Yorick’ (want een schedel in de hand van Hamlet) ‘a fellow of infinite jest’ wordt genoemd. Waarbij ook meteen duidelijk was dat de jest (plezier of scherts of vertier) kennelijk niet zo oneindig was, met de dood als spelbreker. Nederlandse Hamlet-vertalingen boden geen uitweg, althans: geen frase die je op je boek wilde zetten. In de folder van de uitgever staat de brainstormlijst van team-David Foster Wallace, van ‘onuitputtelijke pret’ tot ‘eindeloos vermaak’. Het was uiteindelijk hoofd publiciteit Jan van Helden die met Eindeloos vertier kwam.
‘Mijn voorkeur had Grenzeloze grol,’ zegt vertaler Robbert-Jan Henkes telefonisch. ‘Daar zit ook een verwijzing in naar de alliteratie die Shakespeare oorspronkelijk gebruikte toen hij ‘jest’ met de letter ‘i’ schreef. Je moet het zo zien: de vertaler weet het beter, maar de uitgever is de baas.’
Henkes aarzelde geen moment toen Kraamer hem vroeg voor de vertaling. En nee, hij was geen kenner van het werk van David Foster Wallace, sterker nog, hij had nooit iets van hem gelezen, aangezien hij ‘enigszins allergisch’ is voor hedendaagse Amerikaanse schrijvers met hun Great American Novel-syndroom.
Het vertalen en het voor de eerste keer lezen van Infinite Jest ging gelijk op, waarbij het bijvoorbeeld hielp, om maar eens wat te noemen, dat hij de regels van tennis kent (aangezien de roman zich ook op een tennisacademie afspeelt), of dat hij als jaargenoot van David Foster Wallace (1962) talloze verwijzingen moeiteloos oppikte. Nee, niet alleen Shakespeare, maar ook en vooral Monty Python, de oervaders van de ‘dodelijke grap’, een concept dat ook in Eindeloos vertier voorkomt.
Hoe hij de monsterklus tot een goed einde wist te brengen? ‘Ik stond om vijf uur ’s ochtends op en werkte tot tien uur ’s avonds door, als in een soort trance.’ Wat hielp is dat hij erachter kwam dat het boek ‘zó meeslepend’ en ‘heel leuk geschreven’ was. Hij werkte een jaar achter elkaar zo door, ‘om de toon en de stem niet kwijt te raken’.
En nog even over die reputatie dat geen lezer de eindstreep haalt: Koppernik verspreidt een button met de tekst ‘Ik heb Eindeloos vertier gelezen’, een soort medaille die de lezer, performatief of niet, binnenkort zelf kan opspelden.
De uitgever: ‘Het boek is er nu in het Nederlands. Er zijn geen smoesjes meer. Nu moet je wel.’
David Foster Wallace: Eindeloos vertier. Uit het Engels vertaald door Robbert-Jan Henkes. Koppernik; 1.176 pagina’s; € 50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant