Home

Derde kabinet in vier jaar moet hand reiken naar oppositie om grote opgaven gericht aan te pakken

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Met het aantreden van het kabinet-Jetten staat maandag voor de derde keer in vier jaar een nieuwe ministersploeg op het bordes bij koning Willem-Alexander. Het kabinet-Rutte IV, dat in januari 2022 begon, bleek een ongelukkige voortzetting van Rutte III. Het kabinet-Schoof, dat zomer 2024 moeizaam tot stand kwam, zal de geschiedenisboeken ingaan als een mislukt experiment.

Nu is het de beurt aan minister-president Rob Jetten en zijn bewindslieden, met andermaal onzekere vooruitzichten. Het nieuwe kabinet ontbeert in beide Kamers van de Staten-Generaal een meerderheid. Niemand kan voorspellen of en hoe een minderheidskabinet effectief kan zijn. Vaststaat alleen dat het een illusie is te denken dat de plannen uit het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA ongewijzigd langs de volksvertegenwoordiging komen.

Dat is goed nieuws voor de oppositiepartijen. Er valt wat te halen bij dit kabinet. De oude wet dat de grootste regeringspartij het meeste inlevert ten opzichte van haar verkiezingsprogramma is opnieuw uitgekomen. D66 heeft veel concessies moeten doen aan met name de VVD, waardoor uiteindelijk een centrumrechts programma is geformuleerd. Maar bij gebrek aan voldoende parlementaire steun zal vooral de linkse oppositie kansen zien om het voorgenomen beleid bij te stellen.

De vrijdag gepresenteerde doorrekeningen van de planbureaus CPB en PBL bieden daarvoor voldoende munitie. ‘Het coalitieakkoord leidt tot een daling van de doorsnee koopkracht met 0,4 procent per jaar, vooral door hogere lasten’, is de analyse van het Centraal Planbureau. ‘Lagere inkomens gaan er iets meer op achteruit dan hogere inkomens, omdat ze meer nadeel hebben van het hogere eigen risico en minder profiteren van de nieuwe kindregeling. De inkomenszekerheid neemt af door aanpassingen in WW en WIA.’

Hier is werk aan de winkel voor met name GroenLinks-PvdA, de grootste oppositiepartij. De verdeling van de lasten, onder meer door de voorgenomen extra uitgaven aan defensie (‘vrijheidsbijdrage’) en onderwijs, is ronduit scheef. De hoogste inkomens worden ontzien. In een land dat ‘in de kern diep socialistisch is’, zoals Mark Rutte ooit zei, geeft dat geen pas.

In antwoord op de campagneslogan van D66, ‘Het kan wél’, zullen oppositiepartijen zeggen: dit kan niet. ChristenUnie-leider Mirjam Bikker sprak vrijdag al van ‘een kabinet voor de gegoede burgerij’. Te hopen valt dat de oude gewoonte van een consensuscultuur, de voorbije jaren ten onrechte op de achtergrond beland, een terugkeer kan beleven.

In zijn zaterdag geopenbaarde eindverslag schrijft formateur Jetten dat zijn kabinet zal werken volgens de code interbestuurlijke verhoudingen. Die bevat afspraken over een goed samenspel tussen overheden, om maatschappelijke opgaven sneller, effectiever en democratisch gelegitimeerd aan te kunnen pakken. Dat geeft hoop.

De Nederlandse kiezer is steeds minder honkvast, in een geopolitieke situatie waarin onberekenbare leiders de toon zetten. Jetten is een optimistisch man, die dankzij een positieve boodschap de verkiezingen heeft gewonnen. Dat het een nipte zege was, zal hij steeds in het achterhoofd moeten houden. Een grote meerderheid van de bevolking snakt naar constructieve politiek. In coalitieland Nederland zal het meer dan ooit aankomen op de handreiking naar de ander.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next