Winterspelen Anders dan vier jaar geleden in Beijing leverden de Spelen in Milaan-Cortina vooral veel mooie sport op en weinig schandalen. De geopolitieke turbulentie bleef, anders dan verwacht, grotendeels op afstand.
De Chinese Eileen Gu viert haar zilveren medaille op het onderdeel freestyle skiing big air met de fans.
Toen zondag om 16.52 uur de golden goal viel in de mannenijshockeyfinale en de Amerikaanse spelers euforisch bovenop elkaar sprongen, was het klaar. De Olympische Winterspelen in Milaan en Cortina d’Ampezzo, de vijfentwintigste sinds 1924, zaten erop.
Een editie was het waarin, anders dan vier jaar geleden, het ongecompliceerde sportplezier weer centraal stond. Er waren sportieve kwesties, zeker – die blijven tijdens het grootste sportevenement ter wereld nimmer achterwege. En ook het IOC-mantra dat sport en politiek gescheiden werelden zijn, bleek in deze tijden weer eens een grote illusie. Toch drong de geopolitieke turbulentie minder dan verwacht door op de piste en de ijsbaan.
De Spelen in Beijing (2022) waren buiten de sport kil en kaal. Publiek van buiten China was vanwege de coronapandemie niet welkom; sporters, journalisten en functionarissen bewogen zich in strak gehandhaafde bubbels. Het dictatoriale regime gebruikte de Spelen om ruimhartig propaganda te bedrijven voor zichzelf, en weinigen zeiden er iets van: sportswashing van de buitencategorie.
In Milaan-Cortina was de sfeer een stuk meer ontspannen. Het waren de eerste Winterspelen in Europa in twintig jaar, in een vrij land bovendien. Op straat en in de stadions waren dagelijks de klassieke olympische taferelen zichtbaar: sportfans uit de hele wereld die speldjes uitwisselden en met elkaar op de foto gingen, goedgemutste vrijwilligers die bezoekers en pers de weg wezen, medaillewinnaars die elkaar innig omhelsden. Verbroedering zoals de ‘olympische beweging’, wat dat ook moge zijn, graag voor zich ziet.
Her en der was het wat chaotisch: schaatsers stonden regelmatig in de file als ze in Milaan de bus namen van het olympisch dorp naar de ijsbaan aan de andere kant van de stad. Maar verder verliepen de Spelen buitengewoon soepel. Italië wist zich – voor twee weken althans – vakkundig te ontdoen van zijn imago als land waar alles con calma gebeurt.
De politiek kon niet buiten de deur gehouden worden. Tijdens de openingsceremonie werd de Amerikaanse vicepresident JD Vance uitgefloten. De Zwitserse publieke omroep verwijderde opmerkingen van een commentator over een Israëlische bobsleeër. En de organisatie van de Paralympische Spelen kondigde aan dat Rusland bij de editie van dit jaar, die over twee weken begint, weer onder eigen vlag mag deelnemen – wat per ommegaande leidde tot een aangekondigde boycot van de openingsceremonie door Oekraïne.
De meest dramatische kwestie had ook te maken met de oorlog in Oekraïne. Skeletonner Vladyslav Heraskevytsj droeg tijdens zijn eerste training een helm met afbeeldingen van gesneuvelde Oekraïense sporters, waarop de organisatie hem dat voor de rest van de Spelen verbood: dit was een ‘politiek statement’. Toen Heraskevytsj voet bij stuk hield, een betraand appèl van IOC-voorzitter Kirsty Coventry ten spijt, volgde de ultieme sanctie: diskwalificatie.
Toch hadden de Spelen nog een heel stuk beladener kunnen uitpakken. De komst van de beruchte Amerikaanse immigratiepolitie ICE naar Milaan dreigde uit te lopen op een politieke rel, maar die bleef uit: uiteindelijk opereerde de dienst onzichtbaar. De radicaal-rechtse premier Giorgia Meloni van Italië weerstond de verleiding om vol op het nationalistische orgel te gaan over de sportieve successen van haar land. En dat de Amerikaanse president Trump besloot om de olympische ijshockeyfinale tegen Canada aan zich voorbij te laten gaan, heeft zonder twijfel ook de nodige politieke controverse voorkomen.
Sportief gezien was Milaan-Cortina een editie om van te smullen. Triomf en tragedie wisselden elkaar in hoog tempo af. Het superieure optreden van de Noorse langlaufer Johannes Klaebo: zes gouden medailles, een nieuw olympisch record. De val van de Amerikaanse skiër Lindsey Vonn, haar landgenoot Mikaela Shiffrin die haar olympische demonen juist verdreef met goud op de slalom. De Franse biatlonvrouwen die heersten – ondanks onderlinge creditcarddiefstal en sabotage van een wedstrijdgeweer ten spijt. En niet te vergeten: gastland Italië dat zijn beste resultaat ooit haalde op de medaillespiegel, mede dankzij de schaatsende moeder Francesca Lollobrigida, die haar zoontje Tommaso langs de ijsbaan troonde.
Natuurlijk, er was ook gedoe. Woeste beschuldigingen van valsspelen bij het curling. Een dronken Finse schansspringcoach die naar huis werd gestuurd. Woede over de onnavolgbare jurering bij het snowboarden en het afbreken van de skischansfinale wegens sneeuw. De Noorse biatleet Laegreid die spontaan voor de camera’s opbiechtte dat hij zijn vriendin had bedrogen. Toch bleven ook op het sportieve vlak de grote controverses uit. Er was geen verzengende dopingaffaire zoals vier jaar geleden met de Russische kunstschaatster Kamila Valieva.
De Italiaanse schaatsster Francesca Lollobrigida juicht na haar winst op de 5.000 meter.
Voor de Nederlandse delegatie werden het de meest succesvolle Winterspelen ooit. Tien gouden medailles, uitsluitend behaald op ijs. Bijzonder was in Milaan de opmars van het Nederlandse shorttrack: de tien mannen en vrouwen van bondscoach Niels Kerstholt haalden samen net zo vaak goud als alle achttien langebaanschaatsers schaatsers bij elkaar – en dat op minder onderdelen.
In het langebaanschaatsen domineerden de vrouwelijke sprinters Femke Kok en Jutta Leerdam, die onderling goud en zilver verdeelden op de 500 én 1.000 meter. Verder waren het vanuit Nederlands perspectief vooral de Spelen van de oude, taaie volhouders die hun laatste kans grepen: Antoinette Rijpma-de Jong (30), Kjeld Nuis (36) en vooral Jorrit Bergsma (40), de cultheld uit Aldeboarn wiens matje uitgroeide tot hét symbool van het Nederlandse schaatssucces. Uiteraard was er ook weer het traditionele fiasco bij de ploegenachtervolging van de mannen.
Een koning of koningin van de Spelen – zoals Irene Schouten in Beijing vier jaar geleden – leverde Milaan-Cortina niet op. Althans, op de langebaan, waar geen enkele schaatser meer dan één keer olympisch kampioen wist te worden. De koning van de Spelen reed op de korte baan: shorttracker Jens van ’t Wout (24), drie keer goud en een keer brons.
Milaan-Cortina vormden de eerste ‘gespreide’ Winterspelen ooit: de wedstrijden werden op maar liefst zeven verschillende locaties gehouden, in Milaan en verspreid over vrijwel de hele Dolomieten en Italiaanse Alpen. De organisatie was bijzonder trots op deze primeur, het IOC ziet het als het model voor een duurzame toekomst: minder nieuwe voorzieningen bouwen, gebruik maken van bestaande of tijdelijke sportlocaties. Zoals de tijdelijke olympische schaatsbaan in het sfeerloze jaarbeurscomplex in de Milanese voorstad Rho.
Amerikaanse fans bij de gewonnen kwartfinale tegen Zweden.
Maar het was juist deze spreiding die de zwakke kant vormde van deze Spelen. Het échte olympische gevoel ontbrak. In Milaan was het sowieso nergens te vinden: buiten de olympische schaatshallen ging het leven in de drukke zakenstad gewoon door. In de bergen, bij de alpine en noordse sporten, proefde je de olympische geest wel. De locaties lagen alleen dermate ver uit elkaar, dat er weinig onderling verkeer was. Per trein en bus bedroeg de reis vanuit Milaan naar het biatlonstadion in Anterselva zeven uur.
Zo werd de sport hoofdzakelijk geïsoleerd beleefd, in clustertjes. De Duitse fans verzamelden zich in Anterselva. De Noorse fans in Tesero, bij het langlaufen. De Nederlandse supporters domineerden de tijdelijke schaatshal in Milaan. De enige plek waar de Winterspelen voelden als méér dan een Europese aangelegenheid was in het ijshockeystadion, waar Amerikanen en Canadezen een Noord-Amerikaans feestje bouwden.
Bij de volgende editie zou die versplintering een nóg verregaander karakter kunnen krijgen. De organisatie van de Winterspelen in de Franse Alpen heeft al laten weten géén nieuwe ijsbaan te willen bouwen: te duur en daarna staat-ie leeg. De locatiekeuze gaat nu tussen het in onbruik geraakte olympische stadion in Turijn en, jawel, Thialf in Heerenveen. Verschillende schaatsers lieten in Milaan al weten een olympisch schaatstoernooi op Hollandse bodem niet bepaald een aantrekkelijk vooruitzicht te vinden.
De weergoden waren Italië goed gezind: een week voor het begin van de Spelen viel er in de Alpen en Dolomieten een dik pak sneeuw. Her en der zorgde overdadige sneeuwval later zelfs tot uitstel en afstel van wedstrijden. Maar de organisatie zal opgelucht adem hebben gehaald: geen treurige beelden van kunstsneeuw op bruine berghellingen, zoals vier jaar geleden in China.
Duurzaamheid was een absolute prioriteit, zo zeiden het IOC en de Italiaanse organisatie in de aanloop naar de Spelen. Daar kwam de nodige kritiek op: waarom moest er dan een nieuwe ijshockeyhal in Milaan en een 118 miljoen euro kostende bobsleebaan in Cortina gebouwd worden? Uit Brits-Zweeds onderzoek bleek bovendien dat het met die duurzaamheid nogal tegenviel: op termijn kunnen de Spelen leiden tot een verlies van 2,3 vierkante kilometer sneeuwbedekking en meer dan 14 miljoen ton gletsjerijs. IOC-voorzitter Coventry noemde Milaan-Cortina in haar afsluitende persconferentie niettemin „zeer succesvol in een nieuwe en duurzame manier van organiseren.”
Hoe meeslepend het spektakel in Milaan en de bergen ook was, de realiteit is dat de toekomst er somber uitziet voor de Winterspelen. Door klimaatverandering kan er in de komende decennia op steeds minder plekken in de wereld geskied, gesnowboard en gelanglauft worden. Negen van de 23 gaststeden waar de Winterspelen sinds 1924 werden georganiseerd, zo berekenden klimaatwetenschappers, zouden in 2050 niet meer in aanmerking komen wegens te weinig sneeuw.
Cortina d’Ampezzo ook.
Duitse fans bij de start van de 15 kilometer massastart biathlon.