In Nederland en veel vergelijkbare landen blijft het geboortecijfer dalen. Landen halen van alles uit de kast om hun inwoners te stimuleren meer kinderen te krijgen. Maar wat werkt? ‘Ik heb geen behoefte aan een kind en het leven dat daarbij komt kijken.’
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
‘Demografisch herbewapenen’, noemde de Franse president het: alle 29-jarige inwoners van Frankrijk krijgen een brief waarin ze worden aangespoord om op tijd over hun vruchtbaarheid en kinderwens na te denken.
In een groeiend aantal landen maken regeringen zich zorgen over het lage geboortecijfer en komen ze met beleid om zwangerschappen te stimuleren. Italië verlaagde de btw op babyproducten. Griekenland heeft belastingkortingen voor gezinnen in de maak. De Turkse president Erdogan kondigde het ‘decennium van het gezin’ aan met bijbehorende leningen aan gezinnen met kinderen.
Vooral rechtse regeringen zien gezinsuitbreiding als een manier om de natiestaat te versterken, soms ook om de impact van migratie te compenseren. Het is duidelijk: de discussie rondom gezinsuitbreiding is actueel en sterk gepolitiseerd.
Hoe zit dat in Nederland? In 2024 kregen vrouwen hier gemiddeld 1,43 kinderen. Daarmee zit Nederland in de Europese middenmoot (gemiddeld 1,5), terwijl het wereldwijde geboortecijfer op 2,2 ligt.
‘Het kindertal in Nederland is lager dan ooit. Het zit ver onder het vervangingsniveau van 2,1 waarbij de bevolking op peil blijft, als je migratie niet meerekent’, zegt Ruben van Gaalen, demograaf bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi).
De daling sinds de jaren zestig, toen vrouwen nog gemiddeld 3,1 kinderen kregen, is logisch: anticonceptie gaf vrouwen meer regie en kinderen krijgen werd een persoonlijke keuze, in plaats van een door de kerk aangemoedigde plicht.
Volgens demografen was 2010 een kantelpunt. Toen lag het gemiddelde nog op 1,8; daarna zette de daling in, met alleen in 2021 een korte coronapiek. De terugloop werd aanvankelijk toegeschreven aan de financiële crisis omdat mensen in tijden van onzekerheid vaker wachten met kinderen. Verwacht werd dat het cijfer later zou herstellen. Dat dit niet gebeurde, is opvallend, zegt demograaf Daniël van Wijk van het Nidi: ‘Normaal leidt een lage werkloosheid tot méér geboorten. Nu zien we dat in bijna alle rijke landen juist mínder kinderen worden geboren.’
Waarom krijgen mensen minder kinderen dan vroeger? En hoe erg is dat? Vijf inzichten vanuit de wetenschap op een rij.
De huidige daling komt vooral doordat twintigers en dertigers minder kinderen krijgen. In 1950 kregen vrouwen op 26,4-jarige leeftijd hun eerste kind, in 2024 was dat gestegen tot 30,4 jaar. Van alle kinderen die in 2024 geboren werden, had 21,3 procent een moeder van 35 jaar of ouder.
Als vrouwen die nu kinderloos dreigen te blijven in de tweede helft van de dertig toch nog een kind besluiten te krijgen, of een tweede kind, dan kan het geboortecijfer oplopen naar 1,6 kinderen per vrouw, zo verwacht het CBS.
Wordt er ten onrechte paniekerig gedaan? ‘Het geboortecijfer wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd’, zegt Van Wijk. De Total Fertility Rate (TFR) verwijst naar het aantal kinderen dat vrouwen zouden krijgen als het gedrag van één jaar hun hele leven zou gelden. Het is dus een momentopname. Pas rond de 45 jaar is zichtbaar hoeveel kinderen een generatie daadwerkelijk kreeg. Eerdere perioden laten zien dat er soms een inhaaleffect optreedt, maar of dat nu ook gebeurt, is onzeker. ‘Houdt het lage kindertal lang aan, dan wordt zo’n herstel minder waarschijnlijk’, waarschuwt Van Gaalen.
Er zit natuurlijk een limiet aan het uitstellen. ‘De vruchtbaarheid neemt af, waardoor mensen misschien niet toekomen aan het gewenste kindertal’, zegt Billie de Haas, universitair docent demografie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Onderzoekers van diezelfde universiteit vroegen aan ruim zevenhonderd Nederlandse vrouwen (18-40 jaar oud) hoeveel kinderen ze zouden willen. Het gemiddelde kwam uit op 2,3 kinderen; een stuk hoger dan het huidige geboortecijfer dus. Toch is dit geen bewijs voor een onvervulde kinderwens. ‘Mensen zijn erg twijfelachtig over hoeveel kinderen ze later willen’, schrijven de wetenschappers. Voorkeuren zeggen dus niet zoveel en zijn ‘een slechte graadmeter voor toekomstige vruchtbaarheid’.
Veel kinderloze jongvolwassenen nemen hun eigen gezin van herkomst als referentiepunt, zegt De Haas, die mensen interviewde over hun kinderwens. Wie met twee broers is opgegroeid, wil zelf vaak drie kinderen, of juist minder als het vroeger te druk was. Zo kunnen culturele normen doorsijpelen naar de volgende generatie.
Waarom stellen koppels het krijgen van kinderen uit? Een hoger opleidingsniveau speelt een rol: tijdens een studie krijgen mensen vrijwel nooit kinderen.
Daarnaast is er een trend dat jongvolwassenen minder vastigheid zoeken, ook in partnerrelaties, aldus De Haas. ‘Ze blijven langer single en gaan later samenwonen dan rond de eeuwwisseling.’ Ook is er meer ruimte voor twijfel: waar ouderschap vroeger vanzelfsprekend was, is het dat nu niet meer.
De mogelijkheid om eicellen in te vriezen draagt bij aan een gevoel van maakbaarheid, denkt de demograaf. ‘Al is dat geen garantie: ook bij ingevroren eicellen is een zwangerschap niet gegarandeerd.’
Hoge woningprijzen drukken het aantal geboorten, blijkt uit onderzoek van het Nidi en het CBS. Voor elke 100 duizend euro dat huizen in een regio duurder zijn dan elders, daalt de kans dat vrouwen een kind krijgen met 4,3 procent. In regio’s waar de huizenprijzen het snelst stegen, zoals Amsterdam, daalde het kindertal sterker dan in regio’s met stabielere prijzen, zoals Zuid-Limburg.
Huiseigenaren hebben bijna twee keer zo veel kans op een kind als huurders. ‘Er is sprake van een reproductieve ongelijkheid’, zegt Van Wijk. ‘Het moment waarop je de koopmarkt betreedt, bepaalt steeds sterker of je aan kinderen kunt beginnen.’ Veel jongvolwassenen zitten vast in dure huurwoningen zonder uitzicht op een grotere woning in een kindvriendelijke buurt.
Bijna een op de vijf 26- tot 45-jarigen denkt de komende drie jaar geen geschikte woonruimte te hebben voor gezinsuitbreiding, zo bleek uit een rondvraag van het Nidi.
‘De eisen die jonge mensen stellen aan hun economische positie voordat ze aan kinderen beginnen, lijken te zijn toegenomen’, zegt Van Wijk, die in zijn proefschrift keek naar de rol van inkomen, werk en contracttype. En dat terwijl hun positie juist slechter is, door flexibele contracten, hoge huizenprijzen en studieschulden.
In een CBS-enquête (2019) noemde 95 procent van de mensen ‘voldoende inkomen’ een voorwaarde voor gezinsvorming. Dit werd belangrijker gevonden dan het hebben van een stabiele partner.
Waarom leggen jonge mensen de lat zo hoog? Volgens Van Wijk spelen verwachtingen uit de eigen jeugd een rol. De generatie die nu aan kinderen denkt, groeide op in de welvarende jaren negentig, waarin hun ouders meestal wél een koopwoning hadden. ‘Mensen willen dat niveau evenaren of overtreffen.’
Hoe financiële omstandigheden doorwerken in gezinsvorming, zagen onderzoekers in Alaska. Inwoners krijgen daar jaarlijks een wisselend dividend uit oliewinsten. In jaren waarin dat bedrag boven de 3.000 dollar lag, steeg het geboortecijfer een à twee jaar later, vooral onder sociaal-economisch zwakkere groepen. ‘Dit suggereert dat mensen economische belemmeringen ondervinden bij het krijgen van kinderen,’ zegt Van Wijk. ‘En dat reproductieve autonomie ongelijk verdeeld is.’
Zuid-Korea, met een extreem laag geboortecijfer van 0,7, wordt vaak als schrikbeeld gezien. Het populaire YouTube-kanaal Kurzgesagt schetst in een video een akelig toekomstbeeld: een op de twee Zuid-Koreanen is ouder dan 65 en woont in overvolle zorginstellingen. De pensioenfondsen zijn leeg en een kleine minderheid probeert wanhopig het land draaiende te houden.
Hoe zit dat in Nederland? De ‘grijze druk’ neemt toe, zegt Harry van Dalen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg en onderzoeker bij het Nidi. Tot 2040 zal het aandeel van 65-plussers in de bevolking toenemen van 14 procent nu tot 24 procent, terwijl de ‘productieve’ bevolking van 20-64-jarigen daalt van 61 naar 54 procent. ‘Momenteel heb je voor iedere AOW’er drie potentieel werkenden. Op den duur zullen dat er ongeveer twee zijn.’
Dit heeft consequenties voor de houdbaarheid van de welvaartsstaat. De overheid krijgt minder inkomsten, want er zijn minder werkenden die sociale premies en belasting afdragen. Met die kleinere pot moeten juist méér ouderen verzorgd worden.
De overheid rekent op mantelzorg, maar het aantal potentiële mantelzorgers per zelfstandig wonende 85-plusser daalt van bijna vijftien (2018) naar bijna zeven (2040), terwijl de vraag stijgt. ‘Ouderen worden daardoor afhankelijk van hun kinderen, die zelf langer moeten doorwerken’, zegt demograaf Ruben van Gaalen. ‘Dat kan niet allemaal samen.’
Nederlanders vinden bovendien niet dat kinderen verplicht voor hun ouders moeten zorgen, blijkt uit het World Values Survey. Internationaal scoort Nederland hierin het laagst.
‘Geen demograaf die denkt dat een hoog kindertal het wondermiddel is voor de huidige problemen op de arbeidsmarkt of in de zorg’, zegt Van Gaalen. ‘Kinderen die nu worden geboren, leveren pas over 25 jaar een bijdrage.’ Tot die tijd kosten ze vooral tijd, zorg en geld.
Kinderen zijn de belastingbetalers van de toekomst en houden het sociale stelsel overeind. Gezinsuitbreiding is dus niet alleen een persoonlijke levensstijlkeuze. ‘Kinderen kun je óók zien als publieke goederen’, zegt Van Dalen. Overheden houden daar te weinig rekening mee. Hij noemt dit de ‘ooievaarstheorie’: ‘We doen alsof kinderen uit de lucht komen vallen, terwijl ouders en in het bijzonder vrouwen disproportioneel de lasten dragen. Daar moet eerlijk over worden gesproken.’
‘Is het nog ethisch om een kind op de wereld te zetten?’ Die vraag kreeg demograaf Billie de Haas onlangs uit het publiek tijdens een paneldiscussie in Groningen. En: ‘Zijn er kinderen die hun ouders aanklagen omdat ze geboren zijn?’
Uit onderzoek blijkt dat bezorgdheid over klimaatverandering samenhangt met lagere intenties om kinderen te krijgen. Wetenschappers van de Bocconi-universiteit ondervroegen ruim negenduizend mensen (18–40 jaar) in Zweden, Finland en Estland. Wie klimaatverandering zeer zorgwekkend vond, had 19 procent minder kans om een kind te willen; bij kinderlozen liep dit op tot 30 procent. Deze mensen gaven aan dat ze geen kind ‘in een gedoemde wereld’ wilden laten opgroeien.
Een studie onder 25 duizend Italianen vond hetzelfde patroon: wie klimaatverandering als het grootste toekomstige probleem ziet, meldt minder vaak een kinderwens.
Toch plaatst Nidi-onderzoeker Van Wijk een kanttekening: het gaat om intenties, niet om daadwerkelijk gedrag.
‘Je weet niet of deze jongvolwassenen daar nog steeds zo over denken als ze 35 zijn’, vult De Haas aan. In haar onderzoek vond ze dat een kinderwens uiteindelijk vooral een gevoelskwestie is, ‘een hartwens’, waar achteraf rationele argumenten bij worden gezocht.
Daarnaast waarschuwen onderzoekers voor simplificaties. De klimaatimpact hangt sterk samen met consumptiegedrag, zoals vliegen, energiegebruik en levensstijl. ‘Ik hoor ook vaak van mensen terug: je kunt een kind ook milieubewust opvoeden. Misschien wordt het wel de volgende Greta Thunberg’, zegt De Haas. Discussies over kindertal en klimaat zijn snel misleidend: landen met hoge geboortecijfers in Afrika veroorzaken de opwarming niet, maar ondervinden wél de gevolgen.
Zorgen over de toekomst zijn bovendien niet nieuw. ‘Nu is het klimaat, vroeger was men bang voor een kernoorlog’, aldus Van Wijk.
Het is een populaire gedachte: als een land betaalbare kinderopvang en goede verlofregelingen regelt voor ouders, dan volgen de kinderen vanzelf. Vaak worden Scandinavische landen, zoals Zweden, als lichtend voorbeeld genoemd.
Toch klopt dat niet. Ook in Scandinavië daalt het geboortecijfer (1,43). ‘Daar spelen hoge eisen aan het ouderschap én stagnerende inkomens een rol’, zegt Van Wijk.
Uit onderzoek blijkt dat maatregelen van de overheid zelden langdurig effect hebben. Hoogleraar demografie Anne Gauthier, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en het Nidi, analyseerde in een overzichtsstudie het effect van een aantal beleidsmaatregelen, zoals kinderopvang, ouderschapsverlof en financiële uitkeringen. Ze concludeert dat overheidsbeleid de vruchtbaarheid wél kan stimuleren, maar het effect blijft beperkt: gemiddeld 0,1 tot 0,2 kinderen per vrouw. Vooral maatregelen die helpen om werk en gezinsleven te combineren, zoals verlofregelingen en kinderopvang, werken enigszins; financiële bonussen hebben minder effect.
Experts wijzen erop dat gezinsvorming het resultaat is van een complexe mix van sociale, economische, romantische, biologische en culturele factoren. Denk aan de kosten en kwaliteit van onderwijs, politieke en economische stabiliteit, werktijden en werkzekerheid, cultuur, genderrollen thuis en op het werk, en verwachtingen rondom de zorg voor oudere familieleden.
Daarom is het moeilijk om landen als Zuid-Korea en Nederland te vergelijken. ‘Zuid-Korea is een traditioneel land. Getrouwde vrouwen moeten vaak voor de schoonfamilie en de kinderen zorgen, waardoor het een groot offer is om een gezin te beginnen’, zegt Van Gaalen. ‘De werkdruk is hoog, scholing voor kinderen erg duur en de salarissen laag: allemaal rode vlaggen als het gaat om kinderen krijgen.’
Het belangrijkste is dat mensen zélf kunnen beslissen of ze kinderen willen, en dat de overheid dit ondersteunt, benadrukt De Haas. ‘Het is treurig als iemand graag kinderen wil, maar dat niet durft of kan vanwege de omstandigheden.’
Marsha ten Hag (45) uit Deventer heeft vier kinderen in de leeftijd 5-15 jaar. Met haar ex-man heeft ze co-ouderschap.
‘Als jong meisje wist ik al dat ik later moeder wilde worden. Ik liep met een doek om en een pop erin. En ik was fan van The Sound of Music, misschien heeft dat onbewust invloed gehad op mijn beeld van een groot gezin. Ik zag mezelf op avontuur gaan met mijn kinderen, zoals mijn vader dat met mij deed.
‘Toen mijn ex-man en ik over kinderen begonnen na te denken, voelde het kloppend. Alsof de liefde voor elkaar werd vermenigvuldigd.
‘Uit de omgeving kwamen bij het derde en vierde kind wel reacties: hallelujah, weet je wel waar je aan begint? Jullie hebben het toch goed zo?
‘Natuurlijk spelen praktische overwegingen ook een rol. Is er genoeg ruimte in huis? We moesten een nieuwe auto aanschaffen. Daarnaast zijn er de kosten van kinderopvang, zwemlessen, de extra boodschappen. Ik begrijp wel dat mensen met kinderen wachten tot ze een geschikt huis hebben. Instinctief wil je een veilige plek voor je kind, zoals vogels ook eerst een nest bouwen voordat ze eieren leggen.
‘Ik ben zelf opgegroeid met twee jongere zussen. Je vormt als gezin je eigen ecosysteem en van die interactie leer je veel. Zoals spullen delen en omkijken naar de ander.
‘Het klinkt altruïstisch om de planeet niet te belasten met nog een mens erbij. Ik kies ervoor om me te richten op waar ik wél invloed op heb. Mijn kinderen opvoeden met oog voor anderen en het milieu. Kinderen zijn geen belasting voor de wereld, ze kunnen een positieve verandering teweegbrengen. Misschien is het kind dat het klimaatprobleem oplost al geboren.’
Charlotte Cozijn (38) uit Den Bosch heeft geen kinderwens.
‘De maatschappij verwacht dat je een kind wil. Wil je dat niet, dan moet je goede redenen hebben. Ik las in het boek Het monogame drama over het leven als een roltrap. Als vrijgezel moet je gaan daten, dan een relatie, daarna samenwonen en kinderen. Het gaat altijd over de volgende stap.
‘Ik heb geen behoefte aan een kind en het leven dat daarbij komt kijken. Ik vind andere dingen belangrijk, zoals familie en vrienden, sporten, culturele activiteiten. Mijn partner en ik hebben het fijn met elkaar. Waarom zou ik dat veranderen?
‘Het is een zoektocht geweest. Aan mensen in mijn omgeving vroeg ik: hoe wist jij dat je een kind wilde? Voor iedereen blijkt dat anders. Een vriend beschreef dat hij omkeek in de auto en dacht: ik wil daar een kinderzitje met een kind erin. Het is niet dat ik die gevoelens nooit heb, ze zijn alleen niet groot genoeg voor een kinderwens.
‘Zorgen over het klimaat spelen ook mee. In wat voor wereld komt een kind terecht? De westerse wereld draagt bij aan het uitputten van de aarde. Maar goed, ik denk dat dit soort rationele argumenten niet uitmaken als de emotionele behoefte er is.
‘Ik krijg weleens de vraag: wat ga je dán doen met je leven? Alsof je als kinderloos iemand een ander groot project moet oppakken.
‘Kinderen zijn alsnog onderdeel van mijn leven. Mijn neefjes en nichtjes vind ik geweldig. It takes a village, hoor je altijd. Dan heb je niet alleen ouders nodig, maar ook andere mensen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant