Met tien gouden medailles scoorde de Nederlandse ploeg op de Winterspelen in Milaan beter dan ooit. Maar André Cats, technisch directeur van NOCNSF, waarschuwt: ‘topsport in Nederland staat budgettair gezien onder druk’.
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis. Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Het begon met goud, voor Jutta Leerdam op de 1.000 meter. De laatste olympische titel kwam zaterdag op het conto van Marijke Groenewoud op de massastart. Met tien gouden medailles waren het voor de Nederlandse afvaardiging de succesvolste Olympische Winterspelen uit de geschiedenis.
Net buiten het olympisch dorp, in een zaaltje van een bedrijfspand, rekent chef de mission Carl Verheijen de succespercentages voor. In ruim twee weken waren er 64 ‘starts’ voor Nederland, 64 keer kwam een Nederlander of een Nederlandse ploeg in actie. In 31 procent van de gevallen mondde het uit in een podiumplaats.
Halverwege de tweede week van de Spelen was al duidelijk dat Nederland op koers lag om de inmiddels traditionele ‘top-achtambitie’ van NOCNSF waar te maken, maar toen volgden nog de titels van de shorttrackmannen, Antoinette Rijpma-de Jong en de massastartdubbelslag van Jorrit Bergsma en Marijke Groenewoud.
Verheijen: ‘De doelstelling was al behaald, we zouden sowieso rond plek 6 of 7 uitkomen. Maar toen kwamen er vier medailles binnen 24 uur bij. Dat was fantastisch. Ik wil niet zeggen dat ik een traantje heb gelaten, maar ik was wel emotioneel.’
Tien olympische titels is een ongekende oogst. Voorheen was de beste score achtmaal goud, behaald bij drie achtereenvolgende edities van de Winterspelen (2014, 2018 en 2022). Nederland eindigt in het medailleklassement als derde, achter Noorwegen en de Verenigde Staten. Met een verwijzing naar de Winterspelen van 1972, waar zijn vader Eddy Verheijen als schaatser actief was en Nederland als vierde in het medailleklassement eindigde, zegt de tevreden chef de mission: ‘Dit waren de beste Spelen sinds Sapporo.’
Niet dat er geen dissonanten waren. Neem de ploegenachtervolging bij de mannen, die na veel ophef rondom de aanwijsplaats van Marcel Bosker naast het podium belandde. Of de botsing van Lian Ziwen met Joep Wennemars, die daardoor een medaille op de 1.000 meter uit het zicht zag verdwijnen. En wereldkampioen Kimberley Bos, die bij het skeleton ver van het podium verwijderd bleef en zich na afloop door de extreme verschillen vertwijfeld afvroeg of sterkere skeletonlanden niet over beter materiaal beschikten.
Verheijen: ‘In het olympisch dorp lagen alle kamers van onze sporters aan een lange gang. Daar zag je een mix van emoties, van mensen die hun dromen in duigen zagen vallen. En van mensen die hun dromen wel waargemaakt zagen worden. Gelukkig is dat laatste veel meer voorgekomen.’
Bij de meeste Winterspelen werd het leeuwendeel aan gouden medailles op de langebaan veiliggesteld. Nu lagen de verhoudingen anders. Van de tien titels werd slechts de helft op klapschaatsen behaald. Opvallend was bovendien dat de mannen pas op de laatste dag een olympische langebaantitel binnensleepten.
Even dreigde een net zo magere score als in 1994, toen de Nederlandse mannen geen enkele keer op de hoogste trede stapten. Maar Bergsma redde op het nippertje de eer, op het jongste olympische schaatsonderdeel. Toch is het ook lang geleden dat er bij de mannen slechts één titel te vieren viel. In 2006 was Bob de Jong (10 kilometer) de enige mannelijke olympische schaatskampioen.
In Milaan verrasten de shorttrackers met een waar prijzenfestival: vijf keer goud, één zilver en één brons. Juist in een sport die gekenmerkt wordt door onvoorspelbaarheid toonden de mannen en vrouwen op vaste schaatsen zich bijzonder trefzeker. ‘Bij shorttrack is echt een grote slag gemaakt. Daar hadden we misschien op twee of drie gouden medailles gerekend’, zegt Verheijen. Tegenvallend was de score buiten de schaatsbanen in Milaan. Op de bob- en skeletonbaan en de pistes bleven medailles uit.
Of shorttrack na het succes kan rekenen op meer financiering in de toekomst, zal in april blijken. Dan komt NOCNSF met de besluitvorming voor de verdeling van topsportgelden. De sportkoepel richt zich op de kansrijkste sporten. Potentieel succesvolle sporten krijgen meer ondersteuning.
Resultaten van de Winterspelen in Milaan worden meegewogen bij de toewijzing van topsportbudgetten. André Cats, technisch directeur van NOCNSF, zit naast Verheijen en legt uit: ‘Maar het hangt niet alleen af van medailles en resultaten op de Spelen. Dat zou een veel te smalle beoordeling zijn van de kwaliteit en potentie van een programma.’
Terugblikkend op twee weken topsport in Milaan stelt hij dat prestaties de boventoon moeten voeren, maar benadrukt hij ook: ‘Ik wil er niet meteen een politiek verhaal van maken en een klaagzang houden over extra budgetten. Maar dit heb ik al eerder gezegd: topsport in Nederland staat budgettair gezien onder druk.’
De financiering voor topsport loopt terug, terwijl topsportprogramma’s door prijsstijgingen duurder worden. Goede resultaten werken daarbij soms juist remmend, vreest Cats. ‘Mensen zeggen: het gaat nu toch goed? Maar daar moeten we wel verschrikkelijk hard aan werken. We doen het efficiënt, maar de middelen zijn nijpend.’
Source: Volkskrant