Home

Ervaren Iraanse minister moet een aanval van de VS voorkomen: ‘Diplomatie is tapijtenhandel’

Iran De Iraanse buitenlandminister Abbas Araghchi wordt op het internationale podium gerespecteerd om zijn dossierkennis en geldt binnen de Iraanse politiek als een smooth operator. Maar is dat genoeg om nu een Amerikaanse aanval op Iran te voorkomen?

De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi afgelopen juni na een ontmoeting met Europese ministers in Genève.

In zekere zin doet hij hetzelfde als zijn grootvader, die tapijtenhandelaar was. Diplomatie bedrijven is volgens de Iraanse buitenlandminister Abbas Araghchi (63) als onderhandelen in een bazaar: je gaat eindeloos door. „Wie snel moe en verveeld raakt, zal aan het kortste eind trekken”, schreef Araghchi in zijn boek De Kracht van Onderhandelen (2024), dat over zijn ervaring met de jarenlange onderhandelingen over het Iraanse nucleaire programma gaat.

Maar hoe relevant is die ervaring nog? Araghchi heeft nu te maken met de grillen van president Donald Trump. Aan de Iraniër de taak om te voorkomen dat de Verenigde Staten zijn land aanvallen. Mocht Trump inderdaad moe of verveeld raken door de onderhandelingen over het nucleaire programma van Iran, dan lijkt dat vooral een probleem voor de Iraniërs te zijn. De Amerikaanse president beschikt over de grootste verzameling Amerikaanse troepen in de regio sinds de aanloop naar de invasie van Irak in 2003. Genoeg om wekenlang een luchtoorlog te voeren.  

Wat de Amerikanen precies eisen blijft onduidelijk. Trump wil in ieder geval een einde aan verrijking van uranium op Iraanse bodem. Israël dringt er daarnaast bij de VS op aan Irans ballistische raketprogramma en steun aan anti-Israëlische strijdgroepen in de regio aan te pakken. De minstens 6.500 Iraanse demonstranten die volgens de Iraans-Amerikaanse mensenrechtenorganisatie HRANA vorige maand door het regime werden gedood, komen in Trumps uitlatingen nog maar zelden voor.

Araghchi en zijn team hebben eind vorige week gezegd de VS in de komende dagen een voorstel te doen. Mogelijk zullen daarop aanstaande vrijdag nieuwe gesprekken plaatsvinden, zo meldden bronnen binnen de Amerikaanse overheid aan nieuwsite Axios. In het Iraanse voorstel zou staan dat Teheran bereid is de zuiverheid van de bestaande voorraad hoogverrijkt uranium te verlagen.

Vrijwilliger in de Iran-Irakoorlog

Araghchi − toen nog onderminister van Buitenlandse Zaken − leidde het Iraanse onderhandelingsteam al tijdens de eerste nucleaire deal die het land in 2015 sloot met de VS onder president Barack Obama en enkele andere wereldmachten. Araghchi’s Amerikaanse evenknie, diplomaat Wendy Sherman, noemde hem later „staalhard, vastberaden, kalm” in haar autobiografie. Araghchi was ook goed thuis in alle technische details rondom kernenergie, schreef ze. De twee werden allebei grootouder tijdens de onderhandelingen en vonden elkaar daarin, ze sturen elkaar nog altijd kaarten met kerst en het Perzische lentefeest Nowruz. 

Hoewel die nucleaire deal Irans uraniumverrijking succesvol inperkte, stapte Trump in 2018 uit het akkoord, dat hij een „rampzalige overeenkomst” noemde. In Teheran werd dat gezien als het falen van de hervormers binnen het regime en toenmalig buitenlandminister Mohammad Javad Zarif. Opmerkelijk genoeg bleef Araghchi − minstens zo’n groot pleitbezorger van de deal als Zarif − buiten schot. 

Dat is wat Araghchi bijzonder maakt, stelt Ali Vaez, een Iran-kenner van de International Crisis Group. Terwijl Zarif binnen Iran geldt als een veramerikaniseerde tegenpool van de ideologische hardliners, is Araghchi „een hardliner noch een softliner” en iemand die zich gemakkelijk tussen de twee werelden beweegt. „Hij is een smooth operator, die meer luistert dan praat en − in tegenstelling tot de meeste Iraanse diplomaten − ook bedreven is het navigeren van de moordend complexe Iraanse binnenlandse politiek.” 

Wat zijn gezag binnen Iran versterkt, is dat Araghchi er vanaf het begin bij was: in 1979 sloot hij zich als tiener aan bij de Iraanse revolutie. Daarna vocht hij als vrijwilliger in de Iran-Irak oorlog (1980-1988), een existentiële beproeving voor de jonge islamitische republiek, die tot op de dag van vandaag de Iraanse bunkermentaliteit mede vormgeeft. 

Ook voor Araghchi was de oorlog vormend. „We herinneren ons nog steeds de Franse Super-Étendards (straaljagers), de Britse Chieftain-tanks, de Duitse chemische wapens,” zei hij in 2018 tijdens een conferentie. Irak kreeg internationale steun en wapens, terwijl Iran vrijwel alleen stond. Het is dan ook niet meer dan logisch, stelde Araghchi, dat Iran de buitenwereld wantrouwt.

Carrière als ambassadeur

Toch trok Araghchi na de oorlog die buitenwereld in. Hij werd diplomaat en promoveerde tussendoor als jonge dertiger aan de Universiteit van Kent in Engeland. Daar richtte hij zich op de vraag of Westerse ideeën over democratie samengaan met politieke Islam. (Zijn antwoord: Het is niet makkelijk, maar de islamitische wereld en het Westen moeten met elkaar blijven praten.)

David McLellan, een Britse marxisme-onderzoeker en Araghchi’s PhD-begeleider, herinnert zich hoe de Iraniër zich actief mengde in het sociale leven rondom de universiteit, samen met een bevriende collega van het ministerie van Buitenlandse Zaken. „Hij kwam naar de bijeenkomsten die ik bij mij thuis organiseerde, waar collega’s en studenten samenkwamen om te debatteren over politieke vraagstukken”, zegt McLellan telefonisch. Tijdens een van die bijeenkomsten gaven Araghchi en zijn vriend een praatje over de Iraanse politiek, waarbij ze zowel de verdiensten als de tekortkomingen van het systeem bespraken. „De sessie was erg succesvol”, aldus McLellan.

Een bijeenkomst tijdens de onderhandelingsronde over Irans nucleaire programma in 2015, in Wenen. Met onder meer Araghchi (rechts aan het hoofd), toenmalig buitenlandminister van Iran Zarif (de derde van rechts), en diplomaat Sherman (linksachter).

Ook vandaag de dag staat Abbas Araghchi bij buitenlandse diplomaten te boek als „erg innemend, welbespraakt en bekwaam als diplomaat, vooral op het nucleaire dossier”, zegt Ross Harrison, verbonden aan het Amerikaanse Middle East Institute in Washington DC en auteur van het boek Decoding Iran’s Foreign Policy. Na zijn tijd in Kent werd Aragchi onder meer ambassadeur in Finland en Japan, om daarna verder op te klimmen binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het beeld van Araghchi als gerespecteerd en redelijk diplomaat valt lastig te rijmen met het autocratische regime dat hij vertegenwoordigt, een regime dat een paar weken geleden nog ordetroepen opriep om hun machinegeweren leeg te schieten op demonstrerende menigtes. Het contrast is volgens Ali Vaez „een herinnering aan hoe functionarissen binnen autoritaire systemen rustig als technocraat kunnen opereren, terwijl ze tegelijkertijd verankerd blijven in en bijdragen aan een systeem dat tot grote wreedheid in staat is”.  

Asymmetrische onderhandelingsteams

In de onderhandelingen over het nucleaire programma van Iran zit tegenover Araghchi nu geen ervaren diplomaat, maar Steve Witkoff. Dat is de vastgoedvriend en golfmaat van Trump, die naast de gesprekken met Iran ook belast is met het eindigen van de oorlogen in Oekraïne en Gaza. 

Er is dan ook sprake van een „asymmetrie” tussen de Amerikaanse en Iraanse onderhandelingsteams, zegt Harrison. „Een ervaren onderhandelaar stelt een team samen waarbij alle nodige kennis aanwezig is. Maar de Amerikaanse ploeg is dun bezet: veel van de Iran-specialisten of atoomexperts die normaal deel uitmaken van zo’n team, zitten er niet bij.”

Het Iraanse leiderschap gelooft dan ook niet dat de Amerikanen de onderhandelingen erg serieus nemen, zegt Harrison. Er heerst veel wantrouwen. Vooral sinds Trump vorig jaar in juni, te midden van de eerste ronde onderhandelingen met Iran, besloot Israël te helpen bij het bombarderen van de Iraanse nucleaire faciliteiten. 

Deze keer liep hoofdonderhandelaar Araghchi − ondanks zijn handigheid − wel degelijk politieke averij op, zegt Ali Vaez. „Het leek erop dat hij zich door Witkoff om de tuin had laten leiden.” Het is daarom nog maar de vraag of de buitenlandminister nu genoeg manoeuvreerruimte heeft om het regime te bewegen tot concessies. Teheran heeft tot dusver altijd vastgehouden aan wat het zijn recht op civiele uraniumverrijking noemt.

Met twee Amerikaanse vliegdekschepen in de regio, groeit bovendien de overtuiging bij Iraanse leiders dat oorlog al onvermijdelijk is. Sommigen denken er zelfs hun voordeel mee te kunnen doen, schreef Iran-expert Vali Nasr vorige week in een opiniestuk in de Britse zakenkrant Financial Times. Een oorlog biedt wellicht kansen voor het regime om zijn greep op het ontevreden volk weer te vergroten.

Trump gaf Iran vorige week tien tot vijftien dagen om akkoord te gaan met een deal. Maar zijn strategie om Teheran het mes op de keel te zetten werkt mogelijk averechts. Je moet bij onderhandelingen de verliezende partij altijd de mogelijkheid bieden met geheven hoofd de tafel te verlaten, schreef Araghchi in zijn boek. „Als je wilt dat iemand van het dak afkomt, geef hem dan een ladder; vraag hem niet om naar beneden te springen en zich te bezeren; dat zal hij niet doen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Midden-Oosten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next