Frankrijk, dat in 2030 de Winterspelen organiseert, voelt er weinig voor om een dure schaatshal te bouwen die vervolgens leegstaat. De organisatie kijkt daarom naar Turijn of Heerenveen. Maar nu blijkt in Milaan dat op een tijdelijke baan ook records sneuvelen. ‘Ik zeg: fiks het.’
Thialf of Turijn. Dat is de keuze die het organisatiecomité van de Olympische Winterspelen 2030 op tafel heeft liggen. Een ijsbaan in de Franse Alpen, waar de rest van de olympische sporten plaats zullen vinden, zit er volgens de Fransen niet in. Over een tijdelijke ijsbaan wordt officieel niet gesproken, maar na twee weken spannende wedstrijden en razendsnelle tijden in Milaan dringt de vraag zich op of dat niet ook een optie is.
Een rondgang langs de ijsbaan in Milaan levert kritische geluiden op als het over de officiële Franse plannen gaat. Het is zonde, vindt Metodej Jilek, de olympisch kampioen op de 10 kilometer, als het schaatsen straks niet in Frankrijk zou zijn. ‘We zouden de olympische atmosfeer missen. Het zou voelen als een normale wedstrijd, als een of andere wereldbekerwedstrijd. We zouden ver van de andere olympische sporters in een hotel slapen. Ik ben echt tegen dit plan.’
Sander Eitrem, goud op de 5 kilometer: ‘Op een nieuwe baan heeft niemand thuisvoordeel. Het zou zonde zijn om de Spelen in Thialf te doen of op een andere plek waar we al vaker komen.’
Bijval komt van Jenning de Boo, die een principiëler punt aanstipt. Door het schaatsen weg te schuiven buiten de landsgrenzen geeft de Franse organisatie het signaal af dat deze sport er niet toe doet. ‘Maar we zijn met langebaanschaatsen gewoon een olympisch onderdeel. En groot genoeg. Dus ik zeg: fiks het.’
Het Franse organisatiecomité wil het langebaanschaatsen uitbesteden uit kostenoverwegingen. En er is de wens die breder binnen het IOC leeft om de Spelen duurzamer te maken. In het verleden zijn forse bedragen uitgetrokken voor ijsbanen die later nooit meer voor het schaatsen zijn gebruikt.
Op de ijsbaan van Sotsji van 2014 – kosten: 24 miljoen euro – zal het baanrecord van Sven Kramer op de 5.000 meter nooit worden verbroken. Na de Spelen werden de vriesmachines uitgeschakeld, nu is de Adler Arena een congreshal. De Gangeung Oval, het decor van de langebaanwedstrijden in 2018, werd nog eenmaal na de Winterspelen van Pyeongchang, Zuid-Korea, gebruikt voor de Winterjeugdspelen. Verder onderging het gebouw, dat 74 miljoen euro heeft gekost, hetzelfde lot als de baan in Sotsji. Het is een congrescentrum, met eveneens een baanrecord van Kramer op de 5.000 meter.
De onoverdekte ijsbaan in het Franse Albertville, de olympische locatie van 1992, werd na de Spelen van 1992 omgetoverd tot een atletiekbaan. Er is geen plek in Frankrijk waar het voor de hand ligt om een ijsstadion te bouwen. Er is nauwelijks een langebaantraditie. De Franse zoektocht naar een alternatief is begrijpelijk. De kans dat een miljoenen euro’s kostende baan na de Spelen ongebruikt blijft, of nog decennialang handenvol geld zal kosten om open te houden voor een klein groepje schaatsfanaten, is levensgroot.
Daarom overweegt de organisatie Turijn, waar de Oval Lingotto staat, die voor de Spelen van 2006 werd gebouwd. Ook daar heeft Kramer een baanrecord: op de 3.000 meter. Sinds 2007 wordt deze locatie gebruikt als beursgebouw. Met een make-over zou de Lingotto weer als olympische baan kunnen dienen.
Bijkomend voordeel: Turijn ligt in Italië, maar ook aan de voet van de Alpen en hemelsbreed niet ver van het gebied waar de sneeuwsporten gepland zijn. Het nadeel is dat de kosten om de baan weer in olympische conditie te krijgen op ongeveer 12 miljoen euro worden geraamd.
Thialf is daarentegen instapklaar. Bij de opening van een schaatstentoonstelling in Rho, het stadje waar de congreshal met de tijdelijke olympische ijsbaan van Milaan ligt, was de stemming in het openingsweekend van deze Winterspelen over de Nederlandse optie daarom positief. Al was het niet verwonderlijk dat juist daar over olympisch Thialf gedagdroomd werd. De expositie over de Nederlandse schaatscultuur werd mede ondersteund door de gemeente Heerenveen, Thialf, de provincie Friesland en regiomarketingorganisatie Regio Heerenveen ’n Gouden Plak.
De aanwezige Heerenveense wethouder voor sport Sybrig Sytsma koppelde de tentoonstelling direct aan de wens om het olympisch schaatsen naar haar stad te halen: ‘Het is heel mooi om onze Nederlandse schaatstraditie te kunnen laten zien. Hopelijk kan dat de Fransen ervan overtuigen dat ze het schaatstoernooi van 2030 bij ons moeten organiseren.De beleving die wij hebben in Nederland, in Friesland, in Heerenveen is zo groot, het is echt het schaatshart van de wereld.’
Bij Antonette Rijpma-de Jong gaan de ogen ook glimmen bij de gedachte aan olympisch Thialf. Zij ziet heus bezwaren. Het gebrek aan een echt olympisch gevoel, dat zij op vier verschillende Winterspelen al meemaakte, zal ontbreken. Maar toch, zij kiest zonder twijfel Thialf. Rijpma-de Jong is opgegroeid op 2 kilometer afstand van de baan, in Rottum. Ze woont er nog steeds. ‘Ik zou het erg bijzonder vinden.’ Sterker nog, als de keuze op haar thuisbaan zou vallen, weet de 30-jarige dat ze haar loopbaan nog vier jaar verlengt. ‘Als het in Thialf is, zeker.’
Vanuit commercieel oogpunt is het geen gekke gedachte. Of de tribunes in Thialf twee weken lang vol zullen zitten is in schaatsgek Nederland eigenlijk geen vraag. Maar zal rapper Snoop Dogg op de langebaantribune plaatsnemen, zoals hij deed in Milaan? Zal topturnster Simone Biles een reis door half Europa maken, om haar gezicht ook in Thialf te laten zien? Hoeveel mensen zullen met de sport in aanraking komen, die er daarvoor nog weinig van afwisten?
Dat het voor het fanatieke Nederlandse schaatspubliek een heerlijk vooruitzicht kan zijn, snapt De Boo. Maar als het oranjegevoel het uitgangspunt is, of de ervaring van de Spelen in eigen land te hebben, is er sowieso maar één optie, vindt hij. ‘Dan had Nederland zelf de Spelen moeten organiseren.’
Is er nog een derde weg, een alternatief voor Thialf of Turijn? Volgens een woordvoerder van NOCNSF gaat het enkel tussen die twee banen. Maar de olympische ervaring leert dat plannen kunnen veranderen. Aanvankelijk was voor deze Winterspelen Baselga uitgekozen als plek voor het schaatsen. De outdoor kunstijsbaan zou overdekt worden. Minder dan drie jaar geleden werd van dat voornemen alsnog afgeweken en viel de keus op een tijdelijke baan in het beurscomplex in Milaan.
Daar bleek de afgelopen twee weken dat zo’n tijdelijke ijsbaan uitstekend functioneert. Van tevoren sprak ijsmeester Mark Messer nog van de uitdagendste klus uit zijn lange loopbaan, maar uit de tijden die gereden zijn blijkt dat hij die klus heeft geklaard. Kjeld Nuis en Jordan Stolz zeiden na de 1.500 meter lachend dat ze niet begrepen hoe het kon, maar op bijna elke afstand wordt in Milaan sneller gereden dan ooit, op zeeniveau.
Messer: ‘We hebben laten zien dat het mogelijk is.’ En mocht de ijsmeester over vier jaar worden ingeschakeld voor een reprise van de tijdelijke baan, dan belooft hij dat het nog beter kan.
Is de tijdelijke ijsbaan volgens Messer de toekomst voor het olympisch schaatsen? ‘Dat weet ik niet. Het is ook goed om een gebouw over te houden aan de Spelen waar sporters nog kunnen trainen, waar het succes bewaard blijft.’ Messers thuisbaan, de Olympic Oval in Calgary, is precies zo’n plek.
Daar raakt Messer een punt dat volgens schaatser Chris Huizinga van wezenlijke betekenis is. Een permanente ijsbaan in Frankrijk, dat is voor de Nederlandse kapitein van de ploegenachtervolging het ideaal. ‘Omdat je dan in de toekomst bijvoorbeeld ook World Cups in Frankrijk kunt rijden. En omdat het voor het Franse schaatsen goed kan zijn. Nu trainen ze allemaal in Duitsland.’
Maar er zijn andere manieren om een olympische ijsbaan te blijven benutten, weet Messer. Voor de olympische schaatsbaan van 2010 in Vancouver was ook geen toekomst weggelegd als 400 meterbaan. Maar de Richmond Olympic Oval – met, jawel, een baanrecord van Sven Kramer op de 5.000 meter – bleef wel bewaard voor de sport. Messer: ‘Het was niet slim om zo dicht bij Calgary nog een overdekte 400 meterbaan te hebben, dus hebben we bij de bouw al direct een plan gemaakt voor na de Spelen. Nu is het een plek voor shorttrack, ijshockey en andere sporten.’
Hij wil maar zeggen dat olympisch erfgoed ook op andere manieren kan blijven bestaan, zonder dat het sportkarakter verdwijnt. ‘Maar ik begrijp tegelijkertijd dat Frankrijk geen ijsbaan wil bouwen. Want wie gaat dat financieel onderhouden?’
Zonder het vooruitzicht van een permanent schaatsstadion heeft Huizinga een duidelijke voorkeur: Heerenveen. ‘Dat zou heel vet zijn. Je krijgt dan ruim twee weken een uitverkocht Thialf, met telkens twaalfduizend mensen op de tribunes. Dat wordt een feestje.’ Hij zou het voor lief nemen dat hij dan niet, zoals nu, zomaar sporters uit andere disciplines treft. Liever ook dan op een tijdelijke baan, rijdt hij op bekend terrein in eigen land.
En wat vindt ijsmeester Messer van de keuze tussen Heerenveen of de Oval Lingotto? ‘Heerenveen heeft een geweldige sfeer. Het heeft de capaciteit, alles is er. Maar het is ver weg. Turijn is dichterbij. En het zou geweldig zijn als ze in Italië in die baan investeren om hem daarna voor het schaatsen te behouden. Maar ja, dat hebben ze de eerste keer ook niet gedaan. Dus of het dan een goede investering is? Ik weet het niet.’
Er is nog niemand van het organisatiecomité van 2030 in de congreshal van Milano Fiera Rho komen kijken bij Messer. ‘Het is nog onduidelijk wat ze zullen doen. Ik vind het logisch dat ze geen permanente ijsbaan willen bouwen, maar ik denk dat ze nu wel een paar dingen zullen moeten heroverwegen.’
Hij heeft er weinig directe invloed op, maar na zes Olympische Spelen als ijsmeester wel een mening over. Messer: ‘Het punt dat de schaatsers maken is belangrijk. Bij de Spelen ging het er ook altijd om dat je in het olympisch dorp zit. Dat je als schaatser bij het eten plotseling naast een ijshockeyer terecht kon komen. Maar je ziet al dat elke keer de olympische locaties verder uit elkaar komen te liggen.’
Het is een realiteit die ook Timothy Loubineaud constateert. De Fransman die deze winter twee maanden het wereldrecord op de 5 kilometer in bezit had, haalt de Zomerspelen van 2024 aan, toen de surfwedstrijden op Tahiti werden gehouden. ‘Dat hoort misschien wel bij Frankrijk, maar het is 22 uur vliegen vanaf Parijs. Wat mij betreft is het dichtbij genoeg als het schaatsen binnen Europa blijft.’
Loubineaud bekijkt het pragmatisch. ‘Natuurlijk zouden we graag in Frankrijk rijden. Het zou de enige keer zijn dat deze generatie Fransen in eigen land zou kunnen schaatsen’, zegt hij en zoekt naar diplomatieke taal. Hij wil als uithangbord van deze sport in zijn land het organisatiecomité niet voor het hoofd stoten. ‘Maar uiteindelijk zijn wij niet degenen die erover gaan. Dat is aan het organisatiecomité en het enige wat wij als schaatsers kunnen doen is straks zo hard mogelijk schaatsen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant