Home

Met Raheem Sterling haalt Feyenoord een wat oudere vedette naar Nederland. Hoe pakt zo’n gok doorgaans uit?

De hoop is dat de Engels-Jamaicaanse Raheem Sterling (31) het spel van Feyenoord een impuls geeft. Maar zo gaat het niet altijd. Een duik in het verleden van wat oudere, buitenlandse sterren die in Nederland verzeild raakten. Van Rahn tot Raheem.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Ronald de Boer had al eens een foto gezien van Márcio Santos met de wereldbeker. Smal koppie. Eén brok onverzettelijkheid als verdediger. Ruim een jaar later kwam de Braziliaanse wereldkampioen (1994) naar Ajax. De Boer: ‘Het leek of hij zijn broer had gestuurd. Dat smalle koppie was verdwenen, alsof hij het allemaal had laten lopen, dat met die wereldbeker het ultieme doel was bereikt. Het ging een beetje op zijn elfendertigst bij hem.’

Márcio Santos was in 1995 de beoogde opvolger van de gestopte Frank Rijkaard. Hij was al 36 jaar en hij flopte. Aardige man, dat zeker. De Boer: ‘Hij kon geweldig koppen. Het leek alsof hij een springplank in zijn voeten had.’ Trainer Louis van Gaal liet de centrale verdediger soms linksback spelen.

Tegen PSV kreeg hij na 19 seconden de rode kaart. Vernederd voelde hij zich toen Van Gaal hem voor een Champions League-wedstrijd tegen Grasshoppers passeerde en in Zürich de piepjonge Arno Splinter opstelde. Zijn leven bij Ajax was ook: blessures, een longontsteking, een gescheurde achillespees. De Boer: ‘Na de operatie zagen we het litteken. Het leek wel alsof hij bij een slager was geweest.’

Altijd die verwachtingen

Het had zo mooi kunnen zijn, een wereldkampioen bij Ajax, maar het draaide uit op een fiasco. Zo gaat het vaker met oudere spelers die qua naam eigenlijk te groot zijn voor de eredivisie, die ergens op een zijspoor zijn terechtgekomen en om welke reden dan ook verzeild raken in Nederland. De kracht, het haar of de klasse zijn misschien verdwenen, maar wat altijd blijft, zijn de verwachtingen.

Kort nadat NAC verrassend de 36-jarige Ghanese ster André Ayew had binnengehaald, nam Feyenoord vorige week een bewust risico door de 31-jarige Raheem Sterling voor maximaal elf wedstrijden aan te trekken. Doel: helpen de tweede plaats veilig te stellen en plaatsing voor de Champions League af te dwingen.

Snelle, wendbare dribbelaar

Sterling is een goede kennis van trainer Robin van Persie, een voormalige grootheid in de Premier League. Sterling speelde 82 interlands voor Engeland en kwam uit voor Liverpool, Manchester City, Chelsea en Arsenal. Is hij nog steeds een snelle, wendbare dribbelaar, of wás hij dat? Vorig seizoen voetbalde hij nog 1.142 minuten in alle competities bij Arsenal, nu viel hij buiten de groep bij Chelsea. Geen ritme dus. Nul minuten gevoetbald. Als dat maar goed gaat.

Qua naam is hij een verrijking voor de wat schrale eredivisie, al is het risico aanzienlijk. Eén blessure en het seizoen is voorbij. Zoals de meteen zwaar geblesseerd geraakte Oleksandr Zintsjenko op papier een verrijking was voor Ajax, al is hij pas 29 jaar en valt hij buiten het bestek van dit verhaal, waarin 30 jaar als ondergrens geldt. Maar Zintsjenko had geen tijd om fit te worden, met zijn 712 minuten bij Nottingham Forest, verdeeld over tien duels dit seizoen. Zonder krasje was hij nooit naar Nederland gekomen.

De eredivisie is beroemd als podium van wereldsterren van eigen bodem, van Johan Cruijff tot Marco van Basten, Willem van Hanegem, Ruud Gullit, Dennis Bergkamp, Robin van Persie en honderden anderen. Ook is een deel van de reputatie te danken aan jonge buitenlanders die als onbekende talenten in Nederland hun rijke loopbaan lanceerden, van Romário en Ronaldo tot Ibrahimovic en Suárez. Nog een categorie vormen de Nederlandse vedetten die terugkeren in de herfst van hun carrière, van Rijkaard tot Cocu, Van Bommel en Kuijt. En Cruijff zelf ook, trouwens.

Hé, was dat Götze?

En dan is daar nog de oudere, buitenlandse ster met een wat onduidelijke status. Mario Götze was ook nog jong (28) toen hij zijn wat vastgelopen loopbaan een doorstart gaf bij PSV. Vooral het mysterie rond die transfer in augustus 2020 is typerend. Iemand zag hem in een luxe Duitse auto in Eindhoven. Hé, was dat Götze, die de WK-finale van 2014 tegen Argentinië beslist? Wat deed hij hier? Zo’n transfer kan obscuur zijn, opwindend, en uiteindelijk tegenvallen.

De Braziliaan Reinaldo meerde in 1987 opeens bij Telstar aan, dat toen in de eerste divisie speelde. Hij dacht bij Ajax terecht te kunnen, maar trainer Johan Cruijff zag gauw dat hij daarvoor niet fit genoeg was. Op naar het broertje Telstar dan maar, waar hij zes duels speelde. Het leverde twee doelpunten op en ruzies met trainer Cor van der Hart, die zijn instelling hekelde. Maar ja, voor een thuiswedstrijd waren wel tropisch geklede danseressen geregeld, met sambamuziek.

Het was bijna niet voor te stellen dat deze man op een WK had gespeeld, in 1978 in Argentinië. Zoek de beelden maar van Zweden - Brazilië, vlak voor rust. Doelpunt Reinaldo. Negen jaar later, de 30 inmiddels gepasseerd, was zijn wat uitgedijde versie even spits in Velsen.

Helmut Rahn, sensatie uit West-Duitsland

Dit type sensatie begon met Helmut Rahn, met twee doelpunten de Duitse uitblinker in het zogenoemde Wunder von Bern, de finale van het WK van 1954. Daarin versloeg West-Duitsland volstrekt onverwacht de superieur geachte Hongaren, waarmee het in de Tweede Wereldoorlog verslagen land voorzichtig weer de neus aan het venster van de wereld drukte.

Rahn was groot geworden bij Rot-Weiss Essen als veelzijdige aanvaller. Deze man kwam dus naar SC Enschede. Ongelooflijk. Hij sliep in Hotel De Post in Glanerbrug, een paar honderd meter over de grens. Bij zijn eerste wedstrijd was het stadion gevuld met 21 duizend toeschouwers, onder wie vierduizend Duitsers. Het Polygoonjournaal verwelkomde de ‘Bombardier’, die met links en rechts kon schieten.

Rahn, met de reputatie van een losbandige drinkebroer, bleef drie jaar in Enschede. Jan Streuer, later zelf prof en tot voor kort technisch directeur van FC Twente, was nog een jongen toen hij genoot van Rahn. Aan de telefoon stelt hij voor even zijn plakboeken te zoeken. Hij stuurt een foto van een artikel met Rahn, met de kop: ‘Rahn drinkt nu karnemelk.’ Streuer: ‘Ik knipte alles uit, zeker van hem. Hij was destijds al 34. Het publiek verwachtte ontzettend veel van hem. Dat is natuurlijk altijd de vraag na zo’n transfer. Hoe goed is iemand nog? Alleen al die naam schiep verwachtingen.’

Dat is het dilemma, in de kwestie van Rahn tot Raheem. Met een schim van de grote Rahn viel goed te leven in Enschede. Want zelfs als verwachtingen niet helemaal uitkomen, kan bitterheid een zoete nasmaak hebben.

Walter Meeuws was een gerenommeerde, stijlvolle Belgische centrale verdediger toen hij in seizoen 1984-1985 bij Ajax neerstreek als 33-jarige. Hij speelde slechts elf duels. Meeuws geeft geen interviews. Denk alleen niet dat hij omziet in wrok. Hij is ‘vereerd’ dat hij voor het grote Ajax heeft mogen voetballen.

Laudrup, 33-jarige uitblinker

De beroemde spits Frank Stapleton mislukte bij Ajax in zijn nadagen, na doelpuntenregens voor Arsenal en Manchester United. De Deen Michael Laudrup sloot in seizoen 1997-1998 zijn rijke loopbaan af bij Ajax, omdat hij nu eenmaal bij de club van Johan Cruijff wilde voetballen. Hij blonk op zijn 33ste nog uit. Ronald de Boer: ‘Michael was een persoonlijkheid. Hij had overal gespeeld en was down-to-earth. Aanspreekbaar en behulpzaam. We genoten van zijn techniek. Alleen al die schitterende no-look passes. Hij was nog echt goed, al had hij misschien wat ingeboet aan snelheid.’

Zijn broer Brian besloot zijn loopbaan eveneens bij Ajax, in seizoen 1999-2000, al was hij nog wat jonger. Zo’n gerenommeerde buitenlander kan ook motiveren, door zijn professionalisme. De Boer: ‘Ik had dat met de Argentijn Claudio Caniggia, bij Rangers, die al ver boven de 30 was. Van hem heb ik veel geleerd. Hij leek op een zwerver, maar als hij zijn shirt uittrok, wist ik niet wat ik zag, zo’n perfect afgetraind lichaam.’

Ajax verlangt in deze bijna wanhopige zoektocht naar een zogenoemde zes (een verdedigende middenvelder) bijna terug naar Jordan Henderson, die in 2024 op zijn 33ste naar de club kwam, rechtstreeks uit de Saoedische woestijn, waar hij klaar was met geld tellen. Het duurde even totdat hij fit was, maar daarna bleek hij een echte aanvoerder. Ook hij gaf de competitie cachet en gespreksstof. Net als Raheem Sterling dat nu doet. Die zat zondag op de tribune toen Feyenoord ploeterde tegen tien dappere mannen van Go Ahead. Telkens kwam hij in beeld. Hij leidt de aandacht af van de kritiek op Van Persie. Voor Sterling was afgelopen week zelfs een speciaal trainingskamp in België opgetuigd, in afwachting van zijn werkvergunning. Zondag mag hij een voetje helpen om Telstar te verslaan.

Succesverhaal: Perisic bij PSV

Hét succesverhaal van de oudere vedette die naar Nederland komt, is Ivan Perisic. De Kroaat was 35 en had al bij veel topclubs gespeeld, toen hij in september 2024 bij PSV belandde, nadat hij in zijn vaderland bij Hajduk Split een zware knieblessure had laten genezen.

Zijn komst was een gevolg van uitgekiend beleid bij PSV. PSV-speler Hirving Lozano raakte geblesseerd toen de transfermarkt al gesloten was. Technisch directeur Earnest Stewart: ‘Met Peter Bosz maakte ik een lijst van transfervrije spelers voor die aanvallende positie. Vaak zijn dat spelers die langdurig geblesseerd zijn geweest. Alle verhalen die we over Ivan hoorden waren positief. We hebben een aantal videogesprekken gevoerd. Eerst hij en ik alleen, later met Peter Bosz erbij. Dat waren erg goede gesprekken. Het leek er ook op dat hij alleen met PSV bezig was.’

Perisic kwam, zag en overwon. Hij tekende zelfs een nieuw contract en gaat deze zomer weer een WK spelen. Stewart is onder de indruk, maar niet verrast. ‘We hebben nooit gedacht dat deze transfer een risico kon zijn, het voelde nooit als een gok. Ivan is op alle fronten een aanwinst gebleken. In de kleedkamer, op het veld, qua leiderschap en persoonlijkheid.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next