De wetenschapsredactie beantwoordt grote en kleine vragen die lezers bezighouden. Deze week: waarom groeien haren op mijn hoofd wel door, maar op mijn armen niet?
Waar de meesten geregeld een bezoekje brengen aan de kapper – of zelf de schaar ter hand nemen – zullen weinigen de behoefte voelen hun armhaar bij te knippen. ‘Waarom groeit dat niet door?’, vraagt lezer Hans van der Veeke zich af.
Grofweg groeien de haren op je hoofd even snel als op je ledematen: zo’n centimeter per maand. Waar iemands behaardheid ligt op het spectrum van naaktkat tot wolharige mammoet, hangt dus niet af van de groeisnelheid van je lichaamshaar, vertelt dermatoloog en specialist in haaraandoeningen Rick Waalboer-Spuij van Erasmus MC.
Het grote verschil zit hem volgens de arts vooral in hoe lang het haar op verschillende lichaamsdelen in de groeifase blijft hangen. Hoofdharen zijn voorgeprogrammeerd door lichaamssignalen en genetische aanleg om jarenlang door te blijven groeien. ‘Hoe dat precies werkt, weten we nog niet. Bij sommige mensen stopt deze groeifase eerder. Daarom groeit bij de een – als je het niet afknipt – het haar tot over de kont, maar bij de ander niet verder dan de schouder.’
Haren op je arm missen zo’n voorprogrammering en stoppen al na een paar maanden, oftewel na een paar centimeter, met groeien. ‘Ook al zou je dat naar je hoofd transplanteren, langer wordt het niet.’
Wat zou dit verschil in hoeveelheid haar tussen de schedel en de rest van het lichaam kunnen verklaren? Wetenschappers opperen – het zal ook eens niet – een evolutionaire verklaring.
Een lichaam vol haren was voor onze verre voorouder mogelijk ongunstig. Volgens een tot de verbeelding sprekende maar controversiële theorie komt dit doordat de eerste mensen gedeeltelijk in rivieren en zeeën leefden en, net als walvissen, hun haar verloren om gestroomlijnd door het water te bewegen.
Een andere mogelijke verklaring is dat we als kale aap beter huidparasieten kunnen weren. Vlooien, luizen en teken zouden minder houvast en beschutting hebben zonder vacht om in te schuilen.
Meest omarmd onder paleontologen is de theorie dat een kale huid mensachtigen hielp af te koelen op de hete savannes. Van alle primaten zweten mensen het meest, en om nou de hele dag rond te rennen in een kletsnatte vacht was – evolutionair én praktisch gezien – suboptimaal.
En waarom dan wel die bos haar op het hoofd? Toen de eerste mensensoorten op twee benen gingen lopen, was het vooral hun hersenpan die van bovenaf werd bestookt met zonnestraling. Een ingebouwde parasol tegen uv-straling en oververhitting was de evolutionaire oplossing, vermoeden wetenschappers.
Het kapsel van onze voorouders straalde ook belangrijke signalen uit over hun leeftijd, gezondheid en sociale status. De haren op het hoofd speelden dan ook mogelijk een rol bij partnerkeuze. Of dat tegenwoordig heel anders zit, valt nog te bezien.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant