In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan elke zondag over wat hem opvalt. Deze week: Laten we het wat vaker over zeespiegelstijging hebben. Het klinkt als een verre zorg, maar gaat ons toch echt allemaal aan.
Klimaatverandering is een breed en ingewikkeld onderwerp, maar schrijven over zeespiegelstijging vind ik misschien wel het allermoeilijkst. Het is (vooralsnog) het ontastbaarste gevolg van de opwarming van de aarde, maar voor ons laaggelegen landje ook hetgeen dat de grootste gevolgen kan hebben.
Als we nu al wisten dat er over een jaar een metershoge tsunami op ons af zou komen rollen, zouden we het vermoedelijk nog over weinig anders hebben. Als het gaat om een tsunami in slow motion, die er honderden jaren over doet om stukje bij beetje onze kust te bereiken, zit dat kennelijk anders.
Ik schrok wel weer even toen ik deze week schreef over het smelten van Antarctica. Nieuw onderzoek bracht in kaart welke kantelpunten de ijskap van het bevroren continent kunnen laten smelten.
Voor sommige delen van de ijsmassa zijn die kantelpunten nog ver weg, maar andere zijn we mogelijk al gepasseerd. Het kan zomaar zijn dat 2,1 meter aan wereldwijde zeespiegelstijging nu al onomkeerbaar is geworden, concluderen de onderzoekers in Nature Climate Change.
Bij verdere opwarming, waar we helaas op afstevenen, wordt het steeds zekerder dat we dat omslagpunt doorkruisen. Dan dreigen op Antarctica ook verdere kantelpunten die het water met nog meer meters doen stijgen. Om nog niet te spreken van zeespiegelstijging door het smelten van de Groenlandse ijskap en door andere oorzaken.
Die geleidelijke tsunami lijkt dus steeds onvermijdelijker. In mijn leven zal ik weliswaar alleen een beginnetje zien, maar latere generaties krijgen ook te maken met de staart.
Natuurlijk zijn we in Nederland hartstikke goed in dijken bouwen. We trekken de komende decennia ook vele miljarden uit om ons nog weerbaarder te maken, en voorlopig blijft dat waarschijnlijk wel lukken.
De snelheid van zeespiegelstijging is onzeker, maar het KNMI verwacht maximaal een meter in 2100. Dit moet ik misschien even afkloppen, maar het lijkt me dat we deze eeuw onze voeten wel droog weten te houden.
De zeespiegelstijging houdt alleen niet op in 2100. Amsterdam heeft net zijn 750e verjaardag gevierd. Blijft het daar nog 750 jaar droog? Als we op de huidige voet doorgaan met de uitstoot van broeikasgassen, wordt dat nog een lastig verhaal.
Bovendien is het eigenlijk onverstandig om bij zeespiegelstijging altijd maar aan dijkdoorbraken te denken. De ontwrichtende gevolgen merken we namelijk al lang voordat er sprake is van zo'n ramp.
Doordat Nederland zo laag ligt, hebben we last van zout in het grondwater. We gebruiken nu al veel zoet water uit de rivieren om dat weg te spoelen: 20.000 liter per seconde. Maar met een hogere zeespiegel hebben we nog veel meer zoet water nodig om dat te kunnen doen, terwijl de aanvoer in de droge zomers juist kleiner wordt. In sommige polders kunnen we (traditionele) landbouw dan wel vergeten.
We zijn nu al een land van pompen of verzuipen, maar ook dat zal alleen maar verder toenemen. Het (ernstig verouderde) spui- en gemaalcomplex bij IJmuiden voert jaarlijks 3 miljard kubieke meter water af. Niet zo heel lang geleden kon twee derde van die hoeveelheid worden gespuid bij eb, de rest moest worden weggepompt.
Daar komt razendsnel verandering in. Al in 2050 zal spuien vrijwel onmogelijk zijn door de zeespiegelstijging, verwacht Rijkswaterstaat. Het gemaal moet daarom flink worden uitgebreid, zodat we tot 2060 vooruit kunnen. Je raadt het al: als de zeespiegel blijft stijgen, moeten we dan weer grotere pompen bestellen.
Er zijn allerlei alternatieven onderzocht om Nederland te beschermen tegen een hogere zeespiegel. We kunnen bijvoorbeeld veel hogere rivierstanden accepteren en meer land teruggeven aan het water. Of een gigantisch kustmeer bouwen voor Zeeland. Al die opties hebben ook weer vergaande nadelen.
Het punt is: behalve in de wereld van de waterwetenschappers en -managers hoor je hier vrijwel nooit iemand over. Dat is natuurlijk ook wel te begrijpen: we maken ons nú zorgen over de huizenmarkt, het overvolle stroomnet, de kosten van de zorg. Dit lijkt zo ver weg.
Maar op Antarctica is die langzame tsunami dus begonnen aan zijn opmars richting onze kust. Laten we die niet uit het oog verliezen.
In No Other Choice, de nieuwe film van de Zuid-Koreaanse meester Park Chan-wook, wordt hoofdpersoon Yoo Man-su ontslagen bij de papierfabriek waar hij al vele jaren werkt. Het zet hem er uiteindelijk toe aan om - laten we zeggen - onconventionele maatregelen te nemen.
Met zijn indrukwekkende stijl brengt Park in beeld hoe het kapitalisme zijn personages in de wurggreep houdt. Daar zit uiteindelijk ook een ecologische tint aan: het is geen toeval dat Man-su zijn leven heeft doorgebracht in een papierfabriek en tegelijk natuurliefhebber is. Nu in de bioscoop.
Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via jeroen@nu.nl.
Source: Nu.nl economisch