Home

Olympisch kampioen Bergsma heeft een neus voor de koers: ‘Jorrit zag het moment, voelde het moment, en gáán’

Twaalf jaar na zijn eerste olympische titel pakt schaatspurist Jorrit Bergsma, inmiddels veertiger, zijn tweede olympische titel. ‘Mijn Spelen konden na het brons al eigenlijk niet meer stuk.’

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

De oude man van veertig flikt het gewoon hier, dacht Marijke Groenewoud. Jorrit Bergsma, veertig jaar oud, ‘oude man’ die eerder in Milaan al brons binnenharkte op de 10.000 meter, die twaalf jaar geleden olympisch kampioen werd in Sotsji en inmiddels vier Winterspelen heeft meegemaakt, schaatste zaterdag naar de winst op de massastart.

En dat in een wedstrijd die, zo gaf de tweevoudig olympisch kampioen na afloop aan, misschien wel makkelijker was dan ooit. Hij moest zichzelf op het podium in de arm knijpen, zoekend naar bevestiging dat hij niet droomde. Bergsma is een schaatsliefhebber. Een purist die houdt van zware strijd, van tactiek, van lange, perfect getimede klappen maken op het ijs, zoals hij dat zo goed kan als hij in vorm is. Een zware wedstrijd was het opvallend genoeg niet. Wel is hij deze weken in topvorm.

Ruim een week eerder schaatste hij al verrassend naar het brons op de 10.000 meter, in een stadion gevuld met ‘matties’: een band met daaraan een haarstuk, verzonnen en in Milaan uitgedeeld door zijn vriendengroep. Het was een knipoog naar het niet zo gangbare kapsel van Bergsma: wat opgeschoren boven de oren, lang in de nek.

Neus voor de koers

Boven die oren is tegenwoordig voorzichtig wat grijs zichtbaar bij Bergsma; het teken van ouderdom dat zijn benen nog niet vertellen. ‘Onwerkelijk, eigenlijk’, verzuchtte hij zo’n twee uur na zijn strijd. Het besef was nog steeds niet ingedaald. ‘Onbetaalbaar, onbeschrijfelijk, ik heb er bijna geen woorden voor, zo fantastisch is dit eigenlijk.’

Bergsma wordt geroemd om zijn neus voor de koers. Ook in marathons weet hij als geen ander het juiste moment te kiezen, zeggen zowel ploeggenoten als concurrenten. Daan Breeuwsma, assistent-trainer bij Team AH-Zaanlander: ‘Het is wel een handige donder.’ Arjan Samplonius, een van zijn andere coaches: ‘Jorrit zag het moment, voelde het moment, en gáán.’ Vol verbazing: ‘En dan zo wegsluipen, hij ging niet eens hard.’ Ploeggenoot Groenewoud: ‘Ik wist meteen: dat is ‘m.’

Zelf dacht Bergsma vooral: als niemand gaat, doe ik de eerste aanval wel. ‘Gewoon een keer proberen. Voorzichtig even er een klap op. En dan even kijken hoe ze reageren. Het moest ook wel, want we hadden een harde koers nodig.’ In Bergsma’s kielzog Viktor Hald Thorup. De Deen die vooraf had bedacht: als ik Bergsma volg, heb ik grote kans.

Ook zijn verhaal behoort tot de mooie olympische vertellingen van 2026: Thorup had dit jaar 80.000 euro aan eigen geld geïnvesteerd in zijn schaatscarrière, doordat slechts dertig procent van het totaalbedrag wordt betaald door de Deense bond. Hij vierde zijn uiteindelijke tweede plek alsof het een gouden race betrof. Het bemachtigen van olympisch zilver zorgt er hoogstwaarschijnlijk voor dat hij weer vier jaar door kan met schaatsen. Hij is de enige Deen in de geschiedenis van de Winterspelen met een individuele medaille.

Koers in de fik

Samen sloegen ze in de finale in Milaan, onderwijl wisselend van koppositie, uiteindelijk een gat van zo’n halve ronde. Jillert Anema, de andere AH/Zaanlander-coach, keek ondertussen met stalen gezicht vanuit het coachvak toe. ‘Je weet gewoon: dit is ‘m. Maar ik dacht: niks laten zien, ik mag echt níks laten zien. Als ik ga schreeuwen van: kom op, rijden, gaat die koers in de fik. Dan gaan ze rijden. Dus je moet er staan alsof het een schaakpartij is.’

Het werd schaakmat, met grote voorsprong. Koning Bergsma loste Thorup, met overmacht, strekte met zo’n honderd meter te gaan zijn rug, stak zijn armen in de lucht en vierde zijn overwinning al ruim voor de finish met het publiek. Aan kaliber geen gebrek in de finale van de massastart. Maar, zo zou Bergsma later zeggen: niemand die het gat durfde dicht te rijden.

Iedereen was bang voor Jordan Stolz. De Amerikaan, die al olympische titels had gepakt op de 500 en 1.000 meter, werd gevreesd om zijn snelheid. ‘Dat kan nog weleens mogelijkheden bieden’, had Bergsma vooraf ook gedacht. Zo geschiedde. ‘Dan gaan anderen naar elkaar kijken, van: wie gaat het werk doen?’ Stolz zou uiteindelijk na een sprint als vierde eindigen.

Bergsma roemde na afloop ook het optreden van Stijn van de Bunt, de andere Nederlander in de finale, die handig het peloton probeerde af te remmen. ‘Een beetje storen, een beetje blocken, daardoor bleef het gat 200 meter en kon ik het afmaken. Zulke dingen kunnen net het verschil maken, omdat je de gang er even uit haalt.’

Zijn ploeggenoot Groenewoud merkte de afgelopen drie weken dat hij goed in vorm was. ‘Hij was goed te pas.’ Dat werd gesterkt door de goede sfeer binnen hun team, denkt ze. Bergsma werd alleen maar vrolijker, ging zich vaker uitspreken. ‘Wat uitbundiger dan gewoonlijk.’

Elfstedentocht

Maar zijn honger naar prijzen is ook op zijn veertigste niet gestild. Er is een duidelijke wens op zijn lijstje. Een ongrijpbare, vooralsnog. ‘Het moet nog een keer flink gaan vriezen, hè?’ Zegt de man uit het Friese Aldeboarn, doelend op de Elfstedentocht. ‘Maar ik denk dat het geluk nu wel op is, na deze gouden medaille. Mijn Spelen konden na het brons van vorige week eigenlijk al niet meer stuk.’

Hij noemt het een voorrecht om in Milaan te staan, op zijn leeftijd. Het is geen toeval dat twee schaatsers uit de ploeg van Anema de massastart winnen, stelt hij. ‘Je moet tactisch goede keuzes maken. Zowel Marijke als ik hebben door de jaren heen heel veel koersen en massastarts gereden. Je weet het reilen en zeilen. Dit is geen toeval. Het is net iets anders dan langebaanschaatsen, waar je gewoon zo hard mogelijk moet schaatsen.’

Hoe lang hij nog doorgaat met schaatsen is ongewis. ‘Nu moet ik die titel eigenlijk verdedigen, hè?’, zegt hij, gevolgd door een lach. ‘Maar die jonge jongens rijden zo ontzettend hard. Ik weet niet hoe lang ik ze nog kan bijhouden. Ze maken grotere stappen dan ik nu doe.’

Daarnaast is het sowieso onbekend hoeveel toekomst er nog in de massastart zit. Er is sprake van dat het onderdeel van het olympische programma gaat, in ruil voor een afvalkoers. Wat Samplonius betreft zou dat extra mooi zijn. ‘Dan heeft hij de laatste ooit gewonnen. Dit is wel zijn onderdeel.’ Of, zoals Bergsma het samenvat: ‘Ik doe dit onderdeel heel graag. Ik was al eens wereldkampioen. Dat het nu lukt op de Olympische Spelen is onbeschrijfelijk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next