Home

Het journalistieke handwerk mag niet ondersneeuwen bij mooie onlineproducties

is Ombudsvrouw van de Volkskrant.

De weduwnaar twijfelde al langer of hij de armband van zijn overleden vrouw zou verkopen. Vanwege de hoge goudprijs was hij die ochtend op de fiets gestapt en naar het Goudwisselkantoor gereden. Uiteindelijk, aan het eind van de reportage, nam hij het sieraad toch maar mee naar huis. ‘Zou je het weer terug om mijn pols willen doen?’, tekende de verslaggever op in een ontroerende scène.

Zo zaten er meer memorabele personages in de reportage over mensen die hun goud wilden verkopen. De hosselaar die twee Rolexen uit een Kruidvat-shopper haalde, de zwangere vrouw die over drie weken ging bevallen van haar vierde kind en snel geld nodig had. Nederland trekt aan je voorbij in het wisselkantoor, je zou er bijna een standplaats van maken, zoveel goede verhalen zijn er op te tekenen.

Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.

Helaas zijn er ook andere verhalen te vertellen over het Goudwisselkantoor, dat met 175 locaties het grootste wisselkantoor van Nederland is. Consumentenprogramma Kassa besteedde afgelopen jaar in drie uitzendingen aandacht aan het bedrijf. Oud-medewerkers klapten uit de school over de werkwijze: niet zozeer het goud zou worden getaxeerd, maar de klant. Onwetende, ongeïnformeerde mensen zouden een veel lagere prijs voor hun sieraden krijgen, bleek onder meer uit een intern trainingsdocument dat Kassa in handen had. ‘Schokkende praktijken’, aldus de conclusie van het consumentenprogramma.

Het Goudwisselkantoor zei zich in een reactie op de uitzendingen ‘niet in het geschetste beeld te herkennen’. Desalniettemin had het bedrijf naar eigen zeggen ‘direct verbeteringen doorgevoerd’.

In de reportage van de Volkskrant werd met geen woord gerept over de onthullingen van Kassa. Lezers roerden zich. Waarom juist aandacht voor dit bedrijf? Had de verslaggever niet even kunnen googelen? Ging het hier wellicht om ‘een beginnend journalist’?

Om die laatste vraag maar meteen te beantwoorden: nee, het gaat hier niet om een beginnend journalist. De ervaren economieverslaggever schreef de afgelopen jaren indrukwekkende reportages over mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, vooral arbeidsmigranten. Over dakloze Oost-Europeanen, over Filipijnse zeelieden, over de sporen die arbeidsmigratie trekt in kwetsbare Haagse wijken. Ze is empathisch en ontwapenend en krijgt daarmee toegang tot werelden die voor lezers veelal onbekend zijn.

U leest het: ik richt hier, in alle oprechtheid, even een standbeeldje op. Want vrijwel iedere journalist begaat ooit een stommiteit die ook jaren later nog tot schaamrood op de kaken leidt. Zelf plaatste ik door gehannes met verschillende documenten eens een oude versie van een verhaal in de krant, inclusief een paar citaten die een geïnterviewde liever anders had gezien. Ik voel de warmte direct weer naar mijn wangen trekken nu ik dit schrijf. Dit overkomt me nooit meer, denk je dan, en dat is hopelijk ook zo.

In dit genadeloze hoekje van de krant wordt er vervolgens óók nog uitgebreid bij stilgestaan. Toch is het belangrijk om dit soort casussen te ontleden, omdat fouten zelden zo eendimensionaal zijn als ze lijken. Ook in dit geval. Want ja, natuurlijk had de verslaggever het bedrijf moeten natrekken, zegt ze zelf. Ze noemt het ‘onwaarschijnlijk dom’. Toch schuilt in de aanloop naar het verhaal ook een verklaring – let op: geen vergoelijking – van waarom het niet gebeurde. En zo zitten er weer lessen in voor de redactie. ‘Aannames zijn de moeder van alle missers’, citeert de chef van economieredactie een bekende wijsheid.

Het verhaal begon met een observatie van de Haagse collega’s: zij zagen in de buurt van hun redactie steeds lange rijen voor een pandjeshuis staan, vanwege de hoge goudprijs. Goed onderwerp, concludeerde de nieuwsvergadering. Besloten werd om de mensen te portretteren die hun goud kwamen verkopen: korte interviewtjes over het verhaal achter hun sieraden, en waarom ze er nu afstand van deden. Deze vorm leende zich goed voor de zogenoemde ‘blikvanger’, een dagelijkse onlineproductie op de site waarin beeld een belangrijke rol speelt.

Een economieverslaggever, eveneens ervaren, wilde wel aan de slag met het onderwerp en ging op zoek naar een geschikte locatie. Hij zocht naar een bedrijf waar mocht worden gefotografeerd. Niet bepaald vanzelfsprekend in deze business, maar wel een voorwaarde voor deze productie. Ook vond hij dat het wisselkantoor buiten de Randstad moest liggen. Zo kwam hij uit bij het Goudwisselkantoor, dat vestigingen door heel Nederland heeft. Hij stuurde een mail naar het bedrijf, de communicatiemedewerker beloofde te zoeken naar een vestiging waar de krant welkom zou zijn.

Hoewel de economieredacteur niet op de hoogte was van de onthullingen van Kassa, en die ook niet opmerkte bij het googelen, was hij wel voornemens goed op de marges te letten die het wisselkantoor opstreek. Als verslaggever volgt hij het grote geld, op dat soort zaken is hij gebrand. Hij kwam er alleen niet aan toe om daadwerkelijk op reportage te gaan, een stuk voor de zaterdagkrant eiste al zijn aandacht op. ‘Als jullie haast hebben met het goudverhaal is hier de contactpersoon’, mailde hij aan de chef en de collega. ‘Ik kan er vandaag desgewenst op uit trekken’, reageerde die laatste.

Tot een verdere overdracht kwam het niet. De oorspronkelijke verslaggever ging ervan uit dat er gelet zou worden op de marges, zo was het bij een redactievergadering besproken. Alleen was de collega die het onderwerp overnam daarbij net niet aanwezig geweest, omdat ze een nieuwsbericht moest schrijven. Zij zette dan weer geen vraagtekens bij de betrouwbaarheid van het bedrijf, omdat hij de selectie al had gedaan en het contact had gelegd. Ook begrijpelijk. De collega’s voeren op elkaars ervaring, terwijl deze casus juist laat zien dat communicatie belangrijk blijft.

Eenmaal op reportage bij het wisselkantoor in Alkmaar bleek dat vrijwel niemand herkenbaar geïnterviewd en gefotografeerd wilde worden. Het oorspronkelijke plan, het beeldverhaal met kleine interviewtjes, moest ter plekke overboord. De verslaggever besloot een gewone reportage te maken. Daarmee veranderde wel de rol van het Goudwisselkantoor. Aanvankelijk zou het bedrijf louter het decor van de menselijke verhalen zijn geweest, nu kwam het veel meer centraal te staan. En dan is het inderdaad pijnlijk dat juist dit wisselkantoor door Kassa was beticht van ‘schokkende praktijken’.

In de voorbereiding was alles gericht op het menselijke verhaal en het beeld: de zoektocht ging in eerste instantie uit naar een plek waar gefotografeerd kon worden. De vorm was dwingender dan de inhoud. Nu er steeds meer mogelijkheden zijn om mooie onlineproducties te maken, en de Volkskrant dat ook dagelijks doet, is dit klassieke bedrijfsongeval een herinnering om tegelijkertijd scherp te blijven op het journalistieke handwerk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next