DEN HAAG - 'We hebben niet echt een gesprek gehad. Dat maakt het niet makkelijk,' constateert de rechter met spijt in zijn stem aan het eind van de zitting. Met die opmerking ontlokt hij toch nog een hele volzin aan de tot dan toe vooral zwijgende verdachte. 'Meneer, die drugs had ik bij me, maar ik had geen intentie om ze te verhandelen.'
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter.
Het is een verweer tegen beter weten in, want de 20-jarige Direnc weet zelf ook wel dat hij de schijn tegen heeft. Juli vorig jaar werd hij aangehouden bij een verkeerscontrole. Eerst alleen omdat hij onder invloed van drugs leek, maar vervolgens vond de politie meer dan wat geldt als 'voor eigen gebruik'.
'Bolletjes bruin en wit', somt de rechter op, 'en ketamine en crack. Een heel assortiment. Uiterst schadelijk allemaal. Crack is echt verschrikkelijk, wat dat met een lichaam doet.'
Het spul zat in Direnc's onderbroek. Het viel op dat hij twee keer aan zijn kruis krabte, en daarom liet de politie hem op het bureau zijn broek uittrekken. In zijn auto vonden de agenten ook plastic zakjes met muntgeld en los papiergeld.
'Niemand heeft nog muntgeld, dat doe je alleen als je daar een speciale reden voor hebt', stelt de rechter, die het wisselgeld en de twee telefoons van de verdachte 'een stevige dealerindicatie' vindt.
'Dat vraagt toch om uitleg?' zegt de rechter. 'Wat voor uitleg?' wil de jongeman weten. 'Nou, wat denk je? Je had drugs in je onderbroek zitten.' Direnc mompelt dat hij een verkeerde keuze heeft gemaakt.
De agenten die hem staande houden bij de verkeerscontrole vinden daarnaast dat hij de draak met hen steekt. Als ze hem vragen om een drugstest te doen steekt hij lacherig zijn tong naar hen uit en lijkt hij de test te willen verprutsen.
Direnc ziet het anders. 'Ik vind dat het niet zo is gegaan. Ik wist gewoon niet hoe die test in elkaar zat.' Dat hij de agenten zou hebben uitgelachen, daar heeft hij niks op te zeggen.
In zijn auto lag ook een paspoort van een junk die bekend is bij de politie. De officier van justitie denkt dat hij dat had als onderpand, maar ook daar wil de verdachte niets over zeggen.
Twee maanden na deze aanhouding zit de jongeman als bijrijder in een auto die bij een verkeerscontrole wordt stopgezet. Opnieuw valt het een agent op dat hij aan zijn kruis krabt.
Dit keer wacht Direnc de fouillering niet af. Hij springt uit de auto en neemt de benen. De politie zet de achtervolging in, en even later geeft hij zich alsnog over.
Drugs heeft hij niet meer bij zich, maar die vindt de politie even later onder een auto. Weggegooid, is de conclusie. De bolletjes bruin en wit zijn namelijk droog, terwijl alles eromheen nat is van de regen.
De Reclassering heeft met de jongeman gesproken. In het het rapport staat over hem dat hij een kwetsbare indruk maakt. 'Die indruk maakt u op mij niet', merkt de rechter op.
Hij somt op wat de Reclassering verder heeft vastgesteld: 'Een negatief sociaal netwerk, geen steun van je ouders. De kans op herhaling is gemiddeld. Ik vind het dossier heel zorgelijk.'
Vooral omdat Direnc ook nog terechtstaat voor een vermeende mishandeling van zijn vriendin. De officier van justitie vindt het alles bij elkaar genoeg voor een strafeis van vier maanden cel, waarvan één voorwaardelijk. Daarnaast zou de verdachte begeleid moeten worden door de Reclassering.
De advocaat van Direnc vindt een celstraf veel te zwaar. De vermeende mishandeling was een ruzie over en weer, zo heeft het meisje zelf toegegeven. Ze laat een filmpje zien waarop het meisje te zien is zonder verwondingen, maar waarop de jonge vrouw wel boos een flinke deuk in de auto van Direnc schopt.
Ook voor de drugshandel is onvoldoende bewijs, vindt ze. 'We weten niet hoeveel wisselgeld er lag. Het is niet geteld. Er is geen foto van dat paspoort van die verslaafde. We weten niet eens wie die man is en waarom het daar lag. Het zijn allemaal aannames.' Ze vraagt om vrijspraak voor de mishandeling en de drugshandel.
De rechter is het met de raadsvrouw eens dat er te weinig bewijs is voor de mishandeling van de vriendin, maar de drugshandel vindt hij wel bewezen.,
'Dat we niet precies weten hoeveel wisselgeld het was doet er niet toe. Niemand heeft zakjes muntgeld tenzij je met drugs bezig bent. En dan dat paspoort en die twee telefoons.'
'Ik heb al laten merken dat ik het een fors probleem vind dat je in juli wordt gepakt en dat je dan doorgaat. Ik begrijp dat niet. Je maakt het erger dan het al is.'
'Het advies van de Reclassering laat zien dat het voor jou kennelijk een worsteling is om iets van je leven te maken. Je wil er niet over praten, dat maakt het lastig.' De rechter besluit desondanks dat Direnc nog één kans krijgt.
'Ik kijk naar je leeftijd en naar de omstandigheden, en dan vraag ik me af of het een goede uitwerking gaat hebben als je drie maanden naar de gevangenis moet.' Hij wil maar zeggen: daar wordt een mens ook niet beter van.
De rechter veroordeelt Direnc tot een voorwaardelijke celstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaar, in plaats van de gebruikelijke twee, plus toezicht en begeleiding van de Reclassering.
'Ik doe het omdat je jong bent. Maar als je ook maar iets doet wat richting de opiumwet gaat, dan komt het weer bij de officier op tafel en begin je met zes maanden gevangenis. Je mag drie jaar lang geen enkele misstap maken', zo waarschuwt hij vaderlijk.
Direnc verlaat met een strak gezicht de zaal. Hij is er duidelijk nog niet over uit of hij nou is gematst of niet.
De naam van Direnc is gefingeerd.
Source: Omroep West Den Haag