Lezersbrieven Universiteiten zijn helemaal niet te links, schreef u ons. En wintersport is een merkwaardige manier van vakantie vieren.
De Tweede Kamer debatteerde begin deze maand over het coalitieakkoord. Dat hier bij voorbaat al steun van andere partijen voor nodig is, hoeft geen probleem te zijn. Een minderheidskabinet kan onze democratie zelfs versterken, mits hij rust op heldere principes. Juist daar wringt het nu.
Want deze maand verscheen er ook een rapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme met een pijnlijke conclusie: discriminerende taal in de Kamer blijft niet binnen de muren van het parlement. Politici normaliseren woorden die online vrijwel direct worden overgenomen. Dit zorgt voor meer haat tegen onder meer moslims. Volgens de Staatscommissie gaat politieke macht gepaard met taalmacht, en daarmee met verantwoordelijkheid. Het is dan ook opvallend hoe snel democratische standaarden rekbaar lijken te worden wanneer er zetels nodig zijn.
Na het vertrek van de zeven PVV-Kamerleden, met Markuszower als aanvoerder, zei D66-leider Rob Jetten dat een nieuwe fractie die constructief wil samenwerken, kansen biedt. Dat klinkt pragmatisch, maar het roept vooral de vraag op: waar zijn de democratische standaarden gebleven die D66 zelf zo liefhad?
Als PVV’er stond Gidi Markuszower bekend om zijn polariserende taal. Zo vergeleek hij asielzoekers met beesten en zei hij over voormalig D66-leider Sigrid Kaag dat zij „heel graag terroristen om zich heen heeft”. Hij heeft nooit afstand genomen van deze uitingen. Integendeel, hij benadrukte dat hij nog steeds „PVV-hard” is.
Waar Marjolein Faber minister van Asiel werd, kwam Markuszower als kandidaat voor diezelfde functie niet door de screening. D66 reageerde glashelder: Jetten vond het überhaupt bizar dat Markuszower was voorgedragen en vond het zorgelijk dat VVD en NSC hun eigen integriteitseisen niet volgden. Dat Markuszower doorging als Kamerlid nam deze verontwaardiging niet weg. Integendeel, Jetten benadrukte dat de functie van Tweede Kamerlid het hoogste ambt is.
Waar blijft deze lijn nu D66 zelf aan zet is? Blijkbaar worden deze standaarden rekbaar zodra er zetels nodig zijn.
Voor jonge moslims, zoals ik, is dit geen abstract debat. Wanneer de norm verschuift, voelen minderheden dat als eerste. Niet alleen in beleid, maar in toon en veiligheid. Als politici die van haat en ontmenselijking hun businessmodel hebben gemaakt, salonfähig worden verklaard, sijpelt dat door in de samenleving.
De nieuwe kamerperiode biedt een kans om de ruggengraat te hervinden en om opnieuw uit te spreken dat samenwerken nooit betekent dat we zwijgen over discriminatie en uitsluiting.
Til de standaarden weer op en herinner je waarvoor je bestaat, Rob Jetten.
Esma Kendir Voorzitter Collectief Jonge Moslims
Drie wetenschappers verwijten de universiteiten bij te dragen aan het wantrouwen in de wetenschap in een opiniestuk van afgelopen weekend (Linkse dominantie op de universiteit ondergraaft vertrouwen in wetenschap,14/2). Hoewel we geen discussies hoeven te voeren over de diplomakloof en de negatieve effecten van dien, laat het benoemen van Trumps fascistische acties door de auteurs als aanzet tot verandering bij mij een bittere nasmaak achter.
In het huidige politieke klimaat wordt namelijk door (extreem)rechts zelden gediscussieerd over de interpretatie van onderzoeksuitkomsten, maar worden de feiten naast zich neergelegd of onbetrouwbare bronnen gebruikt als tegenargument. De verdedigende reflex van universiteiten tegen de fascistische acties gaat in eerste instantie over deze wetenschapsontkenning, niet over de inhoud van het onderzoek.
Uit de geciteerde studie wordt dan ook duidelijk dat professoren over het algemeen linkser zijn, maar er op dit moment echter meer dan genoeg variatie is. Er is dus zeker ruimte voor verbetering, maar geen sprake van een homogeen blok. De diplomakloof speelt daarnaast in de hele maatschappij: ook bij hoogopgeleide managers die volgens dezelfde studie juist rechtser stemmen. Helaas is het politiseren van universiteiten een hobby van extreemrechts om ze daarmee buitenspel te kunnen zetten.
Aiken van Waveren Saclay, Frankrijk
Het artikel Linkse dominantie op de universiteit ondergraaft vertrouwen in wetenschap is merkwaardig en benoemt een non-probleem (14/2). Die ‘linkse dominantie’ in de academische wereld herken ik niet. Ik heb zo’n veertig jaar als student en docent op een universiteit gewerkt. De sfeer heb ik eerder als conservatief of centristisch ervaren. Als onderzoeker op het gebied van klimaat en milieu was het gebruikelijk om voorzichtig te zijn over je onderzoeksresultaten, om niet als ‘alarmistisch’ over te komen, hoewel er op dat gebied genoeg natuurwetenschappelijke kennis is die met meel in de mond praten niet rechtvaardigt.
Bij de verdeling van onderzoeksgeld is in de loop van tijd de politieke sturing steeds meer toegenomen ten gunste van het bedrijfsleven. De grootste belangengroepen hebben een steeds grotere invloed gekregen op wetenschappelijke vraagstelling. Dat levert niet per se de onderzoeksvragen op waar mensen mensen met lager inkomen of religieuze en sociaal-conservatieve opvattingen zich in herkennen.
Ko van Huissteden Epse
Naast de opvallende keuze om door middel van de uitslag van twee stembureaus te beargumenteren dat de universiteiten linkse bolwerken zijn, betwijfel ik of de oorzaken en gevolgen goed zijn belicht door de auteurs.
Ik ben het ermee eens dat wetenschappelijk onderwijs breed en divers moet zijn. Dat levert creatievere antwoorden op hedendaagse vragen op. Maar laten we niet vergeten dat het kabinet-Schoof het hoger onderwijs financieel heeft uitgekleed: een zichzelf respecterend academicus kan dus niet op de PVV, VVD, NSC of BBB stemmen. Daarnaast hebben deze partijen allemaal sterk populistische trekjes, iets waar goed opgeleide kiesgerechtigden doorheen zouden moeten prikken.
De enorme druk op het onderwijs, met steeds minder middelen en meer studenten zorgt ook voor relatief slechtbetaalde banen, een hoge werkdruk en extreme concurrentie. Als ik na mijn master naar het bedrijfsleven was gegaan had ik 25 procent meer verdiend, minder uren hoeven werken en sneller carrière gemaakt. Degenen die een academische carrière ambiëren, kunnen dus per definitie niet gedreven zijn door kapitalistische motieven. Dit lijkt mij al een sterk selectiecriterium voor meer links-georiënteerde wetenschappers.
Ten slotte gaat wetenschap over nieuwe ontdekkingen en is zij dus altijd progressief. In deze situatie is de vergelijking conservatief-progressief dus veel accurater dan links-rechts. Dit maakt de locatie van D66 (links of toch rechts?) ook minder arbitrair. Daarmee is het dus niet de universiteit die zich van rechts vervreemdt, maar conservatief rechts dat zich van de universiteiten heeft vervreemd.
Jasper Lamers Wageningen
Links domineert in de wetenschap, aldus Floris Burgers, Adriaan Duiveman en Lotte Hogeweg . Hoe is de balans in, bij voorbeeld, de bankensector? Ik kan me voorstellen dat daar een rechtse oriëntatie overheerst.
Zou het niet zo kunnen zijn dat mensen met een rechts wereldbeeld eerder kiezen voor een carrière in het bedrijfsleven en daarmee de wetenschap meer aan links overlaten? Ook rechts is niet ontslagen van „de plicht tot zelfreflectie”
Jan Willem van der Ham Leens
Wintersport is misschien wel de meest merkwaardige vorm van ontspanning die we kennen. We betalen fors om vroeg op te staan, ons in lagen synthetische kleding te hijsen en vervolgens met verhoogde hartslag een berg af te glijden.
Toch noemen we het vakantie.
De wintersportweek is een zorgvuldig geregisseerde oefening in zelfoverschatting. Volwassenen die ‘het heus niet verleerd zijn’ en drie bochten later in de sneeuw liggen. De collectieve worsteling bij de skilift, waar waardigheid optioneel blijkt.
En toch gebeurt er, tussen de spierpijn en de blauwe plekken door, iets wat thuis zeldzaam is. Boven op de berg is het stil. Telefoons verdwijnen in jaszakken. Agenda’s bestaan niet. Het enige wat telt, is beneden komen. Desnoods langzaam. Wintersport leert ons niets groots. Behalve misschien dat controle overschat wordt.
Arnold Bergmans Nunspeet