De vriendschap met Jeffrey Epstein bracht Andrew Mountbatten-Windsor al vaker in verlegenheid vanwege seksueel misbruik door de wijlen miljonair. Toch lijken het nu vooral de zakelijke banden met Epstein die hem in het vizier van justitie hebben gebracht.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Met de arrestatie van Andrew Mountbatten-Windsor, donderdag, kwam de affaire tussen de uit de gratie geraakte ex-prins en de zedendelinquent tot een kookpunt. De formele reden voor de arrestatie van Mountbatten-Windsor is een verdenking van ‘wangedrag in een publieke functie’. Dat slaat niet op zijn functie als prins, maar voornamelijk op zijn rol als handelsgezant voor het Verenigd Koninkrijk.
Tussen 2001 en 2011 promootte Mountbatten-Windsor de belangen van het Britse bedrijfsleven in het buitenland. Als een soort ‘superambassadeur’ had Mountbatten-Windsor toegang tot buitenlandse staatshoofden – een aanzienlijke vorm van soft power binnen een koningshuis dat van oudsher wegblijft van politieke aangelegenheden.
Dat de voormalige prins – vorig jaar werd hem zijn titel afgenomen – en Epstein bevriend waren, was al jaren bekend. Dat balletje kwam in 2010 aan het rollen nadat de twee samen in New York waren gefotografeerd. De steenrijke zakenman was op dat moment al veroordeeld voor het ronselen van minderjarigen voor prostitutie. Door de vrijgave van het vrijwel volledige Epstein-dossier vorige maand kwam het zakelijke contact van Mountbatten-Windsor met Epstein in een ander daglicht te staan.
Hoewel de politie tot dusver spaarzaam is met details over het onderzoek, richt zich dat vrijwel zeker op informatie die vanaf 2010 door de twee werd uitgewisseld. In januari van dat jaar feliciteert de prins Epstein met de opheffing van diens reisverbod. Die beperkingen werden de zedendelinquent opgelegd als onderdeel van zijn proeftijd, volgend op zijn eerste veroordeling. Het mailtje laat zien dat de prins op de hoogte is van de juridische status van zijn vriend.
Eind november biedt Mountbatten-Windsor Epstein in een mailtje aan om van zijn netwerk gebruik te maken. De buitenlandminister van de Verenigde Arabische Emiraten is volgens de prins onder de indruk van Epstein en wil hem wel introduceren bij kroonprins Mohamed bin Zayed Al Nahyan, de huidige president van de VAE. Mountbatten-Windsor is dan in de Emiraten op staatsbezoek met zijn moeder, de koningin.
Ook wisselen de twee rond die periode details uit over een aanstaand bezoek van de prins aan Epstein in New York. Mountbatten-Windsor vraagt of hij het consulaat moet inschakelen voor een taxirit, Epstein belooft dat hij vervoer voor hem zal regelen.
De prins informeert of de twee in de stad zullen blijven of ook zuidwaarts zullen gaan. ‘Dat kan. Maar dan moet je wel badkleding en een makkelijk overhemd meenemen’, reageert Epstein. Uit de correspondentie blijkt verder niet of de twee plannen hebben om naar Epsteins privé-eiland, Little Saint James in de zuidelijke Amerikaanse Maagdeneilanden, af te reizen.
Op 30 november 2010 ontvangt Andrew van zijn persoonlijke assistent een e-mail met een aantal verslagen van buitenlandreizen. ‘In de bijlage vindt u verslagen van bezoeken aan Vietnam, Singapore, Hongkong en Shenzhen, met betrekking tot uw recente bezoek aan Zuidoost-Azië’. De landen gelden op dat moment als belangrijke handelspartners van het VK. De mail wordt enkele minuten na ontvangst door de prins doorgestuurd aan Epstein. Wat er precies in de bijlagen staat blijft onduidelijk: de stukken lijken niet opgenomen in het Epstein-dossier. Wel bevatten ze de woorden ‘overseas bids’, wat lijkt te duiden op gevoelige commerciële informatie.
In december gaat het e-mailcontact verder. Op kerstavond mailt de prins een vertrouwelijke briefing door over de Afghaanse provincie Helmand. De bodem van het gebied is rijk aan goud- en uraniumbronnen, het Britse leger is er op dat moment actief. De BBC, die de briefing begin deze maand in handen krijgt, meldt dat het rapport een uitgebreid overzicht biedt van internationale investeringsmogelijkheden en minerale rijkdommen in Helmand. Die handelsinformatie is gevoelig en vertrouwelijk.
Jaren later, in 2019, verklaart Andrew dat hij het contact met de zedendelinquent eind 2010 heeft beëindigd, tijdens een bezoek aan New York. Hij ontkent Epstein daarna nog te hebben gezien of hem te hebben gesproken. Maar uit het dossier blijkt dat het contact tussen de twee ook in 2011 doorzet.
Begin februari van dat jaar oppert Mountbatten-Windsor in een mailtje dat Epstein investeert in een private-equityonderneming die hij een week eerder heeft bezocht. Onduidelijk is wat voor soort bedrijf dit is. De prins ligt in het VK op dat moment onder vuur vanwege zijn banden met Epstein en eind die maand bespreken de twee dan ook hoe ze om moeten gaan met de pers. Mountbatten-Windsor zegt dat er ‘discreet’ contact is opgenomen met de mediawaakhond en dat advocaten contact hebben gehad met de uitgever van de Britse krant The Daily Mail.
Uit de laatste mails die de twee over en weer sturen, blijkt dat ze het gevoel hebben dat het net van publieke verontwaardiging zich rond hen sluit. ‘Het lijkt erop dat we hier samen in zitten en we zullen dit samen te boven komen!’, schrijft Andrew. Op de kop af vijftien jaar later, op zijn 66-jarige verjaardag, wordt Mountbatten-Windsor in zijn woning in Norfolk opgepakt op verdenking van ambtsmisdragingen. Hij is de eerste Britse royal in bijna vierhonderd jaar tijd die wordt gearresteerd. Het proces, zo waarschuwen juridische experts in de Britse media, zal waarschijnlijk complex en lang worden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant